Solidariteitspact: touwtrekken om economisch beleid

Zes werkgeversorganisaties hebben op 10 maart een Solidariteitspact ondertekend. Tegen 2020 willen ze 500 000 nieuwe werkenden aan de slag om de economische groei, de welvaart en de “interpersoonlijke solidariteit” in België in de toekomst verder te kunnen verzekeren. Het is een compromis tussen de drang naar meer bevoegdheden aan Vlaamse kant, en de vrees voor regionalisering aan Franstalige zijde. Het unitaire VBO probeert intussen zijn greep op de gebeurtenissen te behouden.
Voka was de drijvende kracht achter het tot stand komen van het Solidariteitspact. Voorzitter Urbain Van Deurzen formuleerde de doelstelling van 500 000 banen al op een congres in 2007. Er werden contacten gelegd met de Waalse werkgevers van UWE (Union Wallonne des Entreprises) en de Brusselse werkgeversorganisatie BESI (Brussels Entreprises Commerce and Industry). De bedoeling was een gezamenlijke tekst uit te werken voor de regering Leterme I zou zijn gevormd.
Maar de top van UWE wilde na enige tijd federale rugdekking hebben van het Verbond van Belgische Ondernemingen. Daarop klopte Voka aan bij de zelfstandige ondernemers van Unizo, om sterker te staan aan Vlaamse kant. Maar Unizo heeft ook een tegenhanger beneden de taalgrens, ECM (Union des Classes Moyennes), en zo waren ze uiteindelijk met zes.
Dat is ook te merken aan de tekst en aan de verklaringen die na de ondertekening ervan werden afgelegd.? Komt er bijvoorbeeld een regionalisering van de vennootschapsbelasting? Ja, zegt Voka. Neen, klinkt het bij UWE. Moeten de gewesten zelf sancties kunnen opleggen tegen werkonwilligen, m.a.w. moeten er bevoegdheden van de RVA worden overgeheveld? Ja, zegt Unizo. In geen geval, antwoordt het VBO.
Taboes
Het pact wil een aantal taboes doorbreken. Alle werkgeversorganisaties erkennen dat Vlaanderen, Wallonië en Brussel op heel wat punten van elkaar verschillen: opbouw van de economie, bereikbaarheid, mobiliteit, energiegebruik, milieudruk, verhouding tussen de publieke en private sector. De regio’s moeten daarom een gedifferentieerd beleid kunnen voeren op maat van de ondernemingen en van de arbeidsmarkt.
De huidige institutionele structuur in België functioneert niet optimaal, zegt de tekst, verdere evoluties zijn noodzakelijk. Zo zijn de ondertekenaars het eens dat goed beleid samengaat met financiële verantwoordelijkheid: gewesten die het goed doen, moeten daarvoor worden beloond. Omgekeerd moeten ze zelf de financiële gevolgen dragen als er gebrek aan resultaten is.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof de weg wordt vrijgemaakt voor een ingrijpende staatshervorming, maar dat is zeker niet het geval. De voorzitter van UWE, Eric Domb, zei dat hij wil blijven opereren binnen de huidige federale structuren. De responsabilisering van Wallonië is volgens hem nodig omdat anders op de duur de solidariteit vanuit Vlaanderen in vraag zal worden gesteld. De Franstalige politici moeten eindelijk werk maken van het activeren van werklozen. En het Franstalig onderwijs moet drastisch verbeteren. Maar voor een verdere regionalisering zou volgens Domb een veel te dure prijs worden betaald, onder de vorm van nieuwe instellingen en nog meer ambtenaren.
Lasten
De tweespalt zit ook ingebakken in de passages over lastenverlaging voor bedrijven. Er is een drastische verlaging nodig van het tarief in de vennootschapsbelasting: ‘Hiertoe moeten alle pistes onderzocht worden – zonder enig taboe’, zo luidt het. Een regionalisering van de vennootschapsbelasting? Er wordt eerder gedacht aan regionale kortingen onder de vorm van belastingkredieten (in ruil waarvoor?), die budgettair neutraal moeten zijn voor de federale overheid.
Met andere woorden, de federale regering blijft aan zet, en bevoegd voor de bedrijfsbelasting. Er is dus een aanzet tot discussie, waardevol op zich, maar beperkt in omvang. Aan Franstalige zijde is de vrees te groot voor fiscale concurrentie.
En wat te denken over het volgende? ‘De bevoegdheden inzake onderwijs, vorming en opleiding, activering van werklozen (hierin inbegrepen controle- en sanctioneringsmechanismen) moeten op de meest efficiënte, resultaatgerichte en responsabiliserende manier georganiseerd worden, zonder enig taboe.’ Het VBO heeft al duidelijk te kennen gegeven dat het bestraffen van werklozen met deze tekst rustig op het federale niveau kan blijven, en dat de controlebevoegdheid van de RVA zelfs zou kunnen worden versterkt.
Andere addertjes ...
... of heuse adders als het gaat over de versterking van de internationale functie van Brussel. Er wordt gepleit voor de creatie van een interregionaal samenwerkingsverband voor ‘belangrijke dossiers in Brussel en de Rand’: de luchthaven van Zaventem, de ring rond Brussel (bedrijventerreinen), het aantrekken van buitenlandse investeerders. En er moeten volgens de gezamenlijke werkgevers bijkomende middelen worden vrijgemaakt voor de internationale rol van Brussel. Het ware op zijn minst passend geweest te herinneren aan de taalkundige en culturele integriteit van het Nederlandse taalgebied. Daarover geen woord.
Conclusie: dit pact onder werkgevers heeft zijn verdiensten, omdat het openingen maakt voor nieuw beleid en meer regionale accenten. Maar het mag zeker ook niet overroepen worden, temeer daar heel wat van de goede bedoelingen nog in concrete voorstellen moeten worden omgezet, en omdat het door de Franstalige werkgevers en het VBO al bij al restrictief wordt geïnterpreteerd. Ook al lijkt bij het UWE het besef te groeien dat het vijf voor twaalf is, en dat Vlaanderen straks resoluut zijn eigen weg zal gaan als l’économie de papa blijft voortbestaan.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.

