Open VLD: de leugen heeft korte beentjes

‘In een authentieke federale staat moet elk niveau zijn eigen inkomsten kunnen innen en zijn deel van de schuld dragen’, schreef Guy Verhofstadt in zijn tweede Burgermanifest (1992). Het was de aanzet tot een periode van Vlaamse vurigheid in het leven van de in juni 2007 dik gebuisde Belgische premier. Vandaag wil die meneer plots weer een grote staatshervorming...
In De Belgische ziekte (1997) was Verhofstadt nog duidelijker. ‘We worden meegesleurd door het Zuiden, door het immobilisme van het leidende establishment aldaar (FGTB, PS ...) ... We kunnen niet blijven wachten op ik weet niet welke ommekeer in het zuiden van het land. Het is de hoogste tijd dat ook uitgebreide bevoegdheden inzake sociale zekerheid en – nog belangrijker – fiscale autonomie aan de deelgebieden worden toegekend’ (p. 38, p.56).
‘Niet zozeer het samenleven van twee culturen schept problemen, maar het verzoenen van twee totaal verschillende visies op de aanpak van de sociale en economische uitdagingen’. (p. 45).
‘Een aantal politici heeft naar aanleiding van de roep naar een grotere Vlaamse zelfstandigheid het idee geopperd een referendum te organiseren ... Hun vraag om een referendum is terecht’ (p. 57). ‘Dat referendum zou door het Vlaams Parlement onder de Vlamingen georganiseerd kunnen worden’ (p. 58).
‘Nog enkele jaren immobilisme ten gevolge van de onwil van de PS is de beste voedingsbodem voor het separatisme’ (p. 59).
Een gezel van de premier – Patrick Dewael – kon niet onderdoen, en ook hij baande zich op een Vlaams profiel een weg naar de post van Vlaams minister-president. Ook zijn overtuiging was een boekje waard: Het Vlaams Manifest. Ruimte voor regio’s (2002).
‘De voortschrijdende internationalisering brengt een grotere behoefte aan identiteit met zich mee’ (p. 17). ‘Volgens de Vlaamse visie, die ik deel en die gebaseerd is op het jus solis, is het Belgisch institutioneel bouwwerk gefundeerd op de afbakening van de afgegrensde deelgebieden (taalgebieden, de gemeenschappen, de gewesten)’ (p. 22).
‘De Franstaligen blijven zich verzetten tegen de logische consequentie van de grondwettelijke indeling van België volgens het territorialiteitsprincipe: de splitsing van het gerechtelijk arrondissement en het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde’ (p. 24). ‘De Vlamingen zien het systeem van de faciliteiten als restrictief, uitdovend en gericht op integratie’ (p. 25).
‘Het federale België is een ingewikkeld kluwen geworden, met tal van overlappende bevoegdheden die dit goede bestuur niet ten goede komen’ (p. 47).
‘Ik meen dat het subsidiariteitsprincipe de beste waarborg biedt voor het democratisch karakter van het bestuur. Dit beginsel houdt in dat een centraal gezag zich niet met zaken mag bemoeien die beter op een lager niveau geregeld kunnen worden’ (p. 48).
‘België moet de mogelijkheid krijgen om zijn stemmenaantal in Europa op te splitsen. Dat zou Vlaanderen en Wallonië de mogelijkheid geven om rechtstreeks deel te nemen aan de beslissingen van de Raden van ministers voor de materies die hen aanbelangen’. De zogenaamde split-vote geeft een betere invulling aan het subsidiariteitsprincipe’ (p. 54).
‘Ik meen dat de bestaande transfers de zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid bij de ontvangers eerder belemmeren dan prikkelen’ (p. 66).
‘De deelstaten moeten de gelegenheid krijgen hun eigen beleidsvisies te ontwikkelen, inzake werkgelegenheid, loonvorming en economisch beleid, inzake gezondheidszorg en gezinsbijslagen’ (p. 67).
De derde blauwe Vlaamsgezinde deed niet onder voor zijn maten. In datzelfde jaar schreef hij De toekomst is vrij (2002). Wie zijn wij om hem tegen te spreken...
‘Het jeugdsanctierecht was lang niet voor het eerst dat een dossier op een communautaire blokkade stoot. Dat gaat van investeringen in de NMBS tot de hervorming van de ambtenarij... De historische achtergronden, de gevoeligheden en de politieke cultuur liggen anders in noord en zuid. Als er dan nog verschillende politieke krachtsverhoudingen zijn, een uiteenlopende economische structuur en een andere taal, is een federale staat met twee deelstaten geen evidentie’ (p. 146).
Na al die staatshervormingen blijkt het Belgische staatsbestel nog steeds niet te werken. (p. 152) ... Ik krijg steeds meer de indruk dat België geen meerwaarde meer biedt, een gevoel dat zich overigens bij de bevolking ook steeds meer doorzet’ (p. 153).
‘De ziekteverzekering moet worden geregionaliseerd ... Hetzelfde patroon kan je perfect volgen voor het werkgelegenheidsbeleid... Conflicterende beleidskeuzes kan je vermijden door er een volledig regionale bevoegdheid van te maken ‘(p. 155).
‘Het huidige systeem, waarbij de Franstaligen Vlaamse plannen tot belastingverlaging of voor een andere inrichting van de fiscaliteit kunnen afremmen en soms zelfs tegenhouden, is ronduit irritant’ (p. 156).
‘Wat het meest voor de hand ligt, is dat de Brusselaars de keuze krijgen tussen de Vlaamse en het Waalse sociale model’ (blz. 156).
Tot daar deze bloemlezing. Verhofstadt, Dewael, De Gucht, ze komen vandaag terug in beeld, en preken de passie. Maar blauw, blauw, blauw ... wie gelooft die mensen nog?
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.

