BHV en de heilige beginselen

Peter De Roover 26-08-2010

De lijdensweg van het Vlaamse voorstel om BHV te splitsen leidde niet tot resultaat, maar was wel leerrijk. Dat dezelfde meerderheid niet voortdurend dezelfde minderheid voor voldongen feiten kan plaatsen en schaden, is verdedigbaar. Dat een Vlaamse meerderheid in België nooit kan beslissen, zelfs wanneer op geen enkele manier de belangen van andere gewesten of gemeenschappen in het gedrang komen - Halle-Vilvoorde ligt grondwettelijk helemaal in het Vlaams Gewest - zegt alles over het democratische gehalte van dit land. Dat de Franstalige partijen bereid zijn het land in een politieke crisis te storten ter wille van voorrechten van sommige inwoners van het Vlaams Gewest, geeft nog maar eens aan dat hun liefde voor dit land erg voorwaardelijk is. De verkiezingsslogan van Joëlle Milquet had juister geklonken in de versie 'l'union francophone contre les flamands fait la force'. Dat we in juni een parlement verkozen volgens ongrondwettelijke regelingen, is voor lieden die zichzelf graag het etiket staatsman/-vrouw opkleven duidelijk geen obstakel.

Vandaag ligt het elfendertigste voorstel klaar om BHV onderhandeld te splitsen. Dezer dagen legt Elio Di Rupo zijn BHV-ei, waarvan de contouren in deze krant (DS 23 augustus) werden geschetst. 'De toegevingen gaan minder ver dan wat op tafel lag bij Verhofstadt in 2005 of Dehaene in 2008.' Men mag het hopen, want de 'oplossingen' van Verhofstadt of Dehaene botsten zwaar met de Vlaamse uitgangspunten.

Het naakte feit dat er geen reden is om 'toegevingen' te doen in dit dossier, omdat de Vlamingen niets 'afpakken' van de overzijde, blijkt een logica die in dit land weinig indruk maakt. Als men een oplossing zoekt die rekening wil houden met Franstalige gevoeligheden, dan kan in het kader van een grote staatshervorming wellicht gedacht worden aan uitdovende overgangsmaatregelen voor de huidige inwoners van de zes faciliteitengemeenten.

Maar blijkbaar wil Di Rupo verder gaan. Zo zouden de Vlamingen de Franstalige interpretatie van de faciliteiten moeten aanvaarden en wettelijk vastschroeven. De rondzendbrief van de toenmalige socialistische Vlaamse minister Leo Peeters moet worden uitgehold. Verder wil Di Rupo de voogdijbevoegdheden van de Vlaamse overheid over de zes faciliteitengemeenten beperken. Hier gaan de voorstellen natuurlijk over de lijn van wat verteerbaar is.

Een kernpunt van de beoogde copernicaanse omwenteling betreft het territorialiteitsbeginsel - wie in Vlaanderen woont is administratief een Vlaming - en de homogene bevoegdheidspakketten - één overheid bundelt zo ruim mogelijk een bepaalde bevoegdheid. De voorstellen van Di Rupo zondigen daartegen en zouden juist een achteruitgang inhouden voor Vlaanderen.

In het verleden diende geld nogal eens als laxeermiddel. Nu zou 500 miljoen extra op tafel moeten komen voor het Brussels Gewest. In de pers wordt in dat verband nogal consequent het bijvoeglijk naamwoord 'armlastig' geplaatst bij het begrip Brussel. Onderzoek wijst er echter uit dat Brussel nu al flink gesponsord wordt. De dooddoener dat de formele federale en informele Europese hoofdstadfuncties extra kosten met zich meebrengen, overtuigt niet. Ten eerste werden daar in het verleden al extra middelen voor vrijgemaakt, maar fundamenteler behoort het niet tot de opdracht van een gewest om daar zorg voor te dragen. De extra enveloppe van een half miljard euro zou ook meteen zondigen tegen het grote beginsel van Di Rupo dat niemand na de hervorming armer mag worden. Die extra subsidie verhoogt de noodzakelijke budgettaire inspanningen die moeten geleverd worden en komen dus ten laste van de niet-Brusselaars. Als Di Rupo consequent wil zijn, moet die 500 miljoen voor Brussel gecompenseerd worden met ongeveer 3 miljard voor Vlaanderen en 1,75 miljard voor Wallonië.

Over consequentie gesproken. In Brussel wordt het woord subnationaliteit slechts met huiver en afkeer gebruikt. Maar blijkbaar wil men wel een light-versie invoeren in de faciliteitengemeenten, aangezien inwoners slechts om de paar jaar moeten laten weten dat ze Franstalige documenten wensen. In het gemeentehuis worden ze dan vermoedelijk aangevinkt als Vlamingen met de Franstalige subnationaliteit.

Het gaat verder. Waren het niet de Franstaligen die vinden dat het gewestprincipe heilig is bij nieuwe overhevelingen? Maar als het over kiesrechten gaat, wordt dat sacrosancte gewestbeginsel ongegeneerd doorbroken en de Franse gemeenschapsidee vlot uitgebreid, tegen de filosofie van de grondwet in.

Gaat het hier over een symbooldossier dat een grote doorbraak niet mag hinderen? Dat de Franstaligen daar dan ook naar handelen.

(Gepubliceerd in De Standaard, 23 augustus 2010)


Terug naar de artikelenlijst.