Te veel Vlaamse politici leven in "autistische" afzondering
In 1974 beschikte de toen nog radicaal-nationalistische Volksunie over 22 kamerleden (op 212). Na interne twist over het gedachtegoed volgde de electorale neergang. In 1991 telde de Kamerfractie nog tien leden. In 1995 nog vijf (ledental Kamer toen teruggebracht op 150), in 1999 opgekrikt naar acht. Maar in september 2001 viel de partij uiteen. In datzelfde laatste kwart van de vorige eeuw klom het concurrerende Vlaams Blok van één kamerzetel in 1978 naar vijftien in 1999 en achttien bij de jongste verkiezingen. Die cijfers verduidelijken de ontwikkelingen in de nationalistische (regionalistische of separatistische) formaties.
Francofonie
De machtsverhoudingen in het nieuwe parlement en in de kabinetscoalitie die in de maak is, bevoordelen de francofonie. De Parti Socialiste (PS) en het liberale Mouvement Réformateur (MR) beschikken samen over 49 kamerzetels. De Franstalige oppositie heeft dertien zetels. Roodblauw is hier dominant.
Aan Vlaamse kant beschikken VLD en SP.A/Spirit samen over 48 kamerleden die 1.988.606 kiezers vertegenwoordigen. De oppositie (CD&V, Vlaams Blok en N-VA) beschikt over 40 zetels met 1.833.164 kiezers. Roodblauw staat hier veel minder sterk dan in het Franstalige kiezerscorps.
De nationalisten verzamelden bijna een miljoen stemmen (Blok: 761.237, NV-A 201.327), maar als politieke machtsfactor zijn zij uitgeschakeld, deels door het cordon sanitaire, deels wegens de kiesdrempel.
Uitgeschakeld
Het lijkt erop dat Verhofstadt II, mits enkele aanpassingen, vereist door de economische crisis en de toestand van de rijksfinanciën, de lijnen van het vorige beleid zal proberen door te trekken. Zal hij ditmaal – anders dan in 1999 – wél inspelen op wat voor Vlaanderen als nodig wordt ervaren en gevraagd? Dat is veel minder waarschijnlijk.
De assertiviteit van di Rupo en Louis Michel is niet verminderd, integendeel. Stevaert en De Gucht moeten nog aantonen dat zij ertegen opgewassen zijn. Op Verhofstadt valt niet te rekenen. De premier vertoont geen Vlaamse reflexen. De voormalige VU’ers in de VLD houden zich gedeisd. Anciaux noemt zich nu regionalist; het Vlaams-nationalisme is voor hem voltooid verleden tijd.
Nederlaag
Van CD&V in de oppositie hoeft geen krachtig Vlaams tegenwicht te worden verwacht. De christen-democratie leed op18 mei een zoveelste nederlaag. De partij weet niet welke richting uit. De christelijke arbeidersbeweging schuift op naar de socialisten. Wat ooit het nationaal christelijk middenstandsverbond was en nu UNIZO heet, leunt almaar dichter aan bij de liberalen. Met een bovenlaag die het belgicisme instandhoudt, geraakt CD&V niet uit de existentiële vraagstelling. Haar Vlaams profiel blijft zwak. Staat Luc Van Den Brande in de reserve om volgend jaar te worden uitgespeeld, of werd hij definitief vleugellam gemaakt? De jongeren krijgen kansen, maar niet genoeg.
In theorie zou N-VA kartel kunnen vormen met CD&V, maar de oude afkeer van de nationalisten voor de CVP is overgeslagen naar CD&V.
Het Vlaams Blok betrekken bij een kartelvorming is al helemaal uitgesloten. De rechts-radicalen zitten de christen-democraten op de hielen en hopen de honorabele conservatieve partij te worden, die de kiezer een alternatief biedt voor centrumlinks. Een weg die de huidige CD&V niet kan inslaan. Haar burgerlijke vleugel is daartoe te zwak en te besluiteloos.
In het bedrijfsleven en de universiteiten in Vlaanderen, waar men zich bewust is van de problemen die welvaart en toekomst bedreigen, kijkt men met groeiende ongerustheid naar de ontoereikende belangenbehartiging. En naar de sterkte van de Waalse samenhorigheid.
Infantilisme
Sommige kopstukken van de Vlaams-nationalistische “intelligentsia” hebben altijd uitgeblonken in een idealisme, dat niet vrij was van politiek infantilisme en meestal uitmondde in verkeerde beslissingen en in fiasco’s. Die mentaliteit is niet verdwenen. De “idealisten” koesteren zich in hun groot gelijk en hun fatsoen. Zij beroepen zich op ethische waarden om niet te moeten praten met de gedemoniseerde “onzuiveren”. Intussen vinden de niet-Vlaamse krachten zich in concrete afspraken, coalities en realisaties.
Boven op de economische en financiële moeilijkheden, waarmee het land wordt geconfronteerd, staat Vlaanderen voor specifieke uitdagingen die in de Wetstraat worden genegeerd. Als politiek, diplomatiek en economisch ontmoetings- en beslissingscentrum van de uitdijende Europese Unie dreigt Brussel heel Brabant te overspoelen.
Vlaanderen is als natie onbekend in de wereld. Straks dwingt Europa de Belgische staat faciliteiten toe te staan aan de Franstaligen in heel Vlaanderen, wat daar – maar niet in Wallonië – zou neerkomen op tweetaligheid in bestuur en onderwijs. De Vlaamse partijen zien het aankomen, maar bouwen geen efficiënt verweer op.
Tactisch
Aan politiek doen is niet alleen een kwestie van numerieke macht. Het vergt ook strategische visies en pragmatische overleg. Indien kartelvorming onder die partijen die beweren voor “Vlaanderen eerst” op te komen, niet mogelijk is, moet tenminste worden gedacht aan tactische samenwerking op parlementair vlak.
Te veel Vlaamse politici leven in een vergrendelde, haast “autistische” afzondering. Worden de ramen ooit opengegooid?
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
