Gerolf Annemans: onafhankelijkheid moet en kan. (Tribune)

26-11-2007 / Gerolf Annemans


Gelijk krijgen is een drankje dat soms bitter kan smaken. Dat mocht ik bijvoorbeeld ondervinden bij de laatste verkiezingen. Zelfoverschatting – zo bleek – is meestal een slechte raadgever in de politiek. Maar (gedane zaken nemen geen keer) ik wil hier niet over het verleden spreken. Immers: gelijk krijgen kan ook zeer zoet smaken. Dat mocht ik sinds diezelfde verkiezingen dan weer ondervinden in nagenoeg heel de formatie van Yves Leterme. Die bewijst namelijk – zelfs vroeger dan ik had verwacht – dat het steeds moeilijker zal worden om nog een federale Belgische regering te vormen.

Het was – denk ik - in 1991 dat ik een congres organiseerde waarvoor in het partijbestuur de werktitel “Onafhankelijkheid kàn” werd gehanteerd. In verschillende werkgroepen toonden wij aan hoe de monetaire overgang (er was toen nog geen euro) probleemloos kon verlopen, hoe de rechtsorde probleemloos kon overgedragen worden, hoe de staatsschuld moest verdeeld worden en hoe belastingen en sociale zekerheid zouden functioneren tijdens en na zo’n transitie.

Tijdens de voorbereidingen merkte Karel Dillen op dat de radicale vleugel zeker niet mocht denken dat onafhankelijkheid slechts wenselijk was indien bewezen zou kunnen worden dat er zich geen praktische problemen zouden stellen en dus veranderden we de titel in “Onafhankelijkheid moet èn kan”. De zaal van het nationaal congres werd geheel gevuld met 200 aanwezigen en tegen de avond was het Belgisch koninkrijk verrijkt met de eerste in het parlement vertegenwoordigde partij die van plan was om de 21ste eeuw tegemoet te treden met een programma waarvan het belangrijkste credo de ontbinding was van de Belgische Unie en de stichting van een Onafhankelijk Vlaanderen. De geschiedenis was er rijp voor. Ook de VVB sloeg het jaar nadien die richting in. De staatshervorming van 1988, met het rampzalige prijskaartje van een Brussels gewest, had diepe wonden geslagen. Een radicalisering was onvermijdelijk. Het laatste hoofdstuk van de Volksunie vatte aan.

Tsjechen en Slovaken

In die tijd, nauwelijks enkele jaren na de scheiding van de republiek Tsjecho-Slowakije, voerde ik een partijdelegatie aan die zowel in Praag als Bratislava door nagenoeg alle politieke partijen werd ontvangen. We leerden er dat het federale model op een goede dag was vastgelopen, omdat door uiteen wijkende publieke opinies, na verkiezingen de vorming van een federale regering onmogelijk was geworden. Met een federale wet van amper vier bladzijden werd het land vreedzaam gesplitst en aldus uit de impasse gehaald.

Op een gegeven ogenblik loopt een kunstmatig staatsverband vast. Het moge een wijze les zijn. En Karel Dillen had gelijk. Het is niet alleen zo dat onafhankelijkheid kàn, dat – behoudens Brussel - de meeste problemen vrij eenvoudig oplosbaar zijn. Het moèt ook.

Participeren aan (de constructie van) Belgische regeringen kost minstens veel tijd en energie en ondertussen krijgt Vlaanderen niet waar het nood aan heeft en ook recht op heeft. Deze formatie heeft ook voor iedereen nu duidelijk gemaakt dat autonomie verwerven in zaken die nochtans voor Vlaamse mensen dringend en essentieel zijn, schier onmogelijk is geworden.

De veel te moeizame en onvoldoende stappen en vooral de veel te trage timing van dit proces van staatshervorming tonen aan dat men tegen de Vlaamse kiezers moet ingaan om België te kunnen besturen. Vlot Belgische regeringen vormen was het handelsmerk van Verhofstadt. Wel legde hij het Vlaamse autonomie-proces stil, plooide naar Franstalige desiderata en deemsterde weg in een bijwijlen kinderachtig neo-Belgicisme. Eerste minister willen worden betekent bereid zijn om zichzelf – zoals CVP en nadien VLD - kapot te regeren want daarvoor moet het democratisch gegeven van de wens der Vlaamse kiezers gefnuikt worden. Verhofstadt ligt aan de basis van Letermes moeilijkheden want Franstaligen zijn verslaafd geraakt aan het status quo. De CD&V krijgt de boel niet meer in gang. En de vraag rijst in hoeverre ze nog echt wil.

Slechts figuren die niets te verliezen hebben zoals Dehaene of Eyskens grijpen terug naar de vroegere rol die de CVP speelde. De jongeren hebben echter een woestijntocht achter zich die gekenmerkt werd door liberale beschimpingen over de tijd toen de CVP het landsbestuur stutte.

Ze zijn bespot en in zekere zin vernederd tijdens die acht jaar paars. Onderweg kregen ze een lang mes tot aan het lemmet in de rug geploft vanwege de cdH bij de Lambermont- manoeuvres. Een zekere verbittering kenmerkt de CD&V. Ze is langs alle kanten verraden. En ze heeft zich slechts uit het dal kunnen trekken, niet door de oude recepten van “tot iedere prijs het land redden” boven te halen, maar door verandering en Vlaamse autonomie te beloven. Ze hebben niet te veel beloofd, zoals Yves Desmet en co staan te roepen, maar absoluut te weinig. Zelfs dat weinige wordt echter niet meer begrepen, niet meer aanvaard.

Daarom zouden Vlaamse politici beter de Vlaamse onafhankelijkheid hanteren. Het zou voor Vlaanderen levensnoodzakelijke tijdswinst betekenen in sociaal economisch turbulente wateren.

Gerolf Annemans

Volksvertegenwoordiger Vlaams Belang

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.