Belgische maatschappij zo goed als leeg

22-02-2003 / Jan Van de Casteele

De jongste tijd kan men er niet meer naast kijken: de media nemen deel aan de verkiezingen. Het schoon kopke of het amusementsgehalte van politici weegt zwaarder dan hun politieke boodschap. Maar de artiesten halen stemmen. Zo bepaalt een huishoudtoestel dus wie ons bestuurt en hoe. Lastig voor wie zijn boodschap niet verpakt in tranen met tuiten, een sexy glimlach of moeders schoonste kostuumke.

Het onvermijdelijk ingewikkeld communautaire debat en de rol van Vlaanderen in Europa, daar valt geen wasproduct aan te koppelen, dus beslissen de programmamakers maar "dat wij er niet wakker van liggen". Maar zoals Steve Stevaert zegt (Het Nieuwsblad, 31 dec): ‘We zijn twee landen in één koninkrijk aan het worden, dat wordt elke dag een beetje duidelijker. In het zuiden vormt zich een front, wij Vlamingen zouden dat ook eens moeten doen’. Vooraleer de politici hierover aan het woord te laten, ging Doorbraak eens luisteren bij enkele politologen. Wilfried Dewachter (KU Leuven) is de eerste in de rij.

Dewachter: ‘Ik ervaar inderdaad dat de televisie op twee punten een democratisch deficit is. Eén: de politici zijn op televisie vaak genoeg aanwezig, maar dan vooral als showelement, te weinig als informatiekanaal voor de politieke vorming van de kiezer. Twee: de regering komt te veel, de oppositie te weinig aan bod. Dat is niet goed door de democratie. De oppositie moet in de media de gelegenheid krijgen om standpunten over en tegen het regeringsbeleid uiteen te zetten.’

Media hebben er nauwelijks aandacht voor, maar in Vlaanderen willen almaar meer partijen – alleen de Groenen verroeren nauwelijks - de staat verder hervormen. De Walen reageren met een kordate afwijzing. En nu?

Dewachter (haalt artikel uit De Financieel Economische Tijd boven, met als kop: “Karel De Gucht: Als Vlamingen echt iets willen, kan niemand dat tegenhouden”): ‘Karel De Gucht zegt dat België verdampt, dat het land sociologisch niet meer bestaat. Hij heeft gelijk. België is enkel en alleen nog een politieke constructie, er is een België dat Vlaanderen heet en een België dat Wallonië heet. De Vlamingen kennen de Walen niet en omgekeerd.’

Wat is het voordeel van een autonoom Vlaanderen

Dewachter: ‘Dat het beleid efficiënter kan worden gevoerd waar het moet gevoerd worden: in de nabijheid van de problemen en volgens de inzichten van de eigen bevolkingsgroep. Echt federalisme brengt pluralisme in de politiek. Het beste beleid scoort.’

Zijn die verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië het sterkste argument?

Dewachter: ‘Ze zijn er voor onvoorstelbaar veel aspecten van de samenleving en springen zo in het oog, dat je op de kaarten niet eens de taalgrens hoeft te tekenen. Of het nu gaat om fietsverkeer naar school (geografische verschillen, verkeer, mobiliteit), over buitenechtelijke vruchtbaarheid (sociale verschillen), over het aantal werkzoekenden (economische verschillen), het aantal oude woningen (bouwmarkt, economische ontwikkeling), noem maar op… Het lijstje is zeer lang. (*) Beide landsdelen zijn twee aparte maatschappijen, die nood hebben aan een verschillend beleid.

Bovendien is de Belgische maatschappij zo goed als “leeg”. Er is geen gemeenschappelijke taal, de euro vervangt de frank, er zijn geen Belgische partijen meer, de doelstellingen van Vlaamse en Waalse partijen groeien uit mekaar, er zijn geen nationale verkiezingen meer, we leven via massacommunicatie en media (tv, radio, kranten…), maar die zijn volledig opgedeeld in een Vlaams en een Franstalig net.’

Vaak hoor je nochtans dat mensen niet wakker liggen van communautaire problemen?

Dewachter: ‘De maatschappelijke veranderingen worden stilaan meer zichtbaar, voor zowel Vlamingen als Walen. Politici weten wel beter: spoorinvesteringen, veiligheid, justitie, economisch beleid, werkgelegenheid, sociale voorzieningen, de rol van de overheid… overal botsen visies en belangen.’

Constant onenigheid, maar geen stap vooruit?

Dewachter: ‘De Franstaligen en de Belgische elite blokkeren eenzijdig Vlaanderen. Ze hebben er destijds voor gezorgd dat ze daartoe de nodige instrumenten kregen: een hele reeks bijzondere meerderheden, pariteiten, enzomeer. Maar al die handremmen van het scheef federalisme worden eenzijdig gebruikt. Een beetje provocerend: Wanneer gaan Vlaamse politici zich eens evenzeer bemoeien met Franstalig Brussel en met Wallonië?’

Wie trekt het felst aan de handrem?

Dewachter: Een Vlaams beleid wordt vooreerst tegengewerkt door de Belgische elite en haar netwerk. De grenzen van het beleid worden bewaakt door een uitgebreide hofhouding, tot in de massamedia toe. Een KU Leuven-doctoraat voor kroonprins Filip, de standpunten in een krant ‘die ooit een Vlaamse standaard was’, zijn daar voorbeelden van.

Ook de Waalse politieke leiders verzetten zich fel tegen “beweging”. Kijk maar hoe ze, di Rupo op kop, de jongste tijd zelfs zonder schroom stellen dat Wallonië de geldstroom niet kan loslaten. Geld, dat is de kern van de zaak. En die zaak wordt met brio verdedigd door di Rupo en Michel, die veel betere onderhandelaars zijn dan de Vlamingen. Zeker tijdens de jongste legislatuur werd dit pijnlijk duidelijk. Het Waals overwicht was al duidelijk bij de vorming van paars-groen. In de huidige federale regering zijn 80% van de Walen vertegenwoordigd, en op de zwakke christen-democraten na (CDH) alle Waalse partijen. Aan Vlaamse kant heeft paars-groen amper een meerderheid.’

Hetzelfde geldt voor het Lambermontakkoord. Niet de deelstaten hebben hierover onderhandeld – ware dit het geval geweest dan was dit akkoord er nooit gekomen – maar wel zeven partijen. En toen de VU dwars ging liggen, werd de PSC opgetrommeld om het akkoord door het parlement te krijgen. Heel Wallonië zette zich achter het akkoord, tegen de helft van Vlaanderen. Dat zegt toch genoeg?’

Naast de Belgische elite, de Waalse partijen is er nog Brussel?

Dewachter: ‘Brussel is inderdaad een versterkte derde tegenkracht. In heb er lang gewoond en ken de problemen. In welke federale staat is de hoofdstad zo vijandig tegenover de meerderheid van de burgers? Men gunt de Vlamingen hun aanwezigheid niet meer. Het is toch onvoorstelbaar dat de Vlamingen in Brussel hun blokkeringsminderheid hebben opgegeven? Die was een zwakke tegenhanger voor de blokkeringsminderheid van de Franstaligen op federaal vlak.’

De Vlaamse meerderheid wil het vandaag anders, maar krijgt geen beweging in die patstelling?

Dewachter: ‘Er is natuurlijk geen weg terug en Vlaanderen en Wallonië zullen hun eigen gang gaan. Dé knelpunten voor de toekomst zijn de transfers en de sociale zekerheid, Brussel, de verdeling van de schuld. Een pluspunt is dat almaar meer Walen beseffen dat hun “dynamiek”, hun “hersenen”, hun “status”, hun kapitaal wegvloeit richting Brussel. Sommige Walen zien ook wel in dat Brussel moet worden ontvet. Eigen verantwoordelijkheid nemen voor eigen succes of mislukking zal de Walen meer helpen dan de aanhoudende geldstroom uit Vlaanderen.

Anderzijds is het pijnlijk vast te stellen dat er zowel onder Vlaamse politici als in de brede Vlaamse Beweging ontstellend weinig wordt nagedacht over de vragen wanneer en hoe de oplossing er komt. Denkwerk is er nauwelijks.’

De Vlaamse Beweging moet zich over een strategie beraden. Er lopen nu een aantal campagnes en petities?

Dewachter: ‘Het is zeer de vraag of de meerderheid en de Franstaligen daarvan wakker liggen. Karel Van Miert zei ten tijde van het Egmontpact al dat betogingen met enkele duizenden Vlamingen weinig indruk maken.’

Wat moet dan wel gebeuren?

Dewachter: ‘Er moet duidelijkheid komen over het einddoel. Dat moet op de juiste manier vertaald worden, naar de eigen bevolking toe, naar de Franstaligen en naar Europa.

De strijd om de instellingen en het communautaire is bijzonder ingewikkeld, eigenlijk niet uit te leggen aan de brede bevolking. In dit opzicht moet de prioritaire aandacht gaan naar dossiers die de mensen concreet ervaren. De grote geldstromen richting Wallonië, de tastbare dossiers rond sociaal-economische thema’s als tewerkstelling, rond mobiliteit, etc…

Een geldstroom in stand houden tot het einde der tijden, dat kan niet. Wallonië moet zijn hersenen, zijn kapitaal en zijn status terugkrijgen en zélf in actie komen. Er moet vanuit Vlaanderen NU gewerkt worden aan een uitvoerbaar voorstel, noem het voor mijn part een soort tienjarenplan voor Wallonië.’

En dan Europa nog?

Dewachter: ‘Vlaanderen (en Wallonië) moeten een lidstaat worden van Europa. Spreken over onafhankelijkheid, in de zin van Vlaanderen moet een soort Zwitserland of IJsland worden, is niet aangewezen. Het confederalisme is belangrijk als uitdrukking van het gegeven dat we op weg zijn om het apart te doen. Als één van de partners in een confederatie neen zegt, dan is het neen. Het confederalisme is als optie dus niet oninteressant, omdat we er eerst moeten in slagen deze gedachtegang te doen aanvaarden bij de publieke opinie.

De Vlaamse boodschap moet ook duidelijk gebracht worden op Europees niveau. Ook Europa moet snel vernemen dat Vlaanderen een “volle lidstaat” moet worden met volwaardige eigen regering. Er zijn er veel kleinere (zie tabel): Tsjechen, Esten, Letten en zo veel andere krijgen in Europa een eigen machtsplatform in de Europese opbouw. Waarom Vlaanderen dan niet? De tijd dringt.’

En wat als de Walen op elke vraag van Vlaamse politici “non” blijven antwoorden?

Dewachter: ‘Dan moeten we ook neen zeggen, maar langer dan de Walen, en luider! Wij zijn in heel de Belgische constructie de gevende partij. We moeten durven zeggen waarover het gaat.’

(*) Uitvoeriger behandeld in “Vlaamse Beweging. Welke toekomst?”, een uitgave van het Davidsfonds, Lueven, 2002, isbn 90-5826-194-8

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.