Verminderd taalbesef: Nederlands over and out?

Vlamingen klagen over de verengelsing, maar doen er zelf aan mee. De halfgeletterde volksklasse met wankel besef van taal en erfgoed geeft haar kroost Engelse namen, veelal die van pop- en filmsterren. Vaak komen daarbij onregelmatigheden in uitspraak of spelling die eveneens een gebrek aan Nederlands taalbesef verraden. Velen denken dat de bijbelse krachtpatser Samson het met Dilailah deed.
In de weergave van vreemde namen worden Nederlandse vormen op grote schaal door Engelse verdrongen, bijvoorbeeld Sudan voor Soedan, Gorbachov voor Gorbatsjov. Ooit verrieden luie studenten hun onoordeelkundige ontlening aan anderstalige bronnen door binnen één tekst (oeps, “paper”) de vormen Gorbachov, Gorbatchov Gorbatschow en Gorbatsjov te gebruiken. Vandaag lezen ze geen Frans of Duits meer, en wordt de eenheid van spelling hersteld door alleen nog de Engelse vorm te gebruiken.
Iedereen weet dat CEO’s en managers regelmatig brainstormen over hun return on investment. Maar de verengelsing is veel verder uitgedijd dan de op de VS georiënteerde businessklasse. In New-Age-kringen is het Engels in feite gepromoveerd tot een soort gewijde taal voor allerlei diepzinnigs.
Let wel, er is niets op tegen dat technische termen van een bepaalde discipline door alle beoefenaren wereldwijd worden gebruikt. In de Japanse gevechtskunsten heeft iedereen het over sensei (meester), dan (graad) of dojo (trainingzaal), en klassieke musici spelen ook in Korea andante of glissando. Normaal dus dat zoekers aller landen een exotische term gebruiken voor hun beoefening van zen (“meditatie”, Japanse vorm van Sanskrit dhyâna, “aandacht”) of vipassana (Pali, eveneens “aandacht”). Maar dat is hier juist niét het geval.
De laatstgenoemde praktijk, vipassana, wordt momenteel geadverteerd als “mindfulness”. Waarom dat Engels? Allicht heeft iemand het onderwerp voor het eerst in die taal leren kennen en was hij te inert om te vertalen, dezelfde reden waarom Vlaamse dialecten fietsonderdelen guidon en frein noemden.
Een toonaangevend boek over “mindfulness” geeft ter sfeerschepping wat citaten van mystici allerhande in het Engels. De auteur redeneerde blijkbaar: in het oorspronkelijke Perzisch of Chinees zouden die onverstaanbaar zijn, en in het Nederlands te banaal voor mijn fijne zinnen, maar Engels is tegelijk verstaanbaar én exotisch. Ik zou dat anders beoordelen: aan het ene eind heb je de brontaal voor de deskundigen, aan het andere het Nederlands voor gewone mensen, en het Engels is noch vis noch vlees, willen en niet kunnen, louter snobisme.
De penetratie van het Engels gaat inmiddels al veel dieper dan de woordenschat, ondermeer de letterlijk vertaalde uitdrukkingen: “U heeft wel een punt”, “ik heb mijn punt gemaakt”, “ga ervoor”. Niets nieuws, talloze Nederlandse uitdrukkingen zijn eigenlijk Frans of Latijn, en alleszins beter “in een notendop” dan “in a nutshell”.
Taaleigen
Storender wordt het wanneer elementen niet gewoon aan de taal toegevoegd worden, maar het bestaande taaleigen verdringen of in de war sturen. Zo lezen we in recente persberichten: ‘De steun voor dissident X neemt enkel toe als hij de mond wordt gesnoerd’, of: ‘In Saoedi-Arabië worden dieven een hand afgezet’. Dat moet zijn: ‘als hem de mond wordt gesnoerd’, en: ‘dieven wordt een hand afgezet’. Het Nederlands maakt een correct onderscheid tussen onderwerp (de mond, een hand) en datiefvoorwerp (hem, dieven); het Engels minder en minder. Snobs, niet gehinderd door zelfrespect, vlijen zich echter bij de machtigste speler neer, hier dus het Engels.
Het onvermogen om de rug recht te houden tegen de Engelse vloed heeft alles te maken met een verminderd taalbesef als gevolg van neerwaartse onderwijshervormingen en van de verdringing van lees- door beeldcultuur. Dat speelt ook zonder vreemde invloeden, zie bijvoorbeeld de oprukkende vervanging van “puberteit” door “pubertijd” (met foute klemtoon), of “uitdeinen” waar men “uitdijen” bedoelt. Zie ook de Noord-Nederlandse vervaging en herschikking van de woordgeslachten: ‘De tafel, hij heeft vier poten’, of zelfs: ‘De teef, hij heeft jonkies’. Het vrouwelijk geslacht verdwijnt maar wordt wederingevoerd voor woorden die instellingen aanduiden,bijvoorbeeld Guy Verhofstadt aanvaardde de jongste koninklijke opdracht ‘in het belang van ons land en haar inwoners’. Gewone Vlamingen voelen het woordgeslacht nog steeds aan en passen spontaan de regel toe. Maar Vlaamse snobs, ondermeer op de VRT-nieuwsredactie, scharen zich aan de zijde van de machtigste partij binnen ons taalgebied, dus ruilen ze de Vlaamse correctheid voor de Hollandse slordigheid.
Hollanders verwaarlozen de regels, Vlamingen lopen de Hollanders achterna (is het niet aan de Walen, dan vinden kruipgrage Vlamingen wel iemand anders om zich aan te onderwerpen), beiden ontberen de taalfierheid die nodig is om zich tegen de Engelse overmacht staande te houden.
Is dat erg? Taalnormen veranderen nu eenmaal; wat de Romeinse leraar fout aanrekende, is in het Italiaans correct. Tel daarbij dat François Mitterrand het Nederlands een stervende taal noemde, dus daaraan hoeven we geen taalzuivering meer te besteden. Wel zorgwekkend is de mentaliteit die deze overwoekering van het Nederlands in de hand werkt. Wie voor zoiets bloedeloos als taalcorruptie geen immuniteit heeft, zal die zich tegenover ernstiger bedreigingen weerbaarder tonen?
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.

