Niet vergrijzing, maar gebrek aan kinderen is het probleem

Demografen waarschuwen voor de ontvolking van Europa. Massale immigratie kan oplossing zijn. De evidentste oplossing - meer kinderen - blijft nogal makkelijk onbesproken. Niet vergrijzing, maar gebrek aan kinderen is het probleem.
‘Als we niets doen, sterft onze cultuur’, is de alarmerende titel van een artikel in Opinio, waarin een vraaggesprek is gepubliceerd met Franz-Xaver Kaufmann (1932) , van 1969 tot aan zijn emeritaat in 1997 hoogleraar aan de universiteit van Bielefeld in Duitsland. De vermaarde demograaf en socioloog waarschuwt voor de ontvolking van Europa.
Over dat thema verschenen einde mei in een aantal Vlaamse kranten merkwaardige analyses. Een studie over de vergrijzing, uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam in opdracht van Randstad, werd nogal eenzijdig geanalyseerd. ‘Zonder volgehouden migratie zal België omstreeks 2050 een klein miljoen werknemers te kort komen’ of ‘Arbeidsmarkt valt stil zonder migranten’, zo luidde het (DM, DS, NBl e.a.).
Simplisme
Gemakshalve elimineerde men andere opties dan migratie. Een daadkrachtige gezinspolitiek kan het tij snel keren en tegen 2030 de dalende instroom op de arbeidsmarkt ombuigen in een omgekeerde beweging. Bovendien gaat dergelijk analyse voorbij aan wijzigingen in het economisch kader. En blijft de vraag naar arbeidskracht de komende veertig jaar even groot? De alarmkreten van sommige analisten vandaag over niet-ingevulde vacatures contrasteert een klein beetje met de honderdduizenden werklozen in ons land. En trekken bedrijven niet naar andere oorden? Enzomeer.
Demografie
Demografie is een wetenschap van harde cijfers. Bij voorbeeld over geboorten. Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw in 25 lidstaten van de Europese Unie (dus nog zonder Roemenië en Bulgarije) daalt sinds de jaren zestig tot diep onder het vervangingscijfer van 2,1. In 1964 kreeg een Europese vrouw gemiddeld nog 2,64 kinderen. Tien jaar later was het kritische punt bereikt (1974: 2,11). Sindsdien bleef het bergaf gaan (van 1,88 in 1980 tot 1,64 in 1990 en 1,49 in 2004). Van 1960 tot 2004 daalde dit cijfer in Rusland van 2,55 tot 1,26. In Spanje van 2,86 in 1960 tot 1,32. Italië, Griekenland, Polen en Tsjechië zitten ook rond dit cijfer. In Duitsland van 2,37 in 1960 tot 1,36. In het Verenigd Koninkrijk van 2,72 naar 1,74.
Verwacht wordt dat de bevolking van Duitsland en Italië in 2050 met ongeveer 10 procent gekrompen zal zijn vergeleken met nu. Polen en Hongarije zullen nog meer krimpen. In 1988 werden in de toenmalige DDR nog 220.000 kinderen per jaar geboren; in 1994, het absolute dieptepunt in Oost-Duitsland, nog 79.000. Een wereldrecord.
Sinds de eerste helft van de jaren tachtig is de leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen in de 25 EU-lidstaten met meer dan drie jaar gestegen, van 24,9 tot 28 (in Nederland zelfs 30,5 jaar.)
De dalende bevolking laat zich eerst voelen in het onderwijs, maar enkele jaren later op de arbeidsmarkt (daling van het aantal werkende mensen). Het sociale stelsel kan in de komende decennia inderdaad in het gedrang komen.
De Duitse president Köhler vroeg al een paar jaar geleden waarom we onze ogen sluiten voor dit probleem. Geloven we niet meer in onze toekomst? Kinderen betekenen nieuwsgierigheid, creativiteit en vertrouwen. Kinderen zijn bruggen naar de wereld van morgen. Post-moderne ikkertjes zien dat blijkbaar anders.
Europa krimpt, wordt ouder en bonter. Niet de vergrijzing van de bevolking is het grote probleem, wel de daling van het geboortecijfer.
Beterschap?
In enkele landen lijkt de krimp wat te vertragen of zelfs gestopt. In Nederland (1960 nog 3,12 kinderen per vrouw) daalde de vruchtbaarheid tot 1,51 in 1985, maar is sindsdien gestegen tot 1,73. In Frankrijk zakte het cijfer van 2,73 in 1960 tot 1,9 in 2004, maar steeg sindsdien weer lichtjes tot 2,1. Dezelfde trend in de Scandinavische landen.
Dit is ten dele een gevolg van immigratie en een hoger kindercijfer bij allochtonen, en ten dele een gevolg van kindvriendelijke (gezins)politiek.
Omdat we langer leven (gemiddelde leeftijd stijgt elk jaar met twee tot drie maanden) wordt het probleem nauwelijks onderkend. De vergrijzing houdt voorlopig het bevolkingscijfer nog relatief stabiel en maakt ‘de krimp’ onzichtbaar. Die veroudering zou geen probleem zijn wanneer er voldoende kinderen werden geboren.
Wat zijn de prognoses?
Wat brengt de nabije toekomst? Ofwel zet de dalende trend zich lineair door, en dan sterft Europa uit. Dat gaat snel. Op één generatie kan de bevolking krimpen met eenderde.
Ofwel komen er maatregelen. Het wordt een keuze tussen open grenzen (voor veel allochtonen zijn kinderen nog een rijkdom) of een gezinspolitiek.
De eerst optie stelt ons voor samenlevings- en integratieproblemen. Deze optie vergt investeringen in integratie (taallessen e.d.), huisvesting, onderwijs... Een keuze voor de tweede optie heeft pas resultaat over pakweg 20-30 jaar.
Beide opties of de combinatie ervan vereisen politieke moed en langetermijndenken. Politici blinken daar niet in uit.
Politici en publieke opinie moeten kiezen. Wie niet wil dat onze Westerse cultuur zichzelf elimineert, en wie niet per definitie kiest voor open grenzen – met alle problemen vandien - heeft maar één alternatief: de economische aantrekkelijkheid van grotere gezinnen stimuleren. Het krijgen en opvoeden van kinderen is immers een investering in de toekomst van de samenleving: meer investeringen in hogere kinderbijslagen, aantrekkelijke kinderopvang, aftrekbaarheid van opvoedingskosten, tegemoetkomingen voor vrouwen die werk en kinderen willen combineren, maar ook voor vrouwen die gewoon huisvrouw willen zijn.
Europa heeft al veel grote uitdagingen overwonnen. Voor de demografische ommekeer zal veel culturele kracht nodig zijn.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
