Wat maakt kieskring BHV een buitenbeentje?
Zeven vragen over splitsing B-H-V
Steven Samyn 03-05-2005
|
Steven Samyn legt in De Standaard van 3 mei uit waar het in het dossier van de splitsing Brussel-Halle-Vilvoorde om gaat. We zouden het zelf niet beter kunnen zeggen
1. Wat maakt de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde een buitenbeentje?
Het federale België bestaat uit drie eentalige gebieden (het Nederlandse, het Franse en het Duitse) en één tweetalig gebied (Brussel-Hoofdstad). De administratieve en gerechtelijke indeling van ons land is op die taalgebieden gebaseerd. De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde strekt zich echter uit over twee verschillende taalgebieden. Ze omvat de negentien gemeenten van het tweetalige gebied Brussel en de 35 gemeenten uit Vlaams-Brabant. De Franstalige partijen kunnen bij de federale en Europese verkiezingen stemmen ronselen in de 35 Vlaamse gemeenten. En in Brussel kunnen Vlamingen voor de Vlaamse kandidaten uit Halle-Vilvoorde stemmen.
2. Waarom is B-H-V een probleem?
Het Arbitragehof oordeelde in 2003 dat B-H-V in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. In tegenstelling tot de rest van Vlaanderen is er in Vlaams-Brabant geen provinciale kieskring. Naast Brussel-Halle-Vilvoorde is er een afzonderlijke kieskring Leuven. Als de provinciale kieskringen behouden worden, moeten de kieskringen in de vroegere provincie Brabant hertekend worden, aldus het Arbitragehof. De federale overheid kreeg daarvoor tot 2007 de tijd. Bij een splitsing kunnen wel bijzondere modaliteiten gelden ,,om de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie te vrijwaren''.
3. Wat is het fundamentele meningsverschil tussen Vlamingen en Franstaligen?
Volgens de Vlaamse politici domineert het zogenaamde territorialiteitsbeginsel, de Franstaligen gaan uit van het personaliteitsbeginsel. Het territorialiteitsbeginsel houdt in dat het grondgebied en de grenzen van elke deelstaat bepalend zijn. Iedereen die in Vlaanderen woont, moet met andere woorden het Vlaams karakter ervan eerbiedigen, ook al is hij anderstalig. Volgens het personaliteitsbeginsel staan de rechten van de (Franstalige) persoon boven alles, ook als die persoon in Vlaanderen woont en werkt.
4. Is de invoering van een inschrijvingsrecht een oplossing?
In ruil voor een splitsing van de kieskring zouden Franstaligen uit de Rand zich voor de Europese en parlementsverkiezingen als kiezer in Brussel kunnen inschrijven. Enkele weken geleden lag al een voorstel op tafel om zo'n recht in te voeren. Het zou gelden voor alle Franstaligen die nu in Halle-Vilvoorde wonen. De Franstaligen in de zes faciliteitengemeenten zouden ook nog eens een uitdovend administratief inschrijvingsrecht krijgen. Daardoor zouden ze hun gemeentelijke administratieve verplichtingen voortaan in een van de negentien Brusselse gemeenten kunnen vervullen.
5. Is het idee van een inschrijvingsrecht nieuw?
In het Egmontpact van 1977, later aangevuld door het Stuyvenbergpact, was de invoering van een inschrijvingsrecht al opgenomen. De Franstaligen van de faciliteitengemeenten, grote delen van zeven andere gemeenten en enkele wijken rond de hoofdstad zouden hun domicilie kunnen kiezen in een van de negentien Brusselse gemeenten. Daar konden ze dan hun administratieve verplichtingen vervullen en, vooral, hun stemrecht uitoefenen. In de faciliteitengemeenten bleef het eeuwigdurend. In andere gemeenten doofde het recht na twintig jaar uit. Uiteindelijk bleek het inschrijvingsrecht een brug te ver en het Egmontpact hield niet stand.
6. Bestaat er in ons land al een soort inschrijvingsrecht?
In 1988 haalde Jean-Luc Dehaene het inschrijvingsrecht uit de oude doos om de kwestie-Voeren te ontmijnen. Kiezers van Voeren en Komen konden voortaan bij de Europese en de federale parlementsverkiezingen hun stem respectievelijk uitbrengen in het arrondissement Verviers en Ieper.
7. Kunnen de Franstaligen geen eigen lijsten indienen in Vlaanderen?
Niets belet de Franstaligen na een splitsing eigen lijsten in Vlaams-Brabant in te dienen. Bij de verkiezingen van het Vlaams Parlement is er bijvoorbeeld geen kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, wel een kieskring Vlaams-Brabant. MR, PS en CDH bundelen er de krachten en trekken als Union des Francophones (UF) naar de kiezer. Het verschil met de bestaande situatie is dat de Franstalige politieke tenoren niet op die lijsten staan en partijen als de UF met een probleem van naamsbekendheid kampen. De resultaten van de voorbije verkiezingen tonen het verschil aan. Bij de federale verkiezingen van 2003 haalden de Franstalige partijen in Halle-Vilvoorde 70.000 stemmen, bij de regionale verkiezingen van vorig jaar waren dat er slechts 40.000 voor het UF.
Bijlage

(183 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.

