Geld voor Brussel? (vrije tribune)

01-04-2008 / Jan Degadt


De relatie tussen Vlaanderen en Brussel is op zijn zachtst gezegd gecompliceerd. Wie het woord “Brussel” laat vallen, maakt elke discussie over de staatshervorming een stuk moeilijker.

Brussel (19 gemeenten) heeft een heel specifieke plaats gekregen in ons staatsbestel. De Vlaamse Gemeenschap beschikt er over volwaardige bevoegdheden, maar niet exclusief. Ook de Franse Gemeenschap kan er zijn bevoegdheden uitoefenen. Brussel is een volwaardig Derde Gewest. Het is volgens de federale taalwetgeving het enige volledige tweetalig gebied (het Vlaams Komitee voor Brussel moet soms wel eens juridisch tussenkomen om dat af te dwingen). Het is federale hoofdstad, hoofdstad van Vlaanderen, van de Franse Gemeenschap en vestigingsplaats van internationale instellingen.

Dat heeft ook gevolgen voor de positie van de individuele Brusselaar, in het bijzonder de Brusselse Vlaming. Als groep hebben de Brusselse Vlamingen bepaalde rechten. Zij sturen tenminste 17 volksvertegenwoordigers naar het Brusselse parlement en twee ministers en een staatssecretaris naar de Brusselse regering. De Vlaamse Brusselse politieke vertegenwoordiging beschikt als Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) over bepaalde bevoegdheden. De Brusselse Vlamingen hebben ook een gewaarborgde vertegenwoordiging van zes zetels in het Vlaams Parlement en ten minste één minister in de Vlaamse regering. Op het federale niveau hebben zij recht op ten minste één senator (dat laatste is “theorie”, het wordt dus niet nageleefd).

Belangrijk

Vanuit Vlaanderen bekeken is Brussel om meer dan één reden erg belangrijk. Naast de zorg voor de Brusselse Vlamingen en de hoofdstedelijke functie zijn er de geografische ligging en de economische banden. Brussel is een “tewerkstellingsmachine”. Ongeveer één op tien in het Vlaamse Gewest wonende Vlamingen in loondienst werkt in Brussel-19.

Mag dat wat kosten? In de debatten over de staatshervorming is één van de steeds terugkomende items de ‘herfinanciering van Brussel’. Natuurlijk mag het wat kosten, maar dan wel met de volgende kanttekeningen: - Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) staat “naast” en niet “boven” de andere gewesten. Het BHG is niet meer of minder ondergefinancierd dan Vlaanderen of Wallonië. Federale financiering moet gebeuren op basis van dezelfde criteria voor iedereen. - De hoofdstedelijke functie is specifiek. Natuurlijk moet men hierin investeren zoals ook in de internationale uitstraling van Brussel. Laat ons echter wel wezen. Het gaat om een investering en niet om een gift of een blanco cheque, zoals sommigen blijkbaar verwachten onder de hoofding “herfinanciering van Brussel”. Bij een investering gelden criteria als kosten-batenanalyse, effectiviteit, transparantie en democratische controle. - De hoofdstedelijke gelden moeten niet noodzakelijk gespendeerd worden door lokale overheden. Men kan een voorbeeld nemen aan Vlaanderen waar men een onderscheid maakt tussen de zorg voor de Brusselse Vlamingen (financiering via VGC) en de hoofdstedelijke functie (financiering via het Brusselfonds van de Vlaamse regering).

Hoe dan ook moet men de besteding van de hoofdstedelijke gelden goed opvolgen. Wij willen allen een Brussel dat leefbaar is voor zijn bevolking, zijn toeristen, zijn pendelaars ... Maar: tijdens één van de rondjes staatshervorming stelde men voor om Franstalige bibliotheken in de Rand te laten financieren vanuit Brussel. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Cijfers

Trends heeft de cijfers nog eens op een rijtje gezet (13 maart). Brussel is niet “ondergefinancierd”. Het krijgt voor zijn hoofdstedelijke functie een bonus die geschat wordt op 600 miljoen euro op jaarbasis. Het geld komt uit allerlei “potjes” die te maken hebben met de hoofdstedelijke functie, zoals extra geld voor politiezones, gemeenschapscommissies en Vlaamse schepenen. Er zijn de solidariteitsbijdrage (bijdrage tot de personenbelasting) en vooral ook Beliris. Beliris is een samenwerkingsakkoord tussen de federale regering en het BHG. Het oorspronkelijk idee was dat de federale regering opdraait voor de kosten voor de Europese aanwezigheid (terecht, want het is de federale regering die afspraken maakt met de Europese instellingen). Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van de Kortenbergtunnel. Vandaag is er echter “meer Brussel” en “minder Europa”. Het geld dient bijvoorbeeld voor de renovatie van het Atomium.

Vlaanderen heeft alle belang bij een welvarend Brussel. Overigens wordt het Brusselse Gewest in vergelijking met andere bestuursniveaus helemaal niet zo slecht bestuurd. Men heeft overal de onvermijdelijke voetnoten. Het Brusselse bestuursprobleem situeert zich vooral op gemeentelijk niveau. De gemeenten zijn te ongelijk in grootte en te talrijk.

Daarom pleit ik voor de volgende onderhandelingspositie van Vlaanderen wat betreft de ‘herfinanciering’ van Brussel: investeren in Brussel kan maar dan wel op projectbasis, niet op basis van een automatisme dat verspilling aanmoedigt. Vlaanderen moet ook zorgen voor de nodige opvolging. Vlaanderen en Brussel moeten ook emotioneel beter naar elkaar toegroeien.

Jan Degadt

Jan Degadt is hoogleraar aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Hij is ook voorzitter van het Vlaams Komitee voor Brussel maar schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.