Vlaams parlement via samenvallende verkiezingen naar tweede klasse?

Franstaligen, Vlaamse liberalen en nu ook Leterme – voorlopig nog niet CD&V – sturen almaar meer signalen uit dat ze alle verkiezingen weer willen laten samenvallen, maar over de manier om dat te regelen zijn ze minder duidelijk. Dat wekt op zijn minst argwaan en laat vermoeden dat er in achterkamers afspraken zijn bedisseld.
Het Vlaams Parlement is een legislatuurparlement. Het wordt pas om de vijf jaar herkozen. Zelfs als de Vlaamse regering valt, wordt het parlement niet ontbonden. Dan moeten de politieke partijen een andere meerderheid zien te vinden. Op het federale niveau bedraagt een legislatuur in princiep vier jaar, maar als de regering valt, worden Kamer en Senaat ontbonden en volgen er nieuwe verkiezingen. De twee verkiezingen koppelen impliceert dat ook het federaal parlement een legislatuurparlement zou worden.
PeilingDe argumenten die de voorstanders van samenvallende verkiezingen hanteren, zijn nogal zwakjes. Liefst 78 % van de Belgen zou daar voorstander van zijn, zegt een recente peiling waarnaar wordt verwezen (81,4% VL, 73,8% W, info HN, 21 maart). Merkwaardig, politici die nu plots wél zouden luisteren naar peilingen.
Het idee is niet nieuw. ‘We hebben ons vergist met de splitsing van de federale en regionale verkiezingen’ liet Steve Stevaert op 22 mei 2004 al noteren in De Tijd. Het thema wordt zijn sp.a-joker in het tv-programma Doe de Stemtest. Stevaert had geen ongelijk – veel mensen balen van verkiezingen – maar de conclusie is nogal populistisch. Ook de democratie moest voor Stevaert blijkbaar gratis zijn.
Vooral Patrick Dewael liet snel horen dat ook VLD er net zo over denkt. Hij pleitte voor vijfjarige federale regeerperioden. Weg met de kiezer, zo leek het wel.En Jean-Luc Dehaene gaf het signaal dat er ook met CD&V daarover wel een klapke valt te doen. ‘Die vermenigvuldiging van verkiezingen is niet goed voor het beleid’, dicteerde hij (DS, 1 juni 2004)
Yves Leterme, in 2004 met glans verkozen als Vlaams minister-president, hield toen nog de boot af (‘geen punt van geloof’, DT, 31 dec. 2004), maar in de aanloop naar de verkiezingen van 10 juni 2007 gaf hij andere signalen. Vandeurzen volgde monkelend. Zelfs Bart De Wever was toen niet helemaal duidelijk. ‘Als het Belgische federaal model niet meer werk, schaf België gewoon af’ - de zin voor de achterban - combineerde hij met het pragmatisme van ‘Als de drie grote partijen daarvoor gewonnen zouden blijken, kan ik daar rationeel in meegaan’ (DM, 16 mei 2007)Een en ander liet vermoeden dat die toegeving binnen het kartel al lang als een van de minst schadelijke scenario’s werd beschouwd. Pasmunt voor het op gang trekken van nakende regeringsonderhandelingen?
Ruud Goossens (DM, 8 mei 2007) stelde dat het voor Leterme en voor CD&V geen optie was om te passen voor de federale kiesstrijd van 2007. Hij en niemand anders was het boegbeeld van de Vlaamse christendemocratie. Hij en niemand anders moest CD&V federaal terug aan de macht brengen. Goossens heeft niet helemaal ongelijk in het aanwijzen van het probleem. Maar de oplossing die hij suggereert is wel erg merkwaardig voor iemand die vermoedelijk vindt dat democratie beter wordt afgemeten aan de geregelde confrontatie tussen ideeën dan aan pragmatische overwegingen over plaats- en positiespel van de boegbeelden. Postjesdemocratie?
In een van de laatste televisiedebatten voor de verkiezingen namen de Vlaamsgezinde partijen duidelijk stellingen in via vier ex-VU'ers. ‘In andere landen zijn er ook veel verkiezingen’, relativeerde Geert Lambert (Spirit). ‘Gevaarlijk voor partijen rond de kiesdrempel’, waarschuwde Bart Staes (Groen!). Gevaarlijk ‘omdat het de Vlaamse autonomie terugschroeft’, stelde Frank Vanhecke (VB). ‘Verkiezingen’ zijn een ‘feest van de democratie’, voegde Geert Bourgeois (N-VA) daar nog aan toe.
Het leek er weer even op dat het idee was begraven, maar na de verkiezingen werd het ideetje weer opgerakeld.
Marleen Vanderpoorten (Open VLD) verdedigde die piste als voorzitter van het Vlaams Parlement. In haar elfjulirede dan nog. Dat zegt veel over de liberale kijk op de zaak... Samenvallende verkiezingen zullen het ‘de kiezer’ simpeler maken, zegt ze. In haar Vlaams Parlement zorgde het federale verkiezingsjaar 2007 voor dertien wissels. Inderdaad niet netjes. Maar ook voor dat probleem valt er als oplossing wel meer te verzinnen dan het inperken van het kiesrecht en de regionale dynamiek.
Tegenargumenten
Merkwaardig detail: het zijn de CD&V-jongeren, met voorop Peter Van Rompuy, die in een opiniestuk in De Standaard (13 juli 2007) de Vanderpoorten-piste radicaal afschieten: ‘Dat zou in één pennentrek haast alle Vlaamse verworvenheden wegvegen. Wij willen de deelstaten net meer verantwoordelijkheid toebedelen. Daarom ook moet elk bestuursniveau zijn beleid apart voor de kiezer verdedigen’. Papa Herman zal hem enkele weken later de les leren.
Ook Marc Reynebeau is op dat moment erg kritisch: ‘Hoe dat moet, als die kiezer dan twee campagnes tegelijk over zich heen krijgt, over twee verschillende politieke entiteiten met elk hun eigen problemen en uitdagingen, is niet duidelijk ...’ (DS, 18 juli 2007)
Nog meer tegenargumenten worden in stelling gebracht, onder meer in opiniestukken in de kranten.
Het gependel tussen Vlaams en federaal niveau is inderdaad een probleem. Maar daar is – mits de politici hun werk doen en overstapjes van verkozenen onmogelijk maken – best iets aan te doen. Letermes vlucht van het Vlaamse naar het federale niveau (2007) was geen fraai schouwspel, net zo min als die van zijn voorganger Patrick Dewael (2003). Het was in beide gevallen een keuze voor België eerst. En voor een Vlaams minister-president een weinig respectabel manoeuvre. Vlaanderen dienen vanuit federale posities? Tot dusver zijn we niet onder de indruk van de prestaties van de nieuwe federale premier...
Te veel verkiezingen? Ook dat is een mager argument. Marc Gevaert becijferde voor Doorbraak (maart 2008) dat er in de jaren 1980 meer verkiezingen waren dan er in dit decennium zullen zijn. Men ‘vergeet’ al eens te vermelden dat de Vlaamse verkiezingen samenvallen met de vijfjaarlijkse Europese verkiezingen, een stembusgang die in geen geval te ontwijken valt (evenmin als de zesjaarlijkse gemeenteraadsverkiezingen). Minder verkiezingen komen er dus enkel als men monsterverkiezingen organiseert (Vlaams, federaal, Europees), met op elk niveau legislatuurparlementen. Het argument is zo lek als een zeef.
In alle federale staten zijn federale en deelstaatverkiezingen gescheiden. Voor Fransen, Duitsers of Amerikanen is vaak kiezen geen probleem. Waarom slaat hier dan het populisme toe? Staan lange bestuursperioden per definitie voor beter bestuur? En waarom die angst voor de kiezer? Werkte het Vlaams Parlement slecht toen de federale regering maanden in een moeras verdween?
Partij en premier
Het wordt boeiend om volgen hoe CD&V zich over dit thema uit de verdeeldheid werkt.
In augustus 2007 werd trekpaard Dehaene van stal gehaald om een geblokkeerde Leterme uit de modder te trekken. In zijn “ontblote” schootnota was sprake van samenvallende regionale en federale verkiezingen vanaf 2009 en ‘Quid N-VA’? Louter een privédocument, loog men aanvankelijk. Doorgesproken met Leterme, die toen nog tegen was, zou later uit de VRT-reportage blijken (‘Gij halveert mijn overwinning’, DM 12 jan.). Leterme gaf dat trouwens in de West-Vlaamse tv-studio van WTV/Focus ook toe dat het om een CD&V-werkstuk ging. De nota werd afgeschoten, vooral omdat Reynders (MR) tegen was (‘Van de PS de grootste partij maken is niet mijn politieke doelstelling.’)
Als Herman Van Rompuy als verkenner opdraaft, pleit ook hij op 28 augustus voor het samenvallen van verkiezingen. Een persoonlijk standpunt?Ondertussen groeit in de Vlaamse Beweging ook de kritiek op samenvallende verkiezingen en samenvallende legislatuurparlementen. In dit systeem wordt de sleutel van de democratie – de kiezer raadplegen – weggegooid. (zie diverse opiniestukken, o.m. van Bart Maddens en Peter De Roover). Vlaams Belang en Lijst Dedecker (‘We moeten één ding verbieden: jobhopping. Wie op een bepaald niveau is verkozen blijft daar’, GVA, 19 nov.) zetten druk op de N-VA.
Hoe de CD&V-mandatarissen daarover denken, bleek uit een peiling van de VVB: niet doen!
In het Vlaams Parlement (27 feb.) zegt CD&V-fractieleider Ludwig Caluwé dat er in het tweede pakket staatshervorming midden juli zeker geen federale kieskring mag zitten, maar ook geen samenvallende verkiezingen (DM, 28 feb).
Ook Jan Jambon (N-VA) benadrukte dat de staatshervorming maar in één richting kan gaan. Hij stelde een veto tegen een federale kieskring, samenvallende verkiezingen en een paritaire senaat.
De absolute chef?
Maar Leterme noemt in maart gescheiden verkiezingen ‘een rem zijn op goed bestuur’. ‘Ik weet dat mijn standpunt een beetje ingaat tegen dat van anderen, ook uit mijn eigen partij’, zei hij tijdens een ontmoeting met lezers van Het Nieuwsblad.
Aanmoedigend applaus van Yves Desmet (DM, 4 april). ‘Zowat alle leidende figuren in de Wetstraat, over de partijgrenzen heen, zijn het inmiddels eens met die analyse. Het is een opsteker dat ook Yves Leterme tot dat inzicht gekomen is.’
Krijgt Leterme zijn ‘bocht’ verkocht? De Vlaams Parlementsleden (bij monde van Ludwig Caluwé) spartelen tegen. Een legislatuurparlement mag in Vlaanderen dan nog een beetje werken, op federaal vlak – waar communautaire conflicten extra vuurwerk zorgen – is dat minder evident. ‘Bij samenvallende verkiezingen valt ook de Vlaamse regering als de federale regering valt, zelfs als die nog goed functioneert. Dat lijkt me niet echt goed bestuur'... ‘Na een grondige staatshervorming, wanneer het zwaartepunt bij de deelstaten ligt en de confederale Belgische overheid eigenlijk een soort afgeleid niveau is, kan er wel over gepraat worden’, vindt Caluwé (HN, 4 april)
Ook waarnemend voorzitter Wouter Beke volgt Leterme niet: ‘Leterme sprak in persoonlijke naam ... Wij zijn hier geen vragende partij voor’ (HN en DM, 4 april).
Binnen CD&V worden de kaarten geschud. Voor de partij, maar ook voor Vlaanderen. Jongeren, Vlaams Parlementsleden, de Vlaamsgezinde CD&V’ers... ze hebben al moeten slikken dat hun partij in de regering stapte zonder de beloften waar te maken. Krijgen ze nog maar eens een signaal dat ze binnen CD&V absoluut licht wegen? En slikken ze samenvallende verkiezingen, de ultieme wegversperring voor al wie streeft naar meer Vlaanderen?
Het wordt tijd voor duidelijkheid. Wie zegt de confederale kaart te trekken, moet ook in de electorale huishouding in dit land orde op zaken zetten. Meer Vlaanderen (en Wallonië) en goed bestuur bereik je niet door regionale verkiezingen ondergeschikt te maken, maar wel door de federale verkiezingen af te schaffen en de federale kamers – al dan niet nog tijdelijk - proportioneel samen te stellen door de parlementen van de Franse en Vlaamse Gemeenschap (met een gewaarborgde Brusselse vertegenwoordiging). Elk ander spoor leidt naar meer België. En dat was niet de bedoeling. Toch niet van de meerderheid van de Vlaamse kiezers. Niet in 2007. En wellicht ook niet in 2009.
JVdC
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.

