CERD-bemerkingen wooncode belachelijk en pervers

Op 7 maart aanvaardde het Comité voor de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD) zijn bemerkingen omtrent het verslag dat België had ingediend over de implementatie van de verplichtingen op basis van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Dit verdrag werd in 1966 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aanvaard, en door België bekrachtigd op 7 augustus 1975.
Ik wil in de eerste plaats enkele gegevens verschaffen over het controlemechanisme dat door dit verdrag is ingesteld. Nadien zal ik ingaan op de opmerkingen van het CERD.
Het verdrag legt aan de verdragspartijen, waaronder België, de verplichting op om regelmatig (om de twee jaar) verslag uit te brengen over de implementatie van het verdrag in de nationale rechtsorde door alle geledingen van de staat: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht.
De bedoeling van deze controle is na te gaan of de staat zijn internationale verplichtingen uit dit verdrag correct uitvoert, en eventueel bemerkingen te maken over eventuele verbeteringen en aanpassingen.
Geen beslissingen
Het CERD spreekt geen veroordelingen uit en neemt geen beslissingen: het geeft niet verbindende aanbevelingen die de staten ertoe moeten aanzetten om hun interne rechtsorde beter in overeenstemming te brengen met de verdragsbepalingen.
Een belangrijke vraag is waar het CERD de mosterd vandaan haalt. Er is natuurlijk het tweejaarlijks rapport van de staten dat wordt onderzocht.
In het verdrag wordt bepaald dat de lidstaten de bevoegdheid kunnen erkennen van het Comité om formele klachten te ontvangen van personen. België heeft dit niet aanvaard. Maar het is niet uitgesloten dat personen, groepen of organisaties informaties gaan doorspelen aan leden van het CERD die “onafhankelijke” experten zijn.
Tijdens de bespreking van het verslag van België stellen deze leden vragen waarvan zij de inhoud enkel kunnen verkregen hebben door vertrouwelijke informaties. Overigens wordt het verslag van België in dit geval opgesteld o.m. door het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding waarvan de anti-Vlaamse reflex voldoende bekend is.
Inhoudelijk
Wat de inhoudelijke aspecten van de CERD-bemerkingen betreft, wil ik mij beperken tot de kwestie van de Vlaamse wetgeving inzake de sociale woningen. Het Vlaams decreet van 15 december 2006 beperkt de toegang tot sociale woningen tot personen die Nederlands spreken en/of die beloven Nederlands te leren. Het CERD neemt daar aanstoot aan. Het Comité beveelt derhalve aan dat België ervoor moet zorgen dat de vereiste van de kennis van de taal niet mag leiden tot indirecte discriminatie waardoor eigen burgers en vreemdelingen, die geen Nederlands spreken, verstoken blijven van hun recht op wonen.
Ik vind deze bevinding hoogst merkwaardig en controversieel. In de eerste plaats komt het Comité tot de conclusie dat etnische minderheden dikwijls oververtegenwoordigd zijn in de sociale woonwijken, en dat dit leidt tot een de facto segregatie in sommige grote steden. België zou moeten effectieve maatregelen nemen om deze segregatie tegen te gaan. De vereiste van de kennis van het Nederlands of de intentie om Nederlands te leren (een ongelooflijke afzwakking van het beginsel!) zou aan deze segregatie een einde kunnen stellen. Maar dat mag dan volgens het Comité weer niet (men vergelijke de paragrafen 15 en 16 van de CERD-bemerkingen).
Tot slot nog enkele korte bemerkingen. Is de vereiste van de kennis van het Nederlands of van de intentie om Nederlandse te leren een racistische reflex? Dit heeft niets met racisme te maken, en valt dus buiten de bevoegdheid van het CERD. De Belgische regering heeft de plicht om hiertegen te protesteren.
Het CERD wenst dat België het Raamverdrag over de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa zou ratificeren. Ook dit behoort niet tot zijn de bevoegdheden.
Het Comité oefent meerdere keren kritiek uit op het feit dat het hoogste Belgisch Administratief Hof, de Raad van State, het decreet op de sociale woningen heeft goedgekeurd.
Wie zijn deze “onafhankelijke experts” om zich zulks te veroorloven? De bemerkingen van het CERD zijn niet enkel belachelijk: zij zijn een perverse interpretatie van het begrip rassendiscriminatie geïnspireerd door anti-Vlaamse groeperingen. Meer dan ooit geldt de aangepaste spreuk “Vlaanderen let – meer dan ooit – op uw zaak”, en laat u nooit verleiden om het Europees Raamverdrag over de nationale minderheden te ratificeren’.
Em. prof. dr. Eric Suy
Gewezen adjunct-secretaris-generaal Verenigde NatiesReacties
Terug naar de artikelenlijst.

