Replieken illustreren vooral verdeeldheid

Maddens-strategie: een gok met de wekker in de hand

Jan Van de Casteele 03-08-2009

De Vlamingen slaagden er met hun meerderheid, met het kartel en met de superscore van Leterme niet in de staat te hervormen. Professor Bart Maddens (KU Leuven) lanceerde in het voorjaar daarom een nieuwe strategie: de “non” van de Franstaligen overnemen, afwachten tot de geldnood hen dwingt om zelf iets te vragen. Ondertussen dan maar assertief Vlaanderen besturen, met een klem op de al ruime vrijgevigheid richting Brussel en federale regering. Met belangenconflicten moeten waar nodig de andere beleidsniveaus worden afgeblokt. Doet Peeters het of doet hij het niet?

Een uitgebreide synthese van het debat over de Maddens-strategie vindt de lezer verderop in dit Actueel-bericht. Het is een synthese van reacties en commentaren van Guy Tegenbos van De Standaard, Gui Celen en Herman Deweerdt van AK-VSZ, Eric Defoort en Peter De Roover van de Vlaamse Volksbeweging, Filip Dewinter, Bruno Valkeniers, Gerolf Annemans en Jean-Marie Dedecker van de V-oppositie, Bart De Wever, Jo Vandeurzen en Marianne Thyssen van de nieuwe meerderheid, Ruud Goossens van de Morgen, Bart Maddens zelf, Lionel Vandenberghe van ex-Spirit, Olivier Mouton van Le Soir, Wim Winckelmans van De Standaard, Wim Van de Velden van De Tijd, Philippe Moureaux van de PS, Dirk Castrel van Gazet van Antwerpen, Herman Rompuy en Steven Vanackere van de B-vleugel van CD&V (federale regering) en Mark Grammens van Journaal.

Het overzicht omvat pro’s, contra’s en vooral veel vragen.

Het wordt vooral uitkijken naar de machtsverhoudingen binnen de CD&V. De B-ploeg rond federaal premier Herman Van Rompuy is versterkt met Steven Vanackere, misschien zelfs met Yves Leterme, want sommigen noemen laatstgenoemde al de opvolger van Van Rompuy. Dat is niet zonder betekenis.

Aan de andere kant staan Kris Peeters en Jo Vandeurzen. Een V-ploeg vooral gedragen door Copernicanen die zeggen voor een ‘assertief’ Vlaanderen te gaan. Maar wat betekent dat concreet? Vlaanderen in pole-position? Of toch een Maddens-light? Winst voor Vlaanderen of een gelijkspel? Of nog erger?

Dat zorgt voor veel twijfel bij veel Vlaamsgezinden. Bij elke aarzeling wordt het uitkijken naar de pijndrempel van de N-VA. Die twijfel scheurde destijds het kartel, maar in de regionale verkiezingen van juni bleef CD&V overeind (status-quo) en wipte de N-VA vooruit. De partij van Bart De Wever waagde een nieuwe sprong, nu naar het ‘kartel van de Vlaamse regering’. Kracht vindt men blijkbaar in een onwrikbaar geloof in de finale kramp van België en in vertrouwen in de V-vleugel van CD&V.

Maar het is een gok, met de wekker van de volgende verkiezingen in de hand. Eens te meer kristalliseert de politieke conflictsituatie rond het evenwichtspunt van CD&V. Een B- of V-partij? De zomerinterviews wekken onrust. Een “light-versie” van de Maddens-strategie heropent ongetwijfeld de discussie over de muffe smaak van borrelnootjes en ander tuig.

Veel meer dan een strategische oplossing aan te reiken heeft Bart Maddens een vraag gesteld. Waar situeert de CD&V haar (en onze) toekomst? Antwoord in de herfst?

************************************************

Replieken op Maddens-doctrine illustreren vooral verdeeldheid (JVdC)

Meer dan een strategische oplossing aan te reiken, heeft Bart Maddens een vraag op scherp gesteld: Quid CD&V? Hieronder een uitgebreide synthese van het debat over de Maddens-strategie.

De start

Op 3 maart publiceert De Standaard een opmerkelijk opiniestuk van de Leuvense professor en Doorbraak-medewerker Bart Maddens: (“On n'est demandeur de rien”). Samengevat: na de frustratie en onmacht van de voorbije jaren hoeft Vlaanderen niets meer te vragen. Alternatief: afwachten tot de Franstaligen vragen en ondertussen assertief Vlaanderen besturen, geen extra vrijgevigheid richting Brussel of federaal niveau en indien nodig belangenconflicten inroepen tegen andere niveaus.

Helemaal nieuw zijn de standpunten van Maddens niet. Einde 2007 al – na het débacle van Leterme en het hier-zijn-we-weer van Verhofstadt, liet hij in De Morgen al weten een status-quo beter te vinden dan een compromis vol Vlaamse zoenoffers (nationale kieskring, veralgemeend inschrijvingsrecht, samenvallende verkiezingen), dat toen in de lucht hing.

De Vlaamse Beweging

In zijn algemeen besluit na het symposium van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (21 maart), lanceert Gui Celen de stelling van Maddens in de brede Vlaamse Beweging. Met zijn verslag hierover in De Standaard van 23 maart zwengelt Guy Tegenbos het politieke belang van de stellingen van Maddens aan. (“Vlaamse strategie is opnieuw discussiepunt”).

In een interview in Knack en op de VVB-Conventie "Ik kies voor Vlaanderen" (Antwerpen,17 mei) sluit ook voorzitter Eric Defoort zich aan bij de standpunten van Maddens. ‘Die strategie, in combinatie met de tijdbom die sinds Lambermont in de Bijzondere Financieringswet vervat zit, kan wél resultaat opleveren. De kwestie-Brussel-Halle-Vilvoorde laat je gewoon haar, toegegeven, ridicule parlementaire weg volgen.’ Voor Defoort gaat het niet om ‘uitroken’ van de Franstaligen, maar om ‘Reynaert-streken’.

Bart Maddens herhaalt net voor de regionale verkiezingen zijn strategie in De Morgen (DM, 27 mei, “Vlamingen vragen niet langer een staatshervorming”). Waar hij een ‘assertief Vlaams beleid’ dan wel situeert? Onder meer bij grootstedenbeleid, fiscaliteit en gezinsbeleid. Ook concreter: een nieuwe grote of kleine staatshervorming is niet nodig, als de Vlaamse regering voldoende assertief is komen we vanzelf in ‘een echt confederaal systeem terecht en verschuift het zwaartepunt van de macht naar de deelstaten.’

Open Brief

Op 28 mei roept VVB-voorzitter Eric Defoort in een Open brief Vlaams minister-president Kris Peeters op om achter de Maddens-strategie te staan, al weet hij dat ze maar kan slagen als de Vlaamse partijen op federaal vlak de Vlaamse kaart trekken. Meteen geeft Defoort een van de eerste signalen dat het succes van de Maddens-strategie “voorwaardelijk” is.

Het standpunt van Defoort wordt onder de titel “Wij vragen niets!” ook gepubliceeerd als editoriaal in het verkiezingsnummer van Doorbraak.

In diezelfde Doorbraak zegt Vlaams Belang-voorzitter Bruno Valkeniers dat hij het ‘fundamenteel eens’ is met de Maddens-strategie, maar ‘alleen gaat Maddens niet ver genoeg’. Dat voorstel blijft volgens Valkeniers ‘een stap-voor-stap-strategie en die omvat ongetwijfeld toch weer toegevingen die de finaliteit - Vlaamse onafhankelijkheid - onmogelijk maken.’ Een beter alternatief ziet Valkeniers in wat ook professor Van Orshoven niet onmogelijk acht: een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring. Pas dan zullen de Franstaligen tot een regeling worden gedwongen. Valkeniers is het dus (on)eens met Maddens...

Verkiezingen

Op 7 juni (regionale verkiezingen) is de winst voor N-VA. Veel uitgesprokener dan voor CD&V, maar die partij was handig genoeg om na een allerminst denderend resultaat zich op de verkiezingsavond al heel snel als grote overwinnaar in de media te gooien. Op een eerste VRT-televisiedebat met alle voorzitters, plaatst men de V-partijen netjes naast elkaar. Bart De Wever – nog wat verdoofd door zijn overwinning? – stelt de Maddens-doctrine ‘voor zijn doen’ nogal onbeheerst heel scherp (‘plaats de federale regering onder curatele’). CD&V-voorzitter Marianne Thyssen vindt hem grof.

Meteen wordt (nog) duidelijk(er) dat de Maddens-strategie op wel heel erg verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. De N-VA is CD&V niet. En de CD&V van Peeters is niet die van Thyssen, en nog minder die van de behoudsgezinde oude garde van oud-premiers en ACW. Dat de tegenstanders nu zo makkelijk kunnen repliceren op wat ze voortaan plastisch de ‘verrottingsstrategie’ mogen noemen, was wellicht niet de beste zet van De Wever ooit.

Ja, maar

Zelfs Jo Vandeuzen blaast in De Standaard van 9 juni (“Hoe ver wil N-VA gaan?”) met een fameuze ‘ja, maar!’ warm en koud. ‘De fameuze Maddens-doctrine... Wat is daar de draagwijdte van? Wat wil dat zeggen?’ ... ‘Ook Kris heeft voor de verkiezingen gezegd dat wij de staatshervorming op tafel zullen leggen op het moment dat de federale regering een inspanning van Vlaanderen vraagt om de budgettaire problemen te bekampen. Dat wil ongeveer hetzelfde zeggen.’. Maar tegelijk waarschuwt Vandeurzen dat het wel even anders kan worden als de ‘sociaal-economische knipperlichten’ gaan branden (vb Ford Genk). Dan moeten de twee regeringen ‘sluitende afspraken’ kunnen maken. Het alibi van 'de crisis' lijkt erop te wijzen dat de ‘Copernicaanse omwenteling’ voor CD&V niet dé prioriteit is... Het federale niveau (lees: Van Rompuy) mag niet in gevaar komen.

De wig

Ruud Goossens ruikt het dispuut en het is niet onwaarschijnlijk dat hij in De Morgen met plezier de wig tussen N-VA en CD&V wat uitvergroot (DM, 10 juni: “De Maddens-doctrine: waarover De Wever het even niet wil hebben”). Hij heeft gehoord hoe Maddens stelt dat zijn strategie ‘natuurlijk de federale regering onder druk’ zet en mogelijk kan doen vallen. Maddens zei dat de federale clash en nieuwe federale verkiezingen in het najaar ‘geen slechte zaak’ zouden zijn. Met de dag wordt duidelijker dat die hoop een (te?) optimistische inschatting is van de kracht der Copernicanen binnen CD&V.

Bart Maddens wordt in die dagen de meest aangesproken politieke commentator. Zo is hij te gast bij De Ochtend op 9 juni en in Terzake op woensdag 10 juni. Hij wijst er op de ‘onstuitbare opgang’ van het Vlaams-nationalisme als belangrijkste resultaat van de verkiezingen. Maar de V-partijen (VB, N-VA, LDD) zijn met 36-37 procent nog een eind verwijderd van een politiek kantelpunt. De aandachtige kijker/luisteraar weet dat CD&V, die weer 'tafelt' op alle verdiepingen van dit land, de institutionele sleutels in handen heeft.

Lionel Vandenberghe, voormalig voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, noemt de analyse van Maddens ‘uitstekend’ (De Standaard, 11 juni), maar het is hem niet ontgaan dat ook De Wever het zo kort na de verkiezingen ook al heeft over ‘compromissen’ en ‘water in de wijn moeten doen’...

In Trends (11 juni) merkt Maddens op dat we al in een ‘confederale logica’ zouden zitten, ‘omdat de partijen gesplitst zijn. Sinds 2007 is dat in een stroomversnelling gekomen. Eigenlijk komen op federaal niveau twee regionale coalities samen. Premier Herman Van Rompuy is een confederale notaris zonder plebisciet van de kiezer. Ik vraag me nu wel af hoe CD&V en N-VA hun visies verzoenen.’

De Franstaligen zitten ondertussen ook niet stil. ‘Wij voelen ons gechanteerd’, aldus Olivier Mouton van Le Soir in een artikel in De Standaard (13 juni). In de opiniestukken van de VUM-krant en De Morgen (niet zelden “verlengd” op radio en tv) openen de ‘anti’s’ ten volle hun zoveelste aanval op de separatistische “uitrokers” van de N-VA (Jos Geysels, Marc Reynebeau, en vele anderen).

Souffleur van N-VA?

In De Tijd (13 juni) zegt Maddens ondertussen dat hij ‘niet de souffleur van Bart De Wever' is. Geen onbelangrijk interview... ‘De N-VA maakte van de Maddens-doctrine haar belangrijkste campagnethema’, schrijft de krant. De Wever zal moeten toegeven of kiezen voor de oppositie, stelt Maddens. Hij denkt dat de partij haar verkiezingsoverwinning toch zal willen verzilveren met een regeringsdeelname. Bart De Wever is immers als de dood dat hij met zijn partij (in de oppositie – red.) in hetzelfde straatje terechtkomt als het Vlaams Belang: overwinning na overwinning zonder enig resultaat te boeken.' Wat Maddens zelf zou doen? ‘Ik zou het been stijf houden, omdat ik ervan overtuigd ben dat Vlamingen in een zwakke onderhandelingspositie zitten, nog zwakker dan na de verkiezingen van 2007. Toen hadden we een stok achter de deur: geen staatshervorming is geen federale regering.’ Ook inzake BHV – geldige verkiezingen zijn volgens hem zonder splitsing niet mogelijk - zou hij de strijd staken en ‘het dossier rustig zijn weg laten banen doorheen het parlement. Uiteindelijk zullen de Vlamingen eenzijdig de splitsing goedkeuren, daar is een meerderheid voor.’

De schreef

Nog in De Tijd legt Maddens nog eens goed uit wat hij voor ogen heeft: ‘Het is onjuist dat ik de revolutie predik... We gaan niet over de schreef. We houden een institutionele stiptheidsactie.’ Als we ons niet harder opstellen, staat het in de sterren geschreven dat de Vlaams-nationalisten de volgende verkiezingen opnieuw winnen. Het zal steeds moeilijker worden om een anti-Vlaams-nationale meerderheid te vormen in België... ‘De stiptheidsactie hoeft niet langer dan enkele maanden te duren. Voor het jaar om is, zouden er nieuwe verkiezingen komen. Nadien kunnen we ernstige onderhandelingen opstarten’ en uiteindelijk belanden we in een situatie waar de deelstaatregeringen samenkomen om een confederale regering te vormen... Het federale parlement wordt niet langer rechtstreeks verkozen en is een optelsom van de parlementen van de deelstaten.’

De twijfel

Toch is er enige twijfel, want de meeste partijen opteren voor een 'light-versie’ van zijn strategie.'

Wim Winckelmans noteert in De Standaard van 15 juni dat de Maddens-strategie maar één van de vier wijzen is om de staat te hervormen. Anderen houden het op een gemeenschapsdialoog bis (Peeters), willen een oplossing kristalliseren via de partijvoorzitters (federaal niveau, al twee jaar mislukt) of via een Raad van Wijzen (Herman Van Rompuy)..

Het wordt almaar duidelijker dat CD&V verre van met overtuiging volgt. Wim Van de Velden noteert in De Tijd van 18 juni dat de Maddens-doctrine Van Rompuy ‘bedreigt’.

De twijfel van de Franstaligen

Wat gebeurt er in die dagen dan op het terrein? N-VA en sp.a zetten Open VLD buitenspel en vrij vlug schrijven ze mee de onderhandelingsnota van Kris Peeters. Voor de Franstaligen is het duidelijk: Peeters wil de bevoegdheden van Vlaanderen maximaal invullen en Vlaanderen wil niet langer de reddingsboei voor België zijn. PS-kopstuk en communautair oud-strijder Philippe Moureaux (PS) beschouwt de Maddens-doctrine als ‘een reëel gevaar’. ‘Als Vlaanderen ziet dat de Franstaligen niet bewegen, wat ik vrees dat gaat gebeuren, dan zal het in de verleiding komen de Franstaligen op droog zaad te zetten... En jullie Franstaligen mogen voor ons part van honger creperen’, zo ziet hij het.

De twijfel van Herman Deweerdt

Herman Deweerdt (Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid – AK-VSZ) formuleert al begin juli een aantal kritische bedenkingen bij de Maddens-doctrine. Hij wijst erop dat het fout is te veronderstellen dat de Franstaligen niets vroegen. Hun “non” was de eis om de bestaande toestand te behouden, met inbegrip van de gigantische geldstromen. ‘De Franstaligen zijn er al in geslaagd om de bestaande toestand voor te stellen als een gelijkspel: 0 – 0’, aldus Deweerdt. Wachten tot zij iets komen vragen? Dat kan ‘nog zeer lang duren’. En als ze iets vragen, zal het weer geld zijn, in ruil voor... bevoegdheden die ze zelf ook zullen krijgen...Daartegenover staat de rekening van de Vlamingen: ook ‘meer bevoegdheden, maar minder geld. Wat is hier slim aan?’ Bovendien is er de crisis. Meer vergrijzingskosten, meer overheidstekort, meer overheidsschuld, wie zal dat betalen? Juist! Met de grendels in de grondwet kunnen de Franstaligen tot in de eeuwigheid “non” zeggen. In deze gijzeling ligt volgens Deweerdt de kern van het probleem. Met de Maddens-strategie komen we er niet, is zijn besluit. Alleen een strategie gericht op het doorbreken van de grendels die ons gijzelen, is voor Deweerdt een goede strategie. Integrale versie van zijn standpunt: zie voetnoot 5.

De twijfel van de Vlaamse oppositie

De Vlaamse oppositiepartijen Vlaams Belang en LDD ventileren nu ook hun mening. In een interview in De Standaard (4 juli). Volgens Filip Dewinter verleidt Peeters de N-VA met in zijn formateursnota ‘zelfs wat verwijzingen naar de Maddens-doctrine’, maar Dewinter ziet het gevaar: ‘CD&V is en blijft voor hem een ‘schizofrene en hypocriete partij... Op het einde van de rit zal het dus niets zijn... De N-VA wordt dan de N-VU. De Wever een nieuwe Hugo Schiltz’. Dewinter geeft de N-VA enerzijds voorlopig nog ‘het voordeel van de twijfel... als de partij nu doorzet’, maar herhaalt anderzijds zijn stelling(‘België zal uiteenspatten. De vraag is alleen wanneer’) en gelooft ook ‘niets’ van de Maddens-doctrine. ‘Dat is alleen maar uitstel van executie. Hoe kun je iets laten verrotten wat al compleet rot is? We moeten gewoon de confrontatie aangaan.’ Jean-Marie Dedecker is evenmin onder de indruk: ‘Ze hebben weer iets gevonden, hoor. Dat is de nieuwste hype, die doctrine.’

De twijfel van Maddens zelf

Eens het Vlaams regeerakkoord rond is, wordt al snel duidelijk dat Maddens met de invulling ervan toch niet zo gelukkig is ("Knagende twijfel over Vlaamse strategie", De Morgen, 10 juli 2009). De Vlaamse Resoluties van het verleden had men in het regeerakkoord ten minste expliciet kunnen vermelden (nu zitten ze verborgen in een bijlage). En waarom geen woord over een engagement om BHV eenzijdig te splitsen? En wanneer komt die er, die aanvullende kinderbijslag, die Vlaamse hospitalisatieverzekering? Het nodige wetgevende werk moet maar onmiddellijk starten, met ontwerpen van decreet in het najaar. In het najaar zullen we bij de opmaak van de federale begroting weten of de belangenconflicten echt wel een strategisch wapen worden. En of Vlaanderen weer het Belgische geldtekort moet wegwerken. ‘Als de Vlaamse politici eindelijk ook eens non durven zeggen’... Als...

Op 11 juli legt Dirk Castrel ook in Gazet Van Antwerpen de Maddens-doctrine uit (“Franstaligen moeten zelf staatshervorming vragen”). Dat de staatshervorming naar het Overlegcomité gaat, betekent voor hem het einde van de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap. Wat dat pad inhoudt, zal de komende weken moeten blijken.

De twijfel van De Roover

Ondertussen laat ook Peter De Roover, politiek secreataris van de VVB in De Standaard een knipperlicht flikkeren (“Wat als het weer mislukt? Dringende staatshervorming blijkt niet voor morgen”, 14 juli). De Roover citeert politicoloog Carl Devos (DS 10 juli) die Peeters II communautair 'weinig ambitieus' noemt. Voor De Roover zijn er pluspunten (actiever beleid in de Vlaams-Brabantse rand en in Brussel, afwijzing ratificatie minderhedenverdrag, taalkennis bij de inburgering, met extra kinderbijslag, een Vlaamse hospitalisatieverzekering, een Vlaams energiebedrijf), al ontbreken hiervoor voorlopig de centen. Net als Maddens pleit De Roover voor snel decreetgevend werk, Vlaamse assertiviteit als de federale bedelronde effectief start. Maar tegelijk stelt hij dat de zo dringend genoemde grondige staatshervorming verder af lijkt dan ooit. ‘Wat als de Franstaligen gewoon mee afwachten? Dan zitten we wel vast in het status- quo waar zij altijd voor gepleit hebben... Geduld is een schone deugd, lijdzaamheid een ondeugd... Dat de Franstaligen geen vragende partij zijn, is natuurlijk de schuld van de Vlaamse partijen zelf... De Vlaamse regering moet de moed hebben op haar nieuwe strategie ook een kalender te plaatsen en geen Griekse. Wanneer volgt de beoordeling? En wat is plan-B (dat dan echt wel plan na-B moet worden) als de nieuwe aanpak mislukt? Wordt dan de stap gezet van 'on n'est demandeur de rien' naar 'rien ne va plus'?’ Een open vraag...

De twijfel van Van Rompuy

Herman Van Rompuy (Knack, 15 juli) laat er geen twijfel over bestaan dat het federale niveau niet zal wijken. In Le Monde, na een vraag over een mogelijke opsplitsing van België, hanteert hij opnieuw het argument van ‘de chaos’. ‘Soms lees ik dat de Belgische scheiding dé oplossing is. Geloof me, de scheiding is hét probleem. Als morgen over de Belgische boedelscheiding moet worden onderhandeld, over de splitsing van de openbare schuld, over Brussel, over de definitieve taalgrenzen, dan zijn we jaren zoet. Intussen zal het begrotingstekort wel stijgen van de 10 procent van Geert Noels naar 20 procent. Toch wordt over die scheiding gepraat met een lichtzinnigheid waar ik koud van word’, aldus Van Rompuy. De Franstaligen willen volgens hem snel onderhandelen en ‘veel verder gaan dan de Vlamingen kunnen vermoeden’. De Maddens-strategie is volgens hem ‘niet het standpunt van de Vlaamse regering als geheel’. Ook weer veel flou politique. Hebben de Vlaamsgezinde CD&V’ers evenveel vertrouwen in de goede bedoelingen van de Franstaligen? En hoeveel CD&V’ers willen verder gaan dan Van Rompuy kan vermoeden?

‘Wat wat als de Vlaamse regering inderdaad van plan is om de Franstaligen uit te roken? Wat als Vlaanderen weigert om de federale begroting nog langer bij te springen zodat de Franstaligen op zwart zaad komen te zitten en uiteindelijk zélf om een staatshervorming zullen vragen? Dan heeft de premier pas écht een probleem’, besluit ook Ann Peuteman in Knack.

De twijfel van Steven Vanackere

Steven Vanackere lacht in Knack van 28 juli zelfs met de Maddens-doctrine (zeker met N-VA, maar dus ook met Peeters en de Vlaamsgezinde CD&V’ers): ‘Het is bijzonder kinderachtig om te beweren dat je de Franstaligen gaat uitroken. We wonen nog altijd in hetzelfde huis, en dan kun je elkaar niet uitroken zonder zelf door rook te worden bevangen. Hetzelfde met de bewering dat de federale overheid het zelf maar moet uitzoeken. Wat wil dat zeggen? Dat Vlaanderen de sociale zekerheid niet langer wil ondersteunen? Dat zou bijzonder dom zijn op een moment dat de werkloosheid en de vergrijzing in Vlaanderen sneller toenemen dan in Wallonië.’

De twijfel van Mark Grammens

Mark Grammens, niet zonder invloed in de Vlaamse Beweging, gelooft niet in de 'Maddens-doctrine', blijkt in Journaal van 16 juli (“Zo komt men er niet”). Francofonië heeft volgens hem immers geen geld nodig. ‘Het heeft óók een nieuwe strategie bedacht, en pakt de centen gewoon’. De Waalse regering en de Franstalige Gemeenschapsregering zullen geen sluitende begroting indienen vóór 2015 (op z’n vroegst), en volgens minister van Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) geldt dit nog meer voor Brussel. ‘Francofonië vraagt geen geld meer, maar gaat onbeperkt leningen aan. Die zal het nooit kunnen terugbetalen, maar dat hoeft ook niet: ze verzwaren de algemene Belgische staatsschuld, en als België mocht uiteenvallen, zijn het de Vlamingen die voor zeventig procent van de schuld zullen opdraven, inclusief de schulden van Wallonië, de Franstalige Gemeenschap en Brussel.'


Terug naar de artikelenlijst.