Brussel, lastpost of troetelkind?

Jan Van de Casteele 03-04-2009

Knack heeft het over Brussel, de vermeende troefkaart van al wie afkerig staat tegenover Vlaamse staatsvorming. Een rist Doorbraak-medewerkers staan niet altijd op dezelfde lijn. Maar het debat is tenminste geopend.

Wat moeten we met Brussel? Eric Van de Casteele probeerde dit terrein te overvliegen in Knack (1 april). Hij vond duidelijk veel inspiratie in het boek “Wat met Brussel”, een uitgave van Davidsfonds en Vlaamse Volksbeweging. Onder de auteurs onder meer een aantal Doorbraak-medewerkers, met uiteenlopende meningen, al worden die wat uitvergroot. Maar het debat wordt ten minste aangezet.

Eric Van de Casteele start zijn verhaal met een terugblik op de geschiedenis. De naoorlogse Vlaamse Beweging was het een missie om de hoofdstad het Nederlands en de Vlaamse gemeenschap gerespecteerd te zien. Toen waren er nog 30 procent Nederlandstaligen. Vlamingen en Vlaamse Brusselaars werden gezien als één natie.

De oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (1989) met eigen parlement, regering en bevoegdheden was een keerpunt. Vanaf dan nam een deel van de Vlamingen afstand van die optie, omdat een verdere verfransing werd verwacht van een entiteit waar Vlamingen zich niet meer thuis voelden.

Maar veel Vlamingen verwachtten toch nog iets van gegarandeerde mandaten, eigen aanwezigheid, investeringen (Brusselnorm) en instellingen, kortom van ‘tweeledig’ bestuur. Brusselse Vlamingen kregen zowat een drievoud van de Vlaamse investering naar zich toegeschoven.

Resultaat vandaag: een buitenmatig succes van het Nederlandstalige onderwijs en veel geld voor de Brusselse cultuursector.

Maar de Vlamingen deemsterden politiek verder weg. Zonder ‘oneigenlijke’ stemmen (bedoeld wordt francofone kiezers voor Vlaams Belang) bekoren de Vlaamse partijen nog amper om en bij de 50.000 kiezers. Vergelijkbaar met een kleine Vlaamse stad.

De taalwet wordt niet toegepast, Franstaligen hebben lak aan een tweetalige hoofdstad, aan Nederlands in hun onderwijs, ook al beperkt die opstelling de kansen op de arbeidsmarkt.

Voorts is er de ‘vervreemding’ van de hoofdstad, de gigantische werkloosheid, de onbestuurbaarheid, ingesponnen in een inefficiënt kluwen van medespelers (Federatie, Gewest, Gemeenschap, gemeenten...).

Eric Van de Casteele meldt dat de interesse van de Vlamingen voor dit Brussel afneemt. ‘In sommige milieus begint met de vraag te stellen of het onafhankelijke Vlaanderen beter af is zonder Brussel’.

Zo is er Frans Crols, ‘met een pleidooi om Brussel los te laten’. De Knack-medewerker vermeldt in de buurt van Crols ook Vlaams Belang en Derk Jan Eppink (LDD), die de hoofdstad vooral ziet internationaliseren, verarmen en islamiseren en pleit voor een Europees statuut.

Frans Crols (ex-hoofdredacteur Trends): ‘Brussel keert zich duidelijk tegen Vlaanderen. We zijn de hoofdstad al lang kwijt en het wordt tijd om dat openlijk toe te geven. Voor mij is de toekomst van zes miljoen Vlamingen veel belangrijker dan een hol symbool... Het gekakel van Brusselse kringen à la de Beursschouwburg en de KVS herinnert mij aan de periode van de Congolese onafhankelijkheid. Toen beweerden de kolonialen ook dat de zwarten daartoe te dom, te onooglijk en te onderontwikkeld waren.’

Het standpunt van Crols is iets te eenvoudig samengevat, want de facto beoogt hij vooral een hardere en pragmatische opstelling van de Vlamingen, er voor het overige van overtuigd dat Brussel dan wel zo verstandig zal zijn om voor nauwe(re) samenwerking na te streven met de deelstaat waarin het geografisch genesteld ligt.

Ook Peter De Roover (politiek secretaris VVB), ‘een van de vinnigste intellectuelen in de niet-partijpolitieke Vlaamse beweging’ genoemd, wil een antwoord op de Brussel-chantage: ‘Elk debat over Vlaamse onafhankelijkheid eindigt met de vraag: wat met Brussel? Punt uit! Laten we wel wezen: niet Vlaanderen heeft Brussel losgeschroefd. Daarvoor is de Belgische staat verantwoordelijk. Het hoofdstedelijk gebied is in de Belgische context een volwaardig derde gewest geworden dat zich al te vaak met Wallonië van Vlaanderen afkeert. Dat werd zichtbaar toe de Franse Gemeenschapscommissie in Brussel een belangenconflict inriep tegen de splitsing van het kiesarrondissement BHV. Zonder twijfel neemt daardoor de tendens om Brussel los te laten toe. Ik keur dat niet goed. Ik hoor wel steeds vakder de opmerking dat het behoud van Brussel de prijs is die we voor het aanslepende Vlaamse immobilisme betalen. We mogen ons met andere woorden niet door de hoofdstad laten chanteren. En het idee dat we dankzij de Belgische staat Brussel behouden, verliest aan kracht. Het tegendeel is waar. Hoe sneller Vlaanderen onafhankelijk wordt, des te beter onze onderhandelingspositie. Ook tegenover Brussel. Het hoofdstedelijk gebied zal trouwens territoriaal altijd binnen Vlaanderen liggen. Er zal bijgevolg een gemeenschappelijk belang en een band tussen beide blijven bestaan. Dat is ook mijn bezorgdheid...’

Opslorpen

Een andere, voorzichtiger visie komt vooral vanuit het Vlaamse bedrijfsleven. Jan Van Doren, ook al Doorbraak-medewerker, zette in een lijvig rapport uiteen dat Brussel van enorm economisch belang is, ook voor Vlaanderen. Dat blijkt uit de cijfers (jobs, bbp, bezoekers, zakentoerisme). Hij gelooft dat de invloed van de Nederlandstalige bedrijfsleiders in Brussel sterk is toegenomen en is dan ook voor ‘een doorgedreven samenwerking tussen Vlaanderen en Brussel’... ‘Ik ga niet akkoord met het opslorpen van Brussel door Vlaanderen. Wel horen we het koppel Vlaanderen en Brussel internationaal bekend te maken.’. Wel weet Van Doren dat de francofonen verkeerde keuzes maken: ‘Het gebrek aan kennis van het Nederlands is een van de belangrijkste handicaps om in Brussel en de Vlaamse Rand werk te vinden: 90 procent van de werkzoekenden spreekt er geen Nederlands’.

Brussels stuur

Johan Van den Driessche (bestuurder Voka-Comité Brussel) zit op dezelfde lijn: ‘Diegenen die de Vlaamse onafhankelijkheid in ruil voor het verlies van Brussel voorstaan, verwijt ik een gebrek aan kennis. Daarbij wordt de hoofdstad veelal als één groot probleemgebied voorgesteld. Het loslaten zou een troef voor Vlaanderen inhouden. Alsof problemen als werkloosheid, verpaupering en onveiligheid aan een staatsgrens stoppen. Nee, Vlaanderen zit beter aan het Brusselse stuur. Op die manier profiteert het ten volle van de hoofdstedelijke centrumpositie en haar Europese en internationale rol. Ik pleit voor een offensieve strategie. Vlaanderen kan gerust onafhankelijk worden en tegelijk Brussel behouden. Ik weet dat de beter ingewijden zich meestal in dat standpunt kunnen vinden. Zonder dat officieel bekend te maken, erkent een meerderheid van de Vlaamse economische elite het belang van Brussel bij een onafhankelijk Vlaanderen’.

Het debat is dus gelanceerd, en die synthese in Knack maakt meteen duidelijk dat het geen eenvoudige oefening wordt. Nog maar weinig mensen spreken over ‘opslorpen van Brussel door Vlaanderen’, maar allicht geloven even weinig mensen dat Vlaanderen snel mee ‘aan het Brusselse stuur’ zal zitten. Toch niet zolang de Vlaamse meerderheid een minderheid blijft binnen de Belgische federatie.

Jan Van de Casteele

Brussel-bijdragen en artikelen van Crols, De Roover, Van Doren en Van den Driessche in Doorbraak: zie www.doorbraak.org (gebruik zoekrobot)


Terug naar de artikelenlijst.