En waarom geen asymmetrische staatshervorming?

22-06-2007 / Matthias E. Storme


Een eenvoudige oplossing!

En waarom geen asymmetrische staatshervorming?

Afgaand op de beloften van de politieke partijen voor de verkiezingen en hun verklaringen nadien, lijkt er een patstelling te zijn omtrent de staatshervorming. In Vlaanderen is er een duidelijke meerderheid die grote bevoegdheidsoverdrachten naar Vlaanderen wil. De Franstalige partijen zijn daarvoor geen "vragende partij".

Reynders (MR) stelde het nog duidelijker: nu we eindelijk de kans hebben om inzake de federale bevoegdheden een beleid te voeren zonder de socialisten, gaan we toch zeker geen bevoegdheden overhevelen naar het niveau waar diezelfde socialisten nog de plak zwaaien? Deze opvattingen lijken onverzoenbaar, wat de niet-zo-Vlaamsgezinden in Vlaanderen tot in den treuren doet herhalen dat niets kan, omdat men nu eenmaal met twee moet zijn om te defederaliseren. Maar is dat wel zo? Als we de basisstellingen van beide kanten als uitgangspunt nemen en er van uitgaan dat die ook de kern zijn van hun werkelijke opvattingen, dan is er toch een eenvoudige oplossing?

Als de Vlamingen meer bevoegdheden willen en de Franstaligen die niet vragen, dan kan men beiden hun zin geven door een asymmetrische staatshervorming: de Vlamingen krijgen de gevraagde bevoegdheden voor het Vlaamse territorium en de Nederlandstalige instellingen in Brussel; voor Wallonië en de Franstalige instellingen in Brussel blijven diezelfde bevoegdheden gewoon federaal zolang de Franstalige politieke meerderheid geen vragende partij is (dus alvast tot 2009).

Onrealistisch?

Uit de rechtsvergelijking blijkt dat een asymmetrische devolutie veeleer de regel is. Een symmetrisch federalisme vindt men bijna alleen in federaties van voorheen onafhankelijke landen, zoals Duitsland of de VS. Federale systemen ontstaan door devolutie van de vroegere unitaire staat naar deelgebieden, zijn bijna allemaal asymmetrisch: Spanje, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Rusland. Telkens zijn er bevoegdheden die voor sommige deelgebieden zijn overgedragen en voor de andere regio’s bij de federale overheid zijn gebleven.

In het VK heeft Wales beperkte bevoegdheden, Schotland zeer ruime, Noord-Ierland ook en Engeland helemaal geen. Alle bevoegdheden waarover het Schotse parlement in Schotland bevoegd is, worden voor Engeland uitgeoefend door het federale parlement. In Spanje en Italië is het vraag-federalisme nog explicieter als uitgangspunt. In Italië bepaalt de Grondwet dat de gewesten een Statuut kunnen opstellen met de basisregels voor hun instellingen en de bevoegdheden die ze wensen uit te oefenen. In Spanje bepaalt de Grondwet dat Gemeenschappen kunnen verzoeken om een Autonomie te verkrijgen, die wordt vastgelegd in een apart Statuut voor elke Gemeenschap. Zo hebben Catalonië en Baskenland een eigen autonomiestatuut. Catalonië vond na verloop van tijd dat zijn bevoegdheden niet meer volstonden; zo keurde het Catalaanse parlement een nieuw Statuut goed in 2006, dat na een referendum in Catalonië aanvaard werd door de federale overheid en in werking is getreden. Catalonië en Baskenland hebben zo belangrijke bevoegdheden die door de andere Gemeenschappen niet zijn gevraagd en voor hen dus federaal zijn gebleven.

België

Passen we deze methode toe in België, dan moet het Vlaams Parlement een gewenst Statuut vaststellen. Dat gebeurde al in grote mate door de resoluties van 1999. Nu zou men in Vlaanderen een referendum moeten organiseren over die resoluties. Haalt dit een meerderheid, dan zou het onaanvaardbaar zijn dat de federale overheid zich daar niet bij neerlegt. Andere deelgebieden krijgen immers dezelfde keuzemogelijkheid!

Weliswaar is er in o.a. de Spaanse en Italiaanse grondwet een opsomming van bevoegdheden die niet zonder grondwetswijziging kunnen worden overgeheveld. In België had zo'n lijst al lang moeten bestaan: de Grondwet bepaalt dat de federale overheid slechts bevoegd is voor de aangelegenheden die de Grondwet haar uitdrukkelijk toekent. Deze bepaling is door de federale wetgever nog steeds niet uitgevoerd. Die kans heeft men intussen wel gehad; er is aangetoond dat de federale overheid niet in staat is ze uit te voeren. In die omstandigheden komt het aan de deelgebieden toe om de bevoegdheden die zij wensen, aan zich te trekken. Het klopt ook dat de genoemde Statuten in zekere mate onderhandeld werden en aanvaard door de federale overheid. Let wel: de federale overheid, niet de andere deelstaten! Vanzelfsprekend hadden de andere Gemeenschappen in Spanje geen vetorecht tegen het autonomiestatuut van Catalonië of Baskenland. Waarom zouden wij dan een veto moeten aanvaarden van het Waals Gewest of de Franse Gemeenschap tegen een verruimd Vlaams autonomiestatuut?

Ook inzake de financieringsregeling tonen Baskenland en Catalonië de weg: zij hebben in hun Statuut een zeer ruime fiscale autonomie opgenomen. De directe belastingen worden geïnd door de deelstaat. Daarna wordt aan de federale overheid een bedrag afgedragen voor de opdrachten die de federale overheid nog vervult voor die deelstaat. Waarom zou ook dit niet kunnen worden overgenomen in Vlaanderen? Voor al deze technieken zijn er in België al aanzetten. Zo is de bevoegdheidsverdeling asymmetrisch: tussen Vlaanderen, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Waals Gewest en het Brussels Gewest zijn er géén twee met dezelfde bevoegdheden. Ook zijn er belastingen die voor het ene gewest door de gewestelijke overheid zijn geïnd en voor het andere door de federale.

Als de meerderheid in de Franse Gemeenschap en Wallonië geen vragende partij is voor meer bevoegdheden, hoeven we hen die niet op te dringen. Maar omgekeerd is het niet legitiem wanneer zij blijven weigeren dat Vlaanderen die bevoegdheden op grond van een politieke meerderheid alhier wel aan zich trekt.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.