Naar een nieuw Egmontpact?

Jan Van de Casteele 08-09-2008

Bart Maddens (politicoloog KULeuven) had het in De Tijd (16 juli 2008) over de belangrijk(st)e constructiefout van het federale België: het niet splitsen van BHV ten tijde van het Egmontpact en over wat dat abstracte confederalisme concreet zou moeten inhouden. Beide dossiers zijn met mekaar verweven en de afwikkeling ervan in deze septemberdagen zal van cruciaal belang zijn voor de verkiezingen van 2009.

Volgens Maddens was het Egmontpact een bijzonder ambitieuze blauwdruk voor de omvorming van België tot een federale staat. Het liep na het ontslag van Tindemans op de klippen (1978), maar werd nadien in stukjes en beetjes grotendeels gerealiseerd, op één klein “detail” na: het Egmontpact voorzag ook in de volledige splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) mits de Franstaligen inschrijvingsrecht kregen in de zes faciliteitengemeenten en in enkele bijkomende wijken en zo voor Brusselse politici konden blijven stemmen. Dat inschrijvingsrecht leidde tot een storm van kritiek in Vlaanderen en heeft mee bijgedragen tot het mislukken van het pact.

De mislukking impliceerde dat BHV ongesplitst bleef. ‘Dat was en is een belangrijke constructiefout in het institutionele model dat in de jaren 80 en 90 vorm kreeg’, aldus Maddens. Zowel Verhofstadt (2005) als Leterme (2008) hebben een gelijkaardige formule voorgesteld, maar ook zij botsten op verzet van de Vlaamse Beweging, een deel van de christen-democratie en de Vlaams-nationalistische partijen.

Maddens wijst op het belang van de krachtverhoudingen tussen de Vlaamsgezinde en de meer staatsbehoudende vleugel binnen CD&V en op de terreinwinst van de separatisten (in 1978 nog een kleine minderheid binnen de VU, vandaag een ‘bespreekbaar alternatief’, zeker bij Franstaligen die nu openlijk ook opteren voor een federatie tussen Wallonië en Groot-Brussel (post-Belgische scenario)

Franstaligen zijn als de dood voor een splitsing van BHV omdat de taalgrens dan een staatsgrens wordt en Brussel een Franstalige enclave wordt binnen een Vlaamse staat. Daarom ook ijveren ze voor een groter Brussel.

‘Zolang BHV niet gesplitst is, kan er vanuit internationaalrechtelijk oogpunt betwisting bestaan over de vraag waar nu precies de grens ligt tussen Vlaanderen en de Waals-Brusselse federatie’. Een uitbreiding van Brussel kreeg Leterme nooit verkocht in Vlaanderen. De patstelling was compleet.

Maddens stelt dat het vandaag wellicht tijd wordt voor een nieuw Egmontpact: een nieuwe quantumsprong in de institutionele evolutie van België, een sprong ditmaal van een federaal naar een volwaardig confederaal model.

Concreet moet dit volgens Maddens neerkomen op:
- enkel nog rechtstreeks verkozen deelstaatparlementen;
- verenigde deelstaatparlementen die samen het confederale parlement vormen (een ‘overlegorgaan’ ‘dat echter maar weinig om handen zal hebben’: minimale Belgische bevoegdheden);
- soevereiniteit bij de deelstaten;
- deelstaten maken rechtstreeks deel uit van de EU.

Tot hier Maddens (samengevat).

Commentaar (JVdC)

De verwevenheid van staatshervorming is geen dossier van het tijdperk Leterme. Zoveel is duidelijk. Wat toen niet opgelost geraakte, lijkt na dertig jaar politiek tijdverlies ook in het najaar van 2008 voor een grote verdeeldheid tussen Vlamingen te zorgen. De angst voor het verlaten van het Belgische kader voor denken en handelen is duidelijk afgenomen. Cruciaal is de vraag of de grootste partij kantelt in de richting van het verleden of die van de toekomst.

Mark Eyskens formuleerde de tweestrijd het krachtigst (De Morgen, 6 sept.): 'Uiteindelijk komt B-H-V, zelfs als de splitsing finaal gestemd is, toch altijd opnieuw op de tafel van de regering-Leterme. Als die dan geen onderhandelde oplossing heeft, zal ze gewoon vallen. Ik betreur het dat de Vlaamse regering die realiteit negeert. Dit blijft een vorm van vendelzwaaien'.

Alsof Eyskens niet met de driekleur zwaait... Maar ten gronde heeft hij gelijk: CD&V "moét" een van beide vendels kiezen... En het ander laten vallen. LIefst dat van Eyskens...

Kiezen voor nog eens dertig jaar gesukkel in het schermerlicht van een vastgelopen federalisme of voor de bevrijding van (ten minste) een helder confederalisme. Alleen in dat laatste geval kiezen de christen-democraten voor geloofwaardigheid.

Dat hun eerste vaandrig in de Wetstraat dan een nieuwe rol moet krijgen, is duidelijk. Het kan dat hij over 'voldoende intellectuele capaciteiten' beschikt om in de voorbije vijftien maanden eindelijk geleerd te hebben dat de keuze voor eigen partij én voor Vlaanderen de beste is voor hemzelf, zijn gezondheid (zie foto), zijn partij en zijn volk. Maar het kan ook anders. God helpe zijn ziel.




Terug naar de artikelenlijst.