Armeense kwestie vormt veel grotere uitdaging

28-08-2003 / Dirk Rochtus

De laatste maanden heeft de Turkse regering van Tayyip Erdogan ingrijpende hervormingen door het parlement gesluisd. De Europese Unie houdt Turkije de wortel van het felbegeerde lidmaatschap voor en dat zet de Turken ertoe aan om broodnodige veranderingen in politiek, economie en maatschappij door te voeren. Op termijn zal dit ook het wezen van de Turkse staat grondig wijzigen.

Tot op heden is de Turkse staat op centralistische leest geschoeid. Historisch valt dit te verklaren omdat de stichters van de Turkse republiek (1923) de ondergang van het Ottomaanse Rijk ook toeschreven aan zijn multi-etnische en multireligieuze karakter, een analyse die ook in zekere zin opgaat voor Oostenrijk-Hongarije. Beide rijken misten interne cohesie en gingen verzwakt de Eerste Wereldoorlog in die hen ten slotte de genadeslag zou geven.

Het Turkse nationalisme werd nieuw leven ingeblazen door de inval van het Griekse leger in 1919. Van de daaropvolgende “bevrijdingsoorlog”, zoals de Turken hun afweer van de Griekse invasie noemen, zouden de minderheden de dupe worden.

De Griekse oerinwoners van Anatolië werden de zee ingedreven of uitgewisseld tegen de Turken die in Griekenland woonden. De Armeniërs zagen hun Groot-Armenië, dat ook Trabzon, Kars en Van in het huidige noordoosten van Turkije omvatte, in rook opgaan. Het Verdrag van Lausanne van 1923 tussen Turkije en de westerse grootmachten kende het statuut van minderheid alleen toe aan die bevolkingsgroepen die niet islamitisch waren: joden, Grieken en Armeniërs die nog op het Turkse grondgebied overbleven.

Koerden

De Koerden konden als moslims geen aanspraak maken op een aparte identiteit. Voor zover ze zich assimileerden in de Turkse maatschappij konden ze alle ambten uitoefenen die openstaan voor elke Turkse staatsburger. Zo waren verschillende Turkse presidenten van Koerdische origine. Moeilijkheden ontstonden voor die staatsburgers die meer rechten opeisten voor de Koerdische taal en cultuur. De Turkse staat onderdrukte zulke verzuchtingen, bevreesd als hij was voor separatisme, voor alles wat leek op een heruitgave van het gehate verdrag van Sèvres van 1920 dat voorzag in de opsplitsing van Turkije.

Decennialang werd de Koerdische identiteit genegeerd en onderdrukt. De tijden zijn aan het veranderen. Er is al lang geen sprake meer van “Bergturken”, het woord “Koerd” is geen taboe meer. Er zijn voorzichtige aanzetten tot onderwijs en radio- en televisie-uitzendingen in het Koerdisch. De opening is gemaakt. Het aandringen van de EU op respect voor de eigen minderheden maakt dat er meer faciliteiten komen voor de Koerden.

Bezorgdheid heerst nog onder de generaals die zichzelf zien als de hoeders van Atatürks erfenis: een laïcistische staat die de etnische verschillen wilde overstijgen. Recente hervormingen echter herleiden de Nationale Veiligheidsraad waarin de generaals het voor het zeggen hebben, tot een louter adviserend orgaan.

Een oplossing voor het Koerdische vraagstuk is niet langer denkbeeldig als Turkije het met meer empathie aanpakt en de buitenwereld dat moeizame proces op een rationele wijze begeleidt.

Grotere uitdaging

Een veel grotere uitdaging in de toekomst vormt de Armeense kwestie. Al draagt het Ottomaanse Rijk de verantwoordelijkheid voor de massamoord op de Armeniërs (in 1915 – dus tijdens WO I), toch weigert de Turkse republiek deze misdaad als “genocide” te erkennen. De Armeniërs zouden immers wel eens territoriale en geldelijke eisen kunnen stellen.

Turkije begaat nu de flater door de slachtoffers die aan beide zijden zijn gevallen tegen elkaar te willen uitspelen. Tijdens mijn bezoek aan het “Armeense gedeelte” van Turkije in juli was er juist in Kars een massagraf van Turkse slachtoffers blootgelegd. Ook gewone Turken zijn door Armeense milities tijdens de gevechten tussen Ottomaanse en tsaristische troepen vermoord.

Toch mogen oorzaak en gevolg niet worden verwisseld. Turkije moet onder ogen zien dat de moord op de Armeniërs een systematisch karakter droeg en veel grootschaliger was dan wat er eventueel van Armeense zijde gebeurd is.

Wat Turkije nu doet, zou ongeveer hetzelfde zijn als wanneer de Bondsrepubliek Duitsland de moord op Sudetenduitsers door Tsjechische bendes in mei 1945 zou aanwenden om de vervolging van de Tsjechen of de Polen door de nazi’s te relativeren. Duitsland heeft een verstandige houding van schuldbelijdenis en verzoening aangenomen tegenover zijn oostelijke buren. Ook Turkije zou zich zo een houding moeten aanmeten tegenover Armenië. Een stap vooruit zou de erkenning van de bestaande grenzen door beide staten en het afzien van elke vorm van revanchisme zijn.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.