Academici benen bij in regionaliseringsdebat

Meer regionale verantwoordelijkheid, maar doorgedreven autonomie? Academici benen bij in regionaliseringsdebat
Er was een tijd dat de academische wereld het voortouw nam in het regionaliseringsdebat. Velen herinneren zich nog de baanbrekende studies in de jaren tachtig van de Leuvense economen over de transfers, of de voorstellen in de jaren negentig van hun collega’s juristen inzake een Vlaamse sociale zekerheid. Anno 2007 loopt de academische wereld achter in het debat. Die achterstand werd de jongste tijd wel wat goedgemaakt, met onderbouwde pleidooien voor meer regionale verantwoordelijkheid.
De academische wereld mengde zich recent (oktober) zeer uitdrukkelijk in het debat over de sociaal-economische dossiers van de staatshervorming, die veruit het zwaarst wegen in de huidige (Vlaamse) agenda. De Leuvense economiefaculteit organiseerde een internationaal colloquium over fiscaal federalisme, met bijzondere focus op de Belgische casus. Het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van zijn kant verzamelde een groep academici rond “sociaal federalisme”, met topics als de regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid en het sociaal overleg, de defederalisering van de gezondheidszorgen
Om de vraag naar meer fiscale autonomie voor de gewesten en gemeenschappen te ondersteunen, kropen de Leuvense economieprofessoren Dirk Heremans en Theo Peeters nog eens in hun pen. Zij trekken reeds sinds de jaren tachtig mee de kar van een grotere regionale autonomie. Ditmaal kregen ze bijkomende steun van Koen Algoed, een jonge economieprof aan het Brusselse Vlekho (thans onder één dak met Ehsal en KUB) en gewezen directeur van de studiedienst van CD&V.
Het economentrio maakt in zijn analyse nogmaals duidelijk dat de fiscale autonomie van de deelgebieden in België zeer beperkt is: 80% van de middelen van gewesten en gemeenschappen samen zijn dotaties, slechts 20% eigen belastingen. Bovendien leidt het financieringsstelsel nog steeds tot een inkomensparadox, waarbij de rijkste deelstaat relatief (per inwoner) de minste middelen krijgt en vice versa. Dit geldt zowel voor de gemeenschappen als de gewesten. Nog erger is dat het arme gewest – Wallonië maar ook Brussel – financieel bestraft wordt indien het zijn fiscale draagkracht ziet toenemen, omdat het dan minder geniet van de solidariteitstussenkomst. Kortom, het financieringsstelsel vormt één grote armoedeval.
Heremans, Peeters en Algoed bepleiten dan ook een verruiming van de fiscale autonomie van de deelstaten en het herzien van de huidige perverse vorm van solidariteit. Op het Leuvense colloquium gaf hun collega-jurist Axel Haelterman alvast aan hoe de regionale autonomie in de vennootschapsbelasting kan worden georganiseerd, zonder veel complicaties. Beide referaten werden bijzonder in dank afgenomen door de Vlaamse oranje-blauwe regeringsonderhandelaars. (1)
Sociaal federalisme
Op initiatief van professor Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB), pakte een groep Vlaamse en Franstalige academici op een colloquium uit met een gemeenschappelijk platform rond “sociaal federalisme”. Daarin wordt de klemtoon gelegd op een responsabilisering van de gemeenschappen of gewesten, in respectievelijk de gezondheidszorgen en het arbeidsmarktbeleid. Enige terughoudendheid wordt geformuleerd ten opzichte van belangrijke bevoegdheidsoverdrachten, onder meer uit vrees voor het doorbreken van de solidariteit tussen de regio’s maar ook omdat het nut daarvan betwijfeld wordt. De voordelen van overheveling van bevoegdheden in termen van beleidshomogeniteit komen in hun analyse echter amper aan bod komen. Anders gezegd: de kostprijs van overleg, afstemming, coördinatie door gedeelde bevoegdheden tussen federaal en regionaal niveau wordt amper in rekening gebracht. (2)
Bovendien is verre van duidelijk of de groep op één lijn zit. Professor Paul Van Rompuy (KUL) stelt inzake werkloosheid voor om de gewesten volledig financieel verantwoordelijk te maken voor de uitkeringen aan langdurig werklozen (plus 2 jaar) en volledig bevoegd te maken voor het activeringsbeleid naar die groep. Zijn Franstalig collega Bruno Van der Linden (UCL) gaat veel minder ver, en beperkt zich tot een bonus – malusstelsel, dat hopeloos complex en ondoorzichtig is en bovendien de facto Wallonië nog eens een bonus geeft voor zijn huidige hoge werkloosheid.
Wat verder het voorstel van Cantillon inzake gezondheidszorgen betreft, blijft zeer onduidelijk wat ze bedoelt met "betrokkenheid" van de deelgebieden bij het federaal beleid. De grote vrees hierbij is dat het ofwel om puur formalisme gaat, dat slechts marginaal weegt op het beleid en vooral zorgt voor langere procedures, ofwel dat de deelgebieden wel degelijk zeggenschap krijgen maar er nog steeds een consensus moet worden bereikt tussen deelgebieden en de federale overheid en dit enkel leidt tot blokkeringen en vertragingen.
(1) Referaat Algoed, Heremans, Peeters: http://www.econ.kuleuven.be/fetew/pdf_publicaties/10284.pdf Referaat prof. Haelterman: http://www.steunpuntfb.be/publicaties/Corporate_Income_tax_regionalisation.PDF
(2) Voor de referaten, zie http://webhost.ua.ac.be/csb
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
