Verkiezingsonderzoek: meer politiek dan wetenschap

Vlaamsgezinden: meten om te weten

Jan Van de Casteele 11-10-2009

Maar 8,1% van de Vlamingen is in eerste instantie door het thema van de staatshervorming gemotiveerd’. Drie wetenschappers haastten zich – de publicatie van hun onderzoek is pas voorzien voor juni 2010 – om snel een scoop te halen met de uitspraak dat de kiezer in juni 2009 hoegenaamd niét met communautaire motieven was beroerd. Dat lezen we toch in ‘PARTIREP Election Study’, de perstekst die onlangs over het onderzoek werd gepubliceerd. Sterke wetenschap of zwakke stelling met politieke bijbedoeling?

De ongenuanceerde manier waarop de professoren hun besluiten formuleren, wekt verbazing: ‘Het communautaire’ was sterk aanwezig in debatten en duiding in de nadagen van de regionale verkiezingen 10 juni. Ten onrechte, vinden ze, ‘dat thema heeft de kiezers niet “bewogen”.’ ‘Het tegendeel is waar’.

Het bewijst voor hun stelling vinden Kris Deschouwer (VUB), Marc Hooghe (KU Leuven) en Stefaan Walgrave (U Antwerpen) in de antwoorden van de mensen op de vraag naar ‘het belangrijkste motief’ om een stem op een of andere partij uit te brengen. Dat blijkt ‘de crisis’ te zijn, en niet ‘de staatshervorming’. Een armoedige vaststelling, niet meer dan het intrappen van een open deur. Ergerlijk is wel dat ze in de media nogal breed en vooral kritiekloos wordt uitgesmeerd.

Een voorbeeldje: Bart Brinckman vatte het onderzoek in De Standaard (8 oktober) samen onder de titel ‘Postelectorale verrassingen. Communautaire motieven speelden bij de jongste verkiezingen nauwelijks een rol’. ‘In Vlaanderen wordt gemakshalve aangenomen dat het communautaire een belangrijke drijfveer is, zeker bij de jongste verkiezingen. Empirisch onderzoek spreekt dat tegen. Gemiddeld laat slechts 8,1 procent van de Vlaamse kiezers zich door de staatshervorming leiden’, aldus de Westraatchef van De Standaard (ex De Morgen)

Nog eentje: Liesbeth Van Impe (onlangs verhuisd van De Morgen naar Het Nieuwsblad) op 8 oktober: ‘Communautair gekrakeel speelde amper een rol. Een onderzoek legt bloot dat de leegloop van Open VLD vooral N-VA ten goede kwam, maar dat de communautaire besognes eens te meer bijzonder laag stonden op het prioriteitenlijstje van de kiezer.’

Zo lezen kritische journalisten dus onderzoeksresultaten?

Een aantal andere ‘wetenschappers’ met een hoog B-gehalte maakt met evenveel plezier gebruik van ‘lekken’ uit het onderzoek. Dave Sinardet, vaste comunist van De Standaard, is er zo eentje.. Zo schreef hij in De Standaard (in ‘De Flamingant van Kontich’, 11 juni 2009): ‘De meeste Vlaamse commentatoren hoorden op zijn minst ‘de roep om een staatshervorming’ uit de stembusslag opstijgen. En toch blijkt ook nu weer uit interuniversitair kiezersonderzoek, uitgevoerd tijdens de campagne, dat minder dan 10 procent van de Vlaamse kiezers om communautaire redenen stemt.’ Merkwaardig toch wel, dat wandelpad van de wetenschap. Sinardet geeft dit mee als volstrekte waarheid op 11 juni, de donderdag na de verkiezingen. Ter herinnering: het boek met de cijfers van het onderzoek mogen we maar verwachten in juni 2010...

Pavia

Terug naar het PARTIREP-onderzoek. Onder het met federaal geld gefinancierde onderzoek (2,5 miljoen euro) staan de namen van drie prominente wetenschappers: Kris Deschouwer (VUB), Marc Hooghe (KU Leuven) en Stefaan Walgrave (U Antwerpen). De drie zijn voortrekkers van de Paviagroep, een denktank met een hoog B-gehalte, die al jaren jaagt op een unitaire (zij noemen het federale) kieskring (www.paviagroup.be). De drift om dit einddoel te bereiken is groter dan het aantal argumenten dat ze hanteren. Voor onze uitgebreide repliek op dat voorstel zie Actueel-artikel www.vvb.org/actueel/141/21352. Dat de drie protagonisten al vaker voorrang gaven aan het uitdragen van politieke standpunten die haaks staan op die van de Vlaamsgezinde partijen scherpt onze aandacht. Een poging tot repliek hieronder.

Open en toegankelijk?

Het onderzoek (FEMUREP Election Study) kadert in een samenwerking binnen de interuniversitaire Attractiepool Partirep (Participation and Representation in modern democracies, www.partirep.eu/index.php?page=index). Wetenschap die blijkbaar alleen nog in het Engels kan worden omkaderd. Het klootjesvolk dat die taal niet goed beheerst, zal aan dit soort elitaire documenten vermoedelijk niet veel hebben, maar dit terzijde. De centen komen wel van de burger natuurlijk, uit de federale pot (Belgian Science Policy. Het Federaal Wetenschapsbeleid. http://www.belspo.be/belspo/home/pers_nl.stm). Op 2 december is er een symposium dat zal onderzoeken of een kieswetwijziging kan bijdragen tot meer democratie... Beide voormelde ‘sites’ zijn nagenoeg uitsluitend Engelstalig. Academici beseffen blijkbaar niet meer hoe elitair ze bezig zijn...

Nog even wachten...

Voor de integrale tekst en de definitieve resultaten van het onderzoek verwijst men naar een boek dat wordt gepubliceerd op 7 juni 2010. Voorlopig is het werken met een ‘samenvattend’ document en met de duiding in wat kranten (zie bijlage)

Akte van hoop

Hoe peil je de thematische voorkeur van de kiezer? Met het vragen naar één topvermelding? Of met het voorleggen van een langer lijstje met meerdere mogelijke voorkeuren voor diverse thema’s? En hoe interpreteer je de resultaten? Naar de details van dit onderzoek zijn we wel héél erg benieuwd.

Kris Deschouwer verduidelijkt aan Doorbraak dat de tabel in de voorlopige perstekst gebaseerd is op de keuze voor één topvermelding. Wel bijzonder weinig om over de staatshervorming bovenvermelde uitspraken op te baseren...

Deschouwer geeft ook toe dat ‘de verwijzing naar de “financiële crisis” – het topthema (32,9%) zo alomtegenwoordig dat het thema haast betekenisloos wordt’. En dat het gaat om een ‘snel eerste zicht op een complex verhaal’. Met dank voor die info, maar dat wekt enig wantrouwen. Waarom dan met dergelijk materiaal breed nu al breed uitpakken? Journalisten die dit kritiekloos opvoeren in hun krant, vervuilen het politieke debat.

De ‘communautaire’ conclusie van professoren, voormelde journalisten en columnist vinden we dan ook meer politieke beïnvloeding dan politieke wetenschap. De resultaten van het onderzoek lijken ons (voorlopig) weinig of niet politiek relevant, overhaast gebruikt en misbruikt.

Ruw samengevat:

- de staatshervorming is blijkbaar niet zo interessant - de V-partijen drijven op proteststemmen - VB drijft op migratie en criminaliteit -

1. Staatshervorming, hahaha... ‘In Vlaanderen is er geen enkele partij waarvan het electoraat in eerste instantie door de staatshervorming gedreven wordt’, zo luidt het, want ‘crisis’, ‘sociale zekerheid’ of ‘werkloosheid’ worden vaker als eerste prioriteit aangestipt. Had men anders verwacht? Neen toch? Moet dat een argument zijn tégen de staatshervorming? Dat is het alvast niet. Staatshervorming is op zich een abstract en ingewikkeld gegeven (a). Tegenstanders ervan en treuzelaars zijn daar verantwoordelijk voor. Het thema zit bovendien verweven in de andere voorgelegde prioriteiten (b - sociale zekerheid, werkloosheid, criminaliteit en justitie, immigratie, belastingen, cultuur en mobiliteit...). Ten slotte kan men er in verschillende gradaties voorstander van zijn (c). De politieke relevantie van die 8% vurige staatshervormers is derhalve erg betwistbaar.

Aansluitend bij het voorgaande wensen we een minuut stilte te vragen voor het schielijk overlijden van de thema’s cultuur en mobiliteit. Nagenoeg nul Vlamingen vindt die thema’s het vermelden waard (zie tabel in het document in de bijlage). Niet veel beter gaat het de thema’s immigratie (2,9%) en belastingen (4,8%)... Gaan we daar in het politieke debat dan ook maar over zwijgen? Tja, wat hebben we vandaag geleerd, beste professoren? Te vrezen valt het volgende: die hele tabel is irrelevant.

2. De V-partijen: proteststemmetjes of bijna meerderheid? Nog een opmerkelijke analyse die men blijkbaar belangrijk vindt: in Vlaanderen leidt ‘wantrouwen’ tot een (protest)stem voor het Vlaams Belang, LDD of voor de N-VA’. Wat schieten we op met bladzijden abstracties over ‘wantrouwen’ en ‘protest’? Tenzij ze bedoeld zijn als verborgen kritiek op een vermeende inhoudelijke zwakte van die ‘protest’-partijen? Politiek relevanter lijkt ons de vaststelling dat de drie uitgesproken Vlaamsgezinde partijen stilaan in de buurt komen van een bereik van veertig procent van de kiezers. Dat leert ons de interessantste aller peilingen, de verkiezingsuitslag. Een gegeven dat sommige analisten blijkbaar meer stoort, dan bekoort.

3. Extra schot in de voet

Dat VB-kiezers ‘helemaal niet omwille van de wens voor Vlaamse onafhankelijkheid voor die partij stemmen, maar voor de standpunten inzake immigratie en criminaliteit’, is nog zoiets. Dat weet men – afgezien van de forse overdrijving - bij Vlaams Belang zelf ook wel. Maar even in de Vlaamse voet van VB schieten, dat moet kunnen? Dat de kiezers van de Vlaamsgezinde partijen hun partij ook volgen in (of ondanks) hun communautaire standpunten (ook Valkeniers en co zijn voldoende duidelijk inzake hun streven naar Vlaamse onafhankelijkheid), is perfect meetbaar en politiek relevant. Voor de professoren wellicht wat “ambetant”, en derhalve niet interessant?

4. Vlaanderen boven?

Omgekeerd evenredig - dus eerder minimaal - is dan weer de duiding bij de vaststelling dat het ‘vertrouwen van de burgers in het politiek systeem’ lager ligt in Wallonië dan in Vlaanderen. En dat de Vlaamse kiezers meer vertrouwen hebben in hun eigen regionale instellingen dan in de federale instellingen. Het had ons verbaasd indien dit communautair interessante gegeven van de onderzoekers veel aandacht had gekregen. We gaan ervan uit dat ‘vertrouwen in’ ook iets zegt over een mogelijke belangstelling voor staatshervorming?

5. Een lichte hoogmoed

De auteurs noemen hun ‘trage’ methode (Rijksregisterselectie) met opvallend gemak ‘wetenschappelijk correcter’ dan andere bevragingen via telefoon of internet. Een al bij al weinig genuanceerde uitspraak. Ook internet- of telefoonenquêtes kunnen goed onderbouwd en relevant zijn. Van wetenschappers mag je verwachten dat ze terzake het kaf van het koren proberen te scheiden, niet dat ze alles wat buiten de eigen winkel wordt verkocht meteen als kaf zouden omschrijven.

Besluit

Stellen de Vlaamsgezinden dat een staatshervorming de crisis meteen verjaagt? In geen geval. Ze stellen dat Vlaanderen en Wallonië politiek, sociaal-economisch en cultureel twee verschillende landen zijn. Dat er om die reden aan de Belgische bestuurstafels niet meer wordt beslist. Dat een scheiding van tafel en bed voor beide regio’s een ‘spoedig herstel’ versnelt.

Voorrang dus voor het communautaire, het is zo gek nog niet. Acht procent van de respondenten trekt blijkbaar die redenering nu ook radicaal door als ‘eerste prioriteit’. Dat zijn al verbazend veel ‘moedigen’. Wat het grootschalig onderzoek tot dusver niét vertelt, is dat een veel ruimere meerderheid van de Vlamingen wel héél dicht in de buurt volgt: de confederalisten en de voorstanders van meer autonomie (lees: van een grote staatshervorming richting deelstaten). Ooit vinden die mekaar.

Om dat te meten en te weten zijn – helaas voor de professoren - verkiezingen een veel fijner meetinstrument dan de ‘PARTIREP Election Study’ (althans voor die gegevens die nu al rondgetoeterd worden).

Bijlage



(406 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.