Strategie en stil overleg
De paars-groene regering Verhofstadt I heeft de stemtest wél (paars) en niét (groen) overleefd. De niet-partijpolitieke Vlaamse Beweging heeft weinig redenen om zich hierover te verheugen. Tijd om veel te piekeren is er niet.
Een paar ontwikkelingen zijn tamelijk positief. Nu Agalev, de enige partij die nauwelijks interesse had voor de Vlaamse problematiek, van de kaart is verdwenen, hebben alle partijen op zijn minst een Vlaams randje. De socialisten in de sp.a-Spirit zijn Vlaamser dan ooit.
Minder hoopgevend is het besef dat VLD, zoals de CD&V het haar voordeed, nauwelijks verder komt dan wat nobele verklaringen of stoere standpunten in nauwelijks gelezen boekjes. Ronduit pijnlijk is dat bijna een miljoen Vlaamse stemmen (Blok en N-VA) parlementair niét meetellen en dat Wallonië en Brussel in “paars” veel sterker staan.
In het licht van die vaststellingen zou de Vlaamse Beweging zich eens kunnen afvragen of ze zelf goed bezig is. Wie er een tijdje tussenin loopt, weet dat het beter kan.
Over de bittere smaak van partijpolitieke verdeeldheid gaan we het hier niet hebben, maar de niet-partijpolitieke Beweging mag er lichtelijk van uitgaan dat de fout ligt bij alle partijen. De fundi’s en hun satellieten snoeren zich liever vast rond het eigen grote gelijk dan dat ze zich bekommeren om mogelijke samenwerking.
Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen is – ondanks de erg verdienstelijke voorzitter Eric Ponette – geen sterke koepel meer. Die verdient nochtans meer steun. Minuscule groepjes, op sterven na dood, en cirkelend rond het eigen gelijk, blijven het beeld van de Beweging klagerig kleuren. Kunnen marginale tijdschriftjes - en waarom niet wat nog rest van iets omvangrijker publicaties en bladen - niet beter gaan samenwerken? En mag er al eens een woord van kritiek zijn op de grote manifestaties (en contra-manifestaties), die blijven steken in oude vormen en hun publiek verdelen en verliezen?
Worden de zaken strategisch goed aangepakt? Er wordt vooral geschoten op alles wat beweegt. Een slechte zaak, want het is zelden raak. De ingewikkelde materie van het communautaire dossier wordt te weinig vertaald.
Een chrono-logisch strategisch concept voor het bereiken van het einddoel van de Vlaamse staatsvorming – lees: de onafhankelijkheid – is er nauwelijks. Men twijfelt of men energie moet steken in de tussenstappen en de geleidelijkheid. Wat met Brussel (70 000 Vlaamse stemmen, och Here…)? Wat met Vlaanderen in Europa?
Sommige acties en campagnes vragen veel energie, mobilisatiekracht en financiële middelen, maar lossen niets op. De persmededelingen dienen vooral voor eigen vermaak (gekrakeel op het internet bvb) terwijl er van aanwezigheid in de media nog nauwelijks sprake is.
De gelijkhebberij van sommigen die al generaties meelopen is om te huilen, terwijl jonge mensen nog nauwelijks worden aangesproken, laat staan overtuigd.
Kan de aanloop naar de cruciale verkiezingen van 2004 misschien het moment zijn om de krachten te bundelen? De flaminganten met een open geest moeten zich hergroeperen en het tij gaan keren. Zoniet maakt de Vlaamse Beweging een duik in ongekend diep water.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.
