Beste gezondheidszorg ligt op het Vlaamse pad

20-12-2005 / Jan Van de Casteele


GEZONDHEIDSbeZORGd, dat was de titel van een druk bijgewoond colloquium van N-VA dat op zaterdag 3 december plaatsvond in Brugge. Drie uur referaten en debat samenvatten in dit korte bestek is onbegonnen werk. We beperken ons vooral tot de communautaire aspecten in de verhalen van de wetenschappers en medici. Het feit dat een jonge Vlaamse prof (Lieven Annemans) op basis van rationele overwegingen (dus niet op basis van nationalistische argumenten) resoluut opteert voor een Vlaamse gezondheidszorg en het feit dat een minister uit Baskenland haarfijn aantoonde dat defederalisering van de gezondheidszorg zelfs in een centralistische staat mogelijk en werkzaam is, waren voor prof. Eric Ponette, voormalig voorzitter van het OVV en aandachtig waarnemer, vatte het interessantste resultaat van dit colloquium samen: ‘Eigen klemtonen kunnen leggen liet Vlaanderen toe onderwijs van topniveau te organiseren. Splitsing van de gezondheidszorg kan hetzelfde resultaat hebben’.

Professor Lieven Annemans (U.Gent en VUB) schetste het algemene kader. Een goede gezondheidszorg veronderstelt een sterke overheid. Het Belgische kader, waarbinnen er inzake gezondheidscultuur en gezondheidsobjectieven grote verschillen zijn tussen Vlaanderen en Wallonië, stelt extra problemen. De bevoegdheidsverdeling tussen de deelstaten en het federale niveau werkt niet efficiënt. Als één niveau specifieke inspanningen doet (bijvoorbeeld veel aandacht voor gezondheidspromotie in Vlaanderen), profiteert het andere mee. Met een aantal kaarten van prof. Jan De Maeseneer toonde Annemans duidelijk aan hoe groot de kloof tussen noord en zuid is. ‘Indien men gezondheidszorg wil organiseren naar beste inzicht inzake efficiëntie, en wil laten aansluiten bij “welzijn”, dat nu al regionale materie is, dan moet de overheid die ervoor verantwoordelijk is alle sleutels in handen hebben. Solidariteit moet er zijn, maar dan op basis van objectieve criteria.

Illustratie 9 Gezondheidszorg hier ergens tussen (dia) Euro’s per hoofd van de bevolking die gemiddeld worden uitgegeven aan ambulante medische beeldvorming (niet in het ziekenhuis, meestal door de huisarts voorgeschreven). Bron: Riziv

Basken

Gabriël Maria Inclan Iribar, Baskisch minister van Volksgezondheid toonde duidelijk aan dat de publieke gezondheidszorg in Baskenland na decentralisering wel opvallend veel beter is geworden dan voorheen. Spaans Baskenland – 2,1 miljoen inwoners - is binnen Spanje een autonome regio met een hoge graad van zelfbestuur (meer dan 80% van de overheidsuitgaven) en volledige autonomie in de gezondheidszorg. ‘Een organisatie op regionaal niveau presteert veel beter dan een op centraal Spaanse niveau. Datzelfde geldt voor de Brusselse (lees: EU- red.) bemoeienissen. Het zelfbeheer inzake onderwijs, sociale zekerheid en volksgezondheid was voor Baskenland een flinke stap vooruit’, aldus Iribar.

De verschillen

Het debat was te kort voor een globaal overzicht van de mistoestanden, maar Dirk Van de Voorde (arts Vlaams Geneeskundigen Verbond) en Jürgen Constandt (Vlaams & Neutraal Ziekenfonds Mechelen) gaven toch enkele voorbeelden die wezen op wantoestanden en de nood om de gezondheidszorg te regionaliseren. ‘Dat borskankerscreening via mammografie driemaal duurder is in Wallonië dan in Vlaanderen. Minister Rudy Demotte (PS) bespaart in de palliatieve zorgen, die vooral in Vlaanderen zijn uitgebouwd. De 25 duurste ziekenhuizen liggen in Wallonië, de 25 goedkoopste in Vlaanderen’, aldus Van de Voorde.

Jürgen Constandt vatte samen dat preventie en curatieve zorg op hetzelfde niveau moeten liggen. ‘Gezondheidszorg kost (almaar meer) geld. Te veel Vlaams geld stroomt naar Wallonië, waar er overconsumptie is. Het Vlaams Parlement moet samen met alle medici en paramedici nu werk maken van goede coördinatie en gaan voor de beste gezondheidszorg, en die ligt op het Vlaamse pad.’ Volgens Constandt wijzen sommige economen er terecht op dat interpersoonlijke solidariteit het best beperkt blijft tot een kring van mensen die een zekere homogeniteit kennen op het gebied van preferenties en waarden. Binnen de (deel)staat wordt interpersoonlijk herverdeeld; de staten daarentegen verdelen best interregionaal. Ook de verpleegkundigen kregen in Brugge een stem. Hilde Baetens (Wit-Gele Kruis) merkte op dat het federale niveau nog te veel mistoestanden tolereert. Ze gaf het voorbeeld van de wondzorg: hoe “slechter” men een wonde verzorgt, en hoe langer het genezingsproces, hoe meer financiering er komt. We moeten ervoor zorgen dat onze gezondheidszorg dit soort situaties onmogelijk maakt.

Tegenstand

Drik Broeckx (Algemene Pharmaceutische Bond) is duidelijk geen voorstander van regionalisering. ‘Gezondheidszorg gaat om de patiënt en niet om het debat Vlaanderen-Wallonië. Trouwens almaar meer regelingen worden op Europees niveau getroffen. En transfers zijn er ook tussen provincies, tussen universiteiten, tussen ziekenhuizen’. De hogere medische uitgaven in Wallonië probeerde hij te verantwoorden vanuit het feit dat er in Wallonië meer vervuiling zou zijn. De zaal moest erom lachen... Zou Broeckx dat nu echt zelf geloven?

Robert Rutsaert (Algemeen Syndicaat van Geneeskundigen van België) was veel genuanceerder. ‘Er zijn drie vaststellingen: gezondheidsbeleid moet vertrekken vanuit een coherent beleid, moet regionale accenten mogelijk maken en moet de oneerlijke transfers stoppen’. Rutsaert liet wel in het midden of dat enkel kan via regionalisering. Ook herfederaliseren zou in bepaalde gevallen een optie kunnen zijn. De overregulering is volgens hem ook in Vlaanderen een kwaal.

Dr. Louis Ide (ondervoorzitter N-VA,) ging in zijn slotwoord nog eens stevig door op het Vlaamse standpunt: ‘Ik ben gezondheidsbezorgd. Hij begon met het voorlezen van het lijstje van de acht (sic) ministers die zich met volksgezondheid bezighouden ... Eén niveau en één beleid, dat is de boodschap. En dat niveau is beter niet het federale niveau, omdat er een zorggrens is, die samenvalt met de taalgrens, een culturele grens. Er zijn twee gezondheidszorg-culturen in dit land. Franstalig België is eerder hospitalo-centristisch ingesteld en de meeruitgaven in deze gemeenschap zijn substantieel. De Vlaming heeft alle vertrouwen in zijn huisarts, in thuiszorg, palliatieve zorg, beschut wonen, thuisverpleging, preventie, enzovoort. De cijfers en argumenten spreken voor zich.

‘Vlamingen stellen de solidariteit niet in vraag, zolang ze maar objectief en transparant is. Maar solidariteit hoeft er niet te zijn voor een systeem dat neerkomt op verkwisting. De Franstaligen dwingen ons om te splitsen. Wallonië is een verdoofde patiënt, de splitsing zou de mensen aan de andere kant van de taal- en zorggrens reanimeren. Ontwenningsverschijnselen zullen er zeker zijn, maar de verslaafde zal genezen’, aldus Ide. Hij vergeleek de keuze voor een splitsing met die in het onderwijs. Dat was ook een succesverhaal voor Vlaanderen.

Achteraf verklaarde Louis Ide vooral onder de indruk te zijn van het Baskische verhaal. ‘Het is mogelijk voor 2,2 miljoen Basken een gezondheidszorg te organiseren die dicht bij de mensen staat. Minister Frank Vandenbroucke heeft er inderdaad voor gezorgd dat de scheeftrekking tussen de Franstalige en Vlaamse laboratoria werd rechtgetrokken. Maar een week later moest hij alweer een ‘bijzondere financiering’ voorzien voor de ziekenhuizen ‘met een moeilijk publiek’. Toevallig lagen die allemaal in Franstalig België.

Jan Van de Casteele

Meer info over colloquium: zie www.n-va.be/gezondheidsbezorgd; zie ook www.vvb/dossiers (rubriek gezondheidszorg).

Extra informatie

Bijlage: Euro’s per hoofd van de bevolking die gemiddeld worden uitgegeven aan ambulante medische beeldvorming (niet in het ziekenhuis, meestal door de huisarts voorgeschreven). (0 Kb)


Extra verwijzingen

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.