Het faciliteitenonderwijs: strijd in een niemandsland

Jan Van de Casteele 24-11-2009

De Vlamingen zijn een kleine vijftig jaar geleden zo vriendelijk geweest om bij het vastleggen van de taalgrens voor sommige taalgrensgemeenten een aantal uitzonderingen te voorzien. Niet helemaal verstandig – zo blijkt nu - was het te hopen dat men via “faciliteiten” de integratie van taalminderheden zou bevorderen. Compleet mislukt, althans in Vlaanderen. De verfransing van Vlaams-Brabant gaat onverminderd door. In de faciliteitengemeenten woedt nu een strijd in een soort politiek-juridisch niemandsland. De Vlamingen slaan in het Vlaams parlement nu en dan wat flink op de trom, doorgaans in de aanloop naar een of andere verkiezing. Maar andere Vlamingen, doorgaans van CD&V-signatuur, zeggen dat dit maar om te lachen is. Al vijftig jaar roffelen ze lawaai bijeen over de splitsing van BHV, over de symbolische niet-benoeming van een aantal francofone burgemeesters, en - recenter nog – over het faciliteitenonderwijs. Ze hebben gelijk, maar krijgen het niet. Omdat de Franstalige minderheid dat niet wil. Juist. Maar vooral ook omdat CD&V dat niet wil. Een poging tot overzicht... Faciliteiten, stommiteiten?

Van 1830 tot 1932 is België vooral Franstalig (bestuur, administratie, secundair en hoger onderwijs, leger, etc...). Pas in 1932 zorgt een taalwet voor verandering. Gemeenten met een aanzienlijke taalminderheid (30%) worden tweetalig. Talentellingen verleggen letterlijk de taalgrens. De Vlamingen betwisten de objectiviteit van die talentelling en weigeren ze vanaf 1957 nog te organiseren. Ze willen de verfransing stoppen.

Na een lange politieke strijd wordt in 1963 de taalgrens vastgelegd, op basis van gegevens van 1947. De “tweetalige” gemeenten worden “faciliteitengemeenten” (met een specifieke regeling voor taalminderheden).

De verfransing is hiermee niet gestopt, de integratie van de taalminderheden in Vlaanderen niet gelukt (Vlamingen in Wallonië passen zich aan). In sommige gemeenten wordt de taalminderheid een taalmeerderheid.

Uitdovend

Het conflict splitst zich in de jongste decennia toe op het al dan niet uitdovend karakter van de faciliteiten. De wetgeving regelt dit niet, het conflict is na bijna vijftig jaar niet opgelost, integendeel.

De Franstaligen hebben het tijdelijke karakter van de wet nooit aanvaard en slaagden erin de faciliteiten te verankeren in de grondwet (1988). Ze wijzen erop dat de faciliteitengemeenten in de Brusselse rand de facto voor 1970 (grondwetsherziening) niét binnen het Nederlands taalgebied lagen. Ze waren een soort niemandsland, dat van geen enkel taalgebied deel uitmaakte. Voor veel Franstaligen zijn die gemeenten hooguit tweetalig en zouden ze best aansluiten bij het tweetalig Brussels hoofdstedelijk gewest. De Franstaligen streven ook via Europa naar een sterkere positie via het (niet bindende) minderhedenverdrag en de Raad van Europa, maar de Vlamingen ondertekenen dat verdrag niet.

De Vlamingen proberen dan maar de wetgeving heel strikt te interpreteren, onder meer via de omzendbrief-Peeters (1997, ‘De faciliteiten zijn bedoeld als integratiebevorderende maatregel; dit houdt in dat zij per definitie, voor de individuele betrokkenen, een uitdovend karakter hebben’). Bekendste voorbeeld is de niet-benoeming van drie burgemeesters in faciliteitengemeenten rond Brussel. Maar nu recent dus ook de situatie in de faciliteitenscholen.

Faciliteitenonderwijs: waarover gaat het?

Het faciliteitenonderwijs bestaat sinds de invoering van de faciliteiten in 1963. Faciliteitengemeenten zijn verplicht om basisonderwijs in de andere landstaal te organiseren (zodra ten minste 16 gezinshoofden erom vragen voor leerlingen die het Frans als moedertaal hebben en in de Zes wonen).

Controle hierop (taalinspectie) is een federale bevoegdheid. Maar anderzijds is enkel de Vlaamse Gemeenschap – die het onderwijs in de faciliteitengemeenten financiert - bevoegd voor onderwijs in Vlaanderen (eindtermen, leerplan, leerlingenbegeleiding, inspectie).

Op 21 oktober 2009 heeft het Vlaamse parlement onverwachts het interpretatief decreet (zie bijlage) goedgekeurd dat de bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap over het Franstalige basisonderwijs in de Rand bevestigt. De Franse gemeenschap betwist die stelling.

Om hoeveel scholen gaat het?

Om acht Franstalige basisscholen in de zes faciliteitengemeenten (10 vestigingsplaatsen) met in totaal 2.689 leerlingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap ca 10 miljoen euro betaalt (wedden, werking en uitrusting). De laatste schooljaren zijn de leerlingenaantallen er lichtjes gedaald.

Wie zorgt voor de onderwijscenten?

De Vlamingen vinden dat het financieren van de faciliteitenscholen om nogal evidente redenen ook controle impliceert. Repliek van Franstaligen: neen, want dat geld komt uit de federale kas (federale dotatie aan Gemeenschappen). Tegenrepliek van de Vlamingen: dat geldt natuurlijk voor ongeveer de hele Vlaamse begroting (bovendien zijn het in verhouding de Vlamingen die voor meer dan een normaal procentueel aandeel van de federale inkomsten zorgen – red.). Het gaat om een dotatie op basis van leerlingentellingen in alle Vlaamse scholen, de bewuste acht scholen inbegrepen.

Wie wil verandering?

De Vlamingen. De pedagogische inspectie gebeurde totnogtoe door de Franse Gemeenschap (in de jaren 1970 door de toenmalige Franstalige en Vlaamse ministers van onderwijs - toen nog samen in de Belgische regering - in een protocol afgesproken). Vlaanderen vindt dergelijk protocol strijdig met de huidige grondwet, die stelt dat enkel de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is voor onderwijs in Vlaanderen. Het Vlaams parlement vroeg al in 1996 aan haar regering genoemde protocolakkoorden te wijzigen.

Wiens wil is wet?

Tien jaar onderhandelen leidde tot niets. Zo gaat dat met Franstaligen die altijd bereid zijn om een ‘open’, ‘positief’, ‘opbouwend’ gesprek te voeren. Praten vindt men daar best leuk. Over de splitsing van BHV wordt straks vijftig jaar gepraat.

Vlaanderen vroeg daarop advies aan de Raad van State, maar dat gerechtshof vond het een zaak voor de collega’s van het Abitragehof (nu Grondwettelijk Hof). Maar om dat Hof tot een uitspraak te bewegen, moest het Vlaams Parlement eerst een decreet terzake goedkeuren.

Dat kwam er twee jaar geleden. Op 17 december 2007 keurde de onderwijscommissie unaniem een voorstel tot decreet goed (hoofdindiener N-VA-er Kris Van Dijck en dat in volle BHV-debat, en nadat op 18 mei 2005 de Vlaamse regering in een aanvullend regeerakkoord had beslist het Vlaamse karakter van de rand rond Brussel te versterken. Onder meer dus met Vlaamse bevoegdheid over pedagogische inspectie in het Franstalig onderwijs in de Vlaamse faciliteitengemeenten).

Ook hier het treintje van belangenconflicten

De Franstalige minderheid beschikt niet alleen over strategen die elke vraag van de Vlaamse meerderheid willen lampraten. Daarnaast hebben ze in het verleden gezorgd voor allerlei politiek-juridische mechanismen die de meerderheid blokkeren. Een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van belangenconflicten, wel bekend in het BHV-dossier waar met collaboratie van de Duitstaligen een vierde ronde draait, is er één van.

Hetzelfde theater wordt opgevoerd in het conflict over het onderwijs in de faciliteitengemeenten. Wellicht met nogal wat discreet genoegen riepen achtereenvolgens de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof) en het Waalse Gewest een belangenconflict in. Weer driemaal prijs. Daardoor kon het Vlaams Parlement het voorstel niet definitief goedkeuren.

Kleine hoera

Toen de termijn van het laatste belangenconflict afliep, voegden de Vlaamse spartijen het voorstel in het Vlaams Parlement onverwacht toe aan de agenda van hun plenaire vergadering. Het decreet werd unaniem aangenomen (alleen FDF’er Christian Van Eyken stemde tegen). Zo werd het Brusselse parlement, dat een vierde belangenconflict wou indienen, in snelheid gepakt. Een kleine hoera steeg op uit de Vlaamse Schelp...

De woede van de Franstaligen

Franstalige repliceren met minder hoerageroep, maar met veel meer strategie én eensgezindheid. Na het “lampraten” en de “alarmbelverdoving” volgde de sirene van het kaakslagfrancofonisme. Daarmee hebben ze maar één bedoeling: eendrachtig de Vlaamse meerderheid breken. Zo goed als altijd slagen ze daar perfect in. Met de hulp van Vlamingen die telkens opnieuw de kracht van het eigen Vlaamse parlement ondermijnen.

Het begint met een verzekerd bondgenootschap van B-(plus)figuren als Eyskens en Martens. Al vlug volgen – statistisch aanwijsbaar – een handvol academici van Pavia-signatuur en een rist vaste klanten van de opinierubrieken in onze kwaliteitskranten. Voor de geluidsversterking zorgen de informatieprogramma’s van de openbare omroep.

Vervolgens volgt de partijpolitiek. Liberalen en socialisten kijken de kat uit de boom, tot CD&V kantelt. In de Vlaamse toeters wordt een prop gestoken. Herman Van Rompuy zegt tussen wat gedichtjes door dat hij graag in de Wetstraat blijft. De voorzitter van CD&V (Marianne Thyssen, mocht u dat vergeten zijn) neemt met fluwelen stemmetje de boodschap over. En dan vertrekken de CD&V-koeriers richting francofonië (of Eupen)... Of ze daar aub snel een nieuw belangenconflict willen inroepen bvb... En met de mededeling dat ook de Vlaamse christen-democraten wel wat verder willen bijpraten. Elk radicaal Vlaams signaal wordt in federaal bleekwater verzopen.

Kaakslag

Terug naar de kaakslagfrancofonen. Waalse politici reageerden furieus, want ze vrezen de afbouw van het Franstalige karakter van de betrokken scholen. MR-politici spraken van ‘een kaakslag’ en een ‘catastrofe voor het Franstalig onderwijs’ en dreigden met nog meer ambras over BHV. CdH had het over ‘een belediging’, ‘een provocatie’ en een ‘aantasting van de elementaire rechten van de Franstaligen’. Een geslepen Moureaux (PS) zegt dat BHV zal gesplitst worden. Jaja, maar hoe? ‘Een uitbreiding van Brussel is een element van de Franstalige filosofie. Dat kan gepaard gaan met toegevingen inzake een kiesarrondissement’... Territoriumdrift, meer is dat gekwek van Moureaux niet. Maar dat zal hem een zorg wezen, als die titel maar breed in de kranten staat.

Waals viceminister-president Jean-Claude Marcourt (PS) liet dezelfde sirene zingen: ‘Natuurlijk zal BHV gesplitst worden. De vraag is onder welke voorwaarden dat zal gebeuren. Wij gaan onze broek niet afsteken tegen eender welke prijs’... (Le Vif/L'Express, 13 nov.)

De PS speelt meesterlijk met de klassieke troefkaart: het verwijt dat Vlaanderen het ‘het goede verloop van de institutionele dialoog’ in gevaar brengt... En Vlaanderen begint te beven...

Een hysterische hoofdredactrice van Le Soir weende tranen met tuiten: ‘Kunnen de Franstaligen nu nog wel vertrouwen hebben in de goede wil van het noorden, net nu de onderhandelingen over Brussel-Halle-Vilvoorde voor de deur staan?’. Schijnheiliger zijn dan Delvaux, dat moet moeilijk zijn. Haar politiek pretentieuze krant wijst ‘separatistische stellingen’ af, maar het ‘separatisme’ waar ze op reageert is wel een decreet (onderwijs in de zes faciliteitengemeenten) waar àlle Vlaamse partijen zich achter scharen. En dan maar janken over ‘verwoestende onderlinge conflicten’... Mais, madame!

Ook Ecolo (Marcel Cheron) sprak van een ‘slecht signaal’ op een moment dat de communautaire dialoog weer op gang moet worden getrokken... De francofone groenen weten wie ze moeten aanspreken: ‘Herman Van Rompuy heeft de regering een zekere stabiliteit gegeven. Ik hoop dat hij dit dossier in handen zal nemen’.

Olivier Maingain kent nog veel beter de zwakke plek van de tweeslachtige CD&V. ‘De CD&V doet zo het tegenovergestelde van wat premier Van Rompuy en CD&V-voorzitster Marianne Thyssen onlangs nog beloofde: een onderhandelde oplossing voor alle dossiers die met de rand hebben te maken’.

Vlamingen op de rug

De eerste signalen van slapte binnen CD&V volstaan doorgaans om ook liberalen en socialisten gretig te horen pleiten voor Vlaamse toegeeflijkheid. Kwestie van de verdeeldheid tussen V- en B-vleugel van de christen-democraten wat te vergroten...

Federaal vicepremier Guy Vanhengel (Open Vld) is voorstander van een ‘opschorting’ van de uitvoering van het Vlaamse decreet en zei te hopen op ‘overleg’ over een ‘organisatieprobleem’ met de twee ministers van Onderwijs (Controverse, RTL-Tvi) Vlaams parlementslid Eric Van Rompuy (CD&V) reageerde alvast afwijzend’: ‘Een decreet opschorten gaat niet, het is gestemd.’ Hij voegde er nog maar eens aan toe dat ‘overleggen’ over de uitvoering ervan wel kan, en dat minister Smet dat ook al heeft voorgesteld. (Belga, 1 nov.)

Assertief

Zelfs in de Vlaamse regering slaat dus de slapte toe. De nieuwe Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) zegt nu ‘niet te willen forceren’ en ‘tot een onderhandelde oplossing te komen’. Hij wees er de Franstaligen vriendelijk op dat ze het decreet kunnen betwisten voor het Grondwettelijk Hof (Belga, 22 okt., DM 30 okt.). Na meer dan tien jaar ‘onderhandelen’ zonder resultaat en na drie belangenconflicten kan dat als signaal van Vlaamse assertiviteit wel tellen. Lang leve de ‘onderhandelde’ oplossing...

Smet zei ook al dat de scholen hun Franstalige CLB-centra kunnen behouden, wat volgens het decreet niét kan. Smet lijkt ook voorbij te gaan aan de taalvereisten voor leerkrachten (wet gebruik talen in bestuurszaken). Vlaams Belang spreekt van ‘sabotage’.

De radicale V-partijen stellen zich radicaler op, CD&V halfslachtig, dus Smet heeft gewonnen spel. Over eensgezinde Vlaamse assertiviteit is alvast in dit dossier niet echt sprake. Hooguit van uitstel en tijdwinst... En vooral van gebrek aan eenduidigheid. Frustratie

‘In heel Franstalig België is er slechts één klein Nederlandstalig schooltje in Komen. Welnu, dat weigeren de Franstaligen al jaren te financieren, ook al is het hun plicht’, aldus Kris Van Dijck. ‘We willen dat die scholen kunnen blijven bestaan, maar dat ze wel onderworpen zijn aan de decreetgeving van de Vlaamse gemeenschap. Het zijn met andere woorden Vlaamse scholen waar in het Frans wordt les gegeven’, aldus nog Van Dijck (N-VA). CD&V-fractieleider Ludwig Caluwé zei het Franstalige protest niet te begrijpen. ‘Het Franstalige onderwijs in de Duitstalige gemeenschap valt integraal onder de bevoegdheid van de Duitstalige gemeenschap. Waarom is dat protest er daar niet?’, vroeg hij zich af. Luk Van Biesen (Open VLD) was evenmin goed geïnspireerd. Hij suggereerde voor het Franstalig gemeentelijk kleuter- en basisonderwijs een regeling te sluiten met... Frankrijk. Dit naar analogie met een gelijkaardige regeling die al bestaat voor het Duitstalig, Brits of Amerikaans onderwijs. Tegelijk zouden de Vlaamse gemeentelijke basisscholen moeten overgedragen worden aan de Vlaamse Gemeenschap. ‘Dat Vlaanderen jaarlijks meer dan 220 miljoen euro betaalt aan het Franstalig onderwijs heeft geen zin meer en dit bedrag zou slimmer geïnvesteerd kunnen worden in andere initiatieven die het Vlaams karakter van de rand verstevigen’, aldus Van Biesen. ‘Te gek om los te lopen’, ‘creatieve stupiditeit’, vindt dan weer Joris Van Hauthem (VB) ‘De vergelijking met andere buitenlandse scholen gaat niet op. Daar gaat het om onderwijs voor kinderen van buitenlanders, verbonden aan internationale instellingen. Hier gaat het om de uitverkoop van ons onderwijs aan een buitenlandse mogendheid. Dit is een regelrechte aanfluiting van het territorialiteitsbeginsel.’

En nu?

Met “lampraten”, “alarmbelverdoving”, “kaakslagfrancofonisme” is het schitterende tactische spel waarmee Vlaanderen wordt gevierendeeld, zo goed als rond. Dan blijft er tenslotte nog het inschakelen van het juridische apparaat.

Minister voor het Leerplichtonderwijs Marie-Dominique Simonet (cdH) vroeg de regering van de Franse gemeenschap om naar het Grondwettelijk Hof te stappen om het Vlaams decreet te laten vernietigen. ‘De stemming brengt op een unilaterale wijze de rechten van de Franstaligen in gevaar om de in de rand over onderwijs te beschikken waarvan de pedagogische aspecten worden gecontroleerd door de Franse gemeenschap’, stelde de cdH-minister. Simonet benadrukt dat de bevoegdheid van de Franstaligen om de scholen in de faciliteitengemeenten te controleren expliciet voorzien is in een bijzondere wet. Vlaanderen kan dit niet unilateraal terugdraaien. (Belga, 21 okt.)

Schorsing

Op 28 oktober startte het parlement van de Franse Gemeenschap bij het Grondwettelijk Hof een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring tegen het Vlaamse decreet.

Met de glimlach gaat het tactische spel vervolgens gewoon door. Naast die juridische stappen willen de lieve zuiderburen – wie had daaraan getwijfeld - ook in die scholenkwestie een constructieve ‘dialoog tussen de gemeenschappen’. ‘Het decreet verstoort het onderwijs van bijna 3.000 Franstalige kinderen en het leven van vele families’, zo luidt een gemeenschappelijke communiqué. ‘Bovendien schendt het decreet artikel 5 van de bijzondere wet van 1971, die stelt dat de Vlaamse Gemeenschap het akkoord moet hebben van de Franse Gemeenschap om de huidige wetgeving aan te passen, wat niet het geval is.’

Besluit:

Net zoals ze doen in het dossier BHV zetten de Franstaligen al hun regeringen in om met belangenconflicten voornoemd decreet te blokkeren. Ten gronde tonen de Franstaligen dat ze de taalgrens niet erkennen. Andermaal wordt duidelijk dat ze vooral de Rand – en bij uitbreiding heel Vlaams-Brabant – in het visier hebben. Zoals altijd: héél eensgezind. Vlaanderen staat erbij en kijkt ernaar. Zoals altijd: erg verdeeld.

Ieder cijfer (verkiezingen, onderwijs, Kind & Gezin e.a.) toont dat de verfransing niet meer het probleem is van de faciliteitengemeenten, maar van de provincie Vlaams-Brabant. Het is verre van zeker dat de Vlaamse regering met de investering van wat meer centen die trend kan stoppen. Enkel structurele oplossingen – de splitsing van BHV voorop en een veel duidelijker keuze voor meer autonomie, en voor confederalisme of voor een Vlaamse staatsvorming – kunnen de situatie uitklaren.

Met hun “non” blijft een minderheid binnen dit land immers altijd de baas over een meerderheid die slapjes “ja” zegt. Vooral de B-vleugel van een intern verdeelde CD&V – nog altijd sterk in het partijbestuur en in de federale fractie - bestendigt dit systeem. Vlaamsgezinden weten waarop ze in de aanloop naar de volgende federale verkiezingen hun pijlen moeten richten.


Terug naar de artikelenlijst.