Eerbaar of compromis? Peter De Roover over BHV-bocht
Peter De Roover 03-05-2010
|
De regering is gevallen, maar als de Belgische grondwet nog enig moreel gezag wil herwinnen, moet het BHV-probleem ooit worden opgelost. Werk voor na de verkiezingen, want de voorraad obstructietechnieken is zo ruim, dat een Vlaamse meerderheid (andere meerderheden kunnen in dit land wel spelen) een legislatuur lang geblokkeerd kan worden. Maar de Vlaamse kaarten liggen erg slecht om op een deugdelijke oplossing te hopen. Later zullen historici zich verbazen over de haast onopgemerkte verschuiving van het paradigma dat aan Vlaamse zijde wordt gehanteerd. Volgens Wikipedia is een paradigma “een samenhangend stelsel van modellen en theorieën die een denkkader vormen waarbinnen de ‘werkelijkheid’ geanalyseerd en beschreven wordt”.
Het Vlaamse denkkader botste aanvankelijk met dat van de Franstaligen (wonend in Brussel, Wallonië én Vlaanderen, want aan die zijde is de realiteit van de onderhandelde en in consensus ingevoerde grondwettelijke indeling in taalgebieden nog niet echt doorgedrongen).
De Vlaamse stelling kwam hier op neer: Aangezien de grondwettelijke indeling van het land in taalgebieden vast ligt als onderdeel van een eerder compromis dient die niet opnieuw afgedwongen worden. De splitsing van BHV heeft uitsluitend impact op het grondgebied van het gewest Vlaanderen en op inwoners van Brussel die voor Vlamingen uit Halle-Vilvoorde kiezen, dus gaat het hier niet over een klassiek geven-en-nemen-thema. Vandaar dat de Vlamingen deze dringende zaak – zie arrest Grondwettelijk Hof – via een eigen initiatief kunnen regelen. Dit in tegenstelling tot onderhandelingen over een staatshervorming binnen de Belgische context, die wel steunen op een consensus die over de taalgrens reikt.
In die geest pasten de uitspraken over ‘vijf minuten politieke moed’, de programma’s van opeenvolgende Vlaamse regeringen, het wetsvoorstel dat over de Vlaamse partijgrenzen heen in de kamer werd ingediend, het loskoppelen van BHV van de staatshervorming en het zinnetje in de persmededeling van Marianne Thyssen op 31 juli 2008: “De parlementaire procedure inzake de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde loopt gewoon verder, de federale regering neemt terzake geen initiatieven”.
De termen eerbaar en compromis sluiten elkaar in deze logica uit als het over de splitsing van BHV gaat. De splitsing is gewoon de consequente uitvoering van een eerder afgesloten compromis.
De Franstalige zijde volgt een andere logica. De institutionele band tussen Franstaligen in Vlaams-Brabant en aan de overzijde van de taalgrens blijft het uitgangspunt en elke wijziging daarvan geeft recht op tegemoetkomingen en maatregelen die het effect van een splitsing van BHV compenseren. Vandaar het oneigenlijk gebruik van belangenconflicten en de dreiging om de regering te laten vallen wanneer de Vlaamse logica wordt gevolgd. Dat de wetgever een gewone meerderheid in kiesaangelegenheden voldoende acht, wordt door de Franstaligen genegeerd.
Vandaag stellen we vast dat de Franstalige zienswijze het denkkader over BHV volledig bepaalt.
Het is blijkbaar vanzelfsprekend dat er een onderhandelde oplossing moet komen en dat de toepassing van de meerderheidsregel in het parlement onaanvaardbaar is. Wie de Franstalige zienswijze steunt, geeft blijk van verantwoordelijkheidzin; wie uitgaat van het Vlaamse beginsel, stort het land in een crisis. Hoewel over BHV dagelijks analyses en commentaren verschijnen, wordt zelden expliciet ingegaan op dé kernvraag: schendt het Vlaamse wetsvoorstel rechten van de Franstalige minderheid of niet?
In het eerste geval kan een stemming in de kamer neerkomen op misbruik van de meerderheid, in het tweede geval volgen we de normale parlementaire geplogenheden. Nergens vinden we inhoudelijke argumenten die aantonen dat het Vlaamse voorstel fundamentele rechten schaadt. Toch heet het gebruik van die Vlaamse meerderheid onfatsoenlijk en niet realistisch. Daarmee wordt impliciet toegegeven aan de Franstalige logica dat de Franssprekende inwoners van Vlaams-Brabant geen volwaardige Vlamingen zouden zijn.
Logisch dan ook dat de nota-Dehaene beschouwd wordt als uitgangspunt om tot een ‘eerbaar compromis’ te komen. CD&V kamerfractieleider Servais Verherstraeten bevestigde dat in Der Zevende Dag op 2 mei. De nota past nochtans volledig in het Franstalige denkkader en wijst het Vlaamse af. Zich redelijk noemende stemmen vragen dat de partijen afstappen van hun grote gelijk. In de praktijk konden de Franstaligen hun grote gelijk opdringen als enige gelijk. Het BHV-vliegtuig zit al lang in de lucht, de kerosine is op en het ding moet landen. Zaventem wordt als optie verlaten en alleen Charleroi voldoet aan de door Franstaligen opgestelde veiligheidsvoorschriften.
Het Vlaamse paradigma verschoof naar de sfeer van staatsgevaarlijk, onrealistisch en onverantwoord. Het Franstalige denkkader werd bevorderd tot enig juiste. Intellectueel is de capitulatie vanwege de Vlaamse politici die de piste Dehaene bepleiten dan ook totaal, aangezien ze zich volledig inschakelen in het Franstalige denkschema. Het respect voor de taalgrens, het beginsel van niet-inmenging in elkaars grondgebied en het afwijzen van binnen-Belgisch imperialisme zijn de slachtoffers. Zijn Vlamingen, Leterme parafraserend, misschien intellectueel onbekwaam om een consistent debat te voeren?
Peter De Roover
Politiek secretaris Vlaamse Volksbeweging
Terug naar de artikelenlijst.
