Separatismestudie 1830 verrassend actueel

29-10-2007 / KDr


Pariteit, transfers, aandeel in de staatsschuld, fiscale autonomie ... het klinkt vandaag allemaal (opnieuw) vertrouwd in de oren.

De situatie dreigde stilaan uit de hand te lopen. Daarom besloot de koning om eind september het parlement in verenigde kamers bijeen te roepen. Op de tafel lag een voorstel voor een verregaande staatshervorming die beide delen van het land autonomie zou geven. Dat gebeurde niet van harte. Maar het leek de enige mogelijkheid om tijd te winnen en een verdere escalatie te voorkomen. Tot ieders verrassing toonde een meerderheid zich bereid om het confederale model te onderschrijven. De onrust had inmiddels geleid tot een radicalisering van de publieke opinie. Wat het parlement na felle emotionele tussenkomsten uiteindelijk had aanvaard, werd door de feiten achterhaald. Begin oktober volgde de uitroeping van de onafhankelijkheid. Vanaf dan was er geen weg meer terug.

Fictie of realiteit? Wie dacht hierin een scenario te lezen van de politieke actualiteit slaat de bal mis. Dit gebeuren situeert zich in 1830. Willem I, vorst van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, probeerde alsnog de onlusten in de Zuidelijke Nederlanden te beheersen. Wat zelfs enkele maanden voordien nog voor onmogelijk (en in meerderheid ook onwenselijk) werd geacht, bleek zich in snel tempo te verwerkelijken. De staat viel uiteen. Omdat de koning weigerde de hervormingseisen van het Zuiden onder ogen te zien, werd hij geconfronteerd met een oppositiefront dat alle ideologische tegenstellingen oversteeg. De onmacht om afdoende tegemoet te komen aan de verzuchtingen resulteerde buiten alle verwachtingen in een separatistische coup, georkestreerd door een relatief kleine groep.

1830: parallellen

Hoe is het zover kunnen komen? Recent verscheen een bundel onder de opmerkelijk actuele titel De prijs van de Scheiding. De auteurs – historici uit Noord en Zuid – maken een nuchtere analyse van de maatschappelijk gevolgen van het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het maakt de verleiding groot om een aantal merkwaardige parallellen onder de aandacht te brengen.

In het Zuiden toonde de politieke elite zich ontevreden over de parlementaire vertegenwoordiging. Hoewel het Zuiden meer inwoners dan het Noorden telde (in 1830 3,7 tegenover 2,6 miljoen, of ca. 60 tegenover 40%), was de Staten-Generaal paritair samengesteld. De sleutelposities in de administratie en het bestuur werden in hoofdzaak door Noordelijken ingenomen.

Hoewel niemand een goede kijk had op de overheidsfinanciën, bleken ook daar niet te onderschatten onevenwichten in te bestaan. In 1815 was beslist om de openbare schuld gezamenlijk te dragen. Het Zuiden kon maar voor ca. 5% van de globale schuld verantwoordelijk worden gesteld, maar droeg via de belastingen iets meer dan de helft bij tot de afbetaling.

Het Zuiden kende een andere belastingtraditie en –mentaliteit en toonde zich geenszins opgetogen met de bijsturingen die door het Noorden werden opgelegd.

Transfers

Iets anders, wat de tijdgenoten allicht niet konden inschatten, wordt nu door historici ook onomstotelijk aangetoond. Van het Zuiden naar het Noorden voltrokken zich aanzienlijke transfers. Die beliepen in de miljoenen guldens. De berekening van wat er aan fiscale inkomsten naar het Zuiden als uitgaven terugvloeide, toont aan dat de netto transfers gemiddeld 5,2% van het Nederlandse bbp bedroegen en goed waren voor ca. 35% van de Noordnederlandse rijksinkomsten.

Na de Scheiding zou het Zuiden deze vrijgekomen middelen al snel volop investeren in spoorweginfrastructuur.

Besmettingsgevaar

In het hele proces dat uiteindelijk in de Scheiding zou resulteren, bleef de internationale gemeenschap niet helemaal afzijdig. Een aantal landen toonde zich bezorgd om het ‘besmettingsgevaar’ van dit separatisme en waren bereid in te grijpen. Toch zagen de grootmachten om geopolitieke of economische redenen geen graten in de onafhankelijkheidsverklaring. Een Europese conferentie erkende al snel de feitelijke toestand en waakte over de diplomatieke afwikkeling van de Scheiding.

Vandaag

Pariteit, transfers, aandeel in de staatsschuld, fiscale autonomie ... het klinkt vandaag allemaal (opnieuw) vertrouwd in de oren. Alleen is het Noorden het Zuiden geworden en vice versa. Ondanks de 60-40-verhouding is er geen Belgische democratie meer. De minderheid blokkeert de meerderheid. Zelfs met harde cijfers op tafel blijven de transfers voorwerp van discussie. Een eigen economisch en financieel/fiscaal beleid voeren blijft moeilijk met de versnippering van bevoegdheden over het federale en gewestniveau. Zelfs de Vlaamse verzuchting om zelf te kunnen investeren in de spoorwegontsluiting van de haven van Antwerpen wordt door een Franstalig front als staatsbedreigend ervaren. Leden van de Europese Commissie hebben intussen al hun bezorgdheid uitgesproken dat de splitsing van België regio’s als Baskenland, Catalonië of Schotland zou kunnen inspireren.

Dat er voor een Scheiding een prijs moet worden betaald, lijkt onvermijdelijk. Alleen is die niet alleen moeilijk te berekenen, maar de interpretatie ervan hangt sterk samen met het gehanteerde referentiekader. Het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden heeft de industriële ontwikkeling van België na 1830 alvast een enorme impuls heeft gegeven. De bedreigingen (o.a. voor de haven van Antwerpen) werden op relatief korte tijd in opportuniteiten omgebogen. Over de financiële regeling van de Scheiding zou nog jaren op het scherp van de snee worden onderhandeld. Bij het vredesverdrag in 1839 nam België noodgedwongen een aanzienlijk deel van de openbare schuld over. Maar niemand zag die forse toename van de staatsschuld als een onoverkomelijk probleem.

Heeft het verhaal over de Scheiding ons iets te leren? Misschien. Wie meent dat een staatsgevoel scheefgetrokken verhoudingen kan (blijven) overstijgen, loopt het risisco zich zwaar te vergissen. Vroeg of laat kunnen dergelijke spanningen zo oplopen dat een breuk onafwendbaar wordt ...

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.