België of democratie? Luc Huyse (B) versus Peter De Roover (Vl)

Jan Van de Casteele 04-02-2009

‘De Vlaamse republiek als utopie’, is de titel boven een opmerkelijk conservatief opiniestuk (De Morgen, 31 jan.) waarin socioloog prof. Luc Huyse reageert op de publicatie van het boek ‘De Vlaamse Republiek: van utopie tot project’ (red. Johan Sanctorum). Het boek (10 auteurs) werd voorgesteld op de nieuwjaarsbijeenkomst van de Vlaamse Volksbeweging (zie elders in deze rubriek). Peter De Roover, politiek secretaris van de VVB, wijst in het boek onder meer op de democratievervuiling in België: een minderheid (Franstaligen) wordt via allerlei ondemocratische mechanismen (pariteit, grendels, bijzonder meerderheden) de facto een meerderheid.

In zijn repliek blijft Huyse vooral steken bij de herhaling van de argumenten die de laatste verdedigers van de Belgische staat telkenmale uit de kast halen: er hangt een ‘mist’ boven de positie van Brussel, er is geen plan voor de verdeling van openbare schuld, hoe zal Europa reageren en wordt Vlaanderen in de EU wel aanvaard?

Huyse gaat vooral dieper in op de stelling van Peter De Roover in voormelde publicatie dat wie opkomt voor onafhankelijkheid eerst moet uitklaren wélk soort Vlaanderen men eigenlijk wil. Huyse vindt dit een pleidooi voor het kopen van ‘een kat in een zak’.

Derde element in zijn reactie: wie denkt dat in een democratie de meerderheid regeert, vergist zich, althans daar waar de minderheid een cijfermatige minderheid is, demografisch, etnisch. Daar is de ‘meerderheidsregel onbruikbaar. Geen enkele minderheid, die weet dat haar status onveranderlijk is, zal een blijvend geloof in de democratie ontwikkelen... Om dat te vermijden zijn in vele landen, ook in Europa, technieken ontwikkeld die de demografische en etnische minderheden blokkeringsmogelijkheden geven. Is dat democratievervuiling? Wie de meerderheidsregel verdedigt, moet ook aanvaarden dat er geen meerderheid is voor onafhankelijkheid, aldus Huyse. (integrale tekst artikel Huyse: zie bijlage)

Peter De Roover antwoordt in De Morgen van februari ’09 ('België of de democratische weg', DM, 4 februari 09). Hieronder zijn repliek.

‘Politiek geïnteresseerd Vlaanderen dient gewaarschuwd. Van het pas voorgestelde boek de Vlaamse republiek: van utopie tot project sloop een piraatuitgave in de distributieketen. Alvast Luc Huyse kwam in het bezit van een apocriefe versie. Dat is wat ik kan opmaken uit zijn bespreking van mijn bijdrage aan genoemd boek, waarin ik vrijwel niets van het origineel herken. Misschien nuttig dat ik (uiteraard onvolledig) samenvat wat ik wél heb geschreven. Op de stelling dat Vlaanderen best een volwaardige staat wordt, volgt wel eens de vraag: Welk Vlaanderen moet dat dan worden? Genoemd boek stelt dat een splitsing van het land hét momentum schept voor een fundamenteel maatschappelijk debat en voedt dat ook.

Volgens Huyse betwist ik de noodzaak van zo’n denkoefening. Ik schrijf in werkelijkheid dat de vraag welk Vlaanderen we willen boeiend is, maar los staat van het onafhankelijkheidsproject. Dat is onvoorwaardelijk, in die zin dat het niet ondergeschikt is aan de vraag wat de Vlamingen met die autonomie willen doen. Op die vraag bestaat maar één antwoord: wij willen dàt Vlaanderen waarvoor de Vlamingen zullen kiezen.

Stel dat de eis tot afschaffing van de apartheid en het invoeren van ‘one-man-one-vote’ in Zuid-Afrika gepareerd was met de vraag: Welk Zuid-Afrika wil de zwarte meerderheid? Of bij de invoering van het vrouwenstemrecht: Ja, maar wat doen die vrouwen daarmee? En dat naargelang het antwoord de apartheid wel of niet was afgeschaft, het vrouwenstemrecht wel of niet ingevoerd.

Wie de vrees uitspreekt dat een Vlaamse staat neo-liberaal wordt, mag niet vergeten dat die weg maar wordt ingeslagen als een meerderheid van Vlamingen die wens via de stembus uitspreekt. Blijkbaar wordt België verantwoord als vehikel om Vlamingen te verhinderen een eigen weg te kiezen, net zoals het de Waalse politieke voorkeuren ‘vervuilt’ met die van Vlaanderen.

Naast het normale politieke compromis dat elke veelkleurige parlementaire democratie kent, verplicht het Belgische feit ons te zoeken naar een extra en overbodig compromis. Dat wordt dikwijls niet gevonden en vervangen door de beslissing niet te beslissen of, erger nog, een beslissing te nemen die aan weerszijden van de taalgrens anders wordt uitgelegd. Vandaar Geert van Istendaels vaststelling: “Het Belgische surrealisme is geen droom meer, het is een nachtmerrie geworden. Wie al te grote helderheid eist van de Belgen, stuurt aan op een conflict. Maar al te grote chaos leidt ook tot catastrofes.”

Karel De Gucht schrijft in De Standaard (2 febr. 2009): “Fundamenteler is het structurele probleem van de onbestuurbaarheid van België.” Hij heeft het over “het verschil in politieke benadering en cultuur, in financiële draagkracht en in bereidheid om het federale niveau te financieren.”

Maar scherper dan Huyse zelf formuleert niemand het. “Waar de verhoudingen onwrikbaar zijn omdat ze op demografische of etnische gronden rusten, is de meerderheidsregel onbruikbaar. Dat is de situatie in België.” Ik sla me voor de kop dat ik niet zelf op die voor België verwoestende verwoording kwam, maar neem ze dankbaar over. Huyse geeft aan dat we de keuze hebben tussen brute meerderheidsuitoefening, politieke apartheid of ... jawel, splitsing.

Wie zowel de brute meerderheidsregel tegen een etnische minderheid (in casu de Waalse) als de huidige formule van het veto-federalisme afwijst, rest alleen nog de scheiding, waardoor de meerderheidsregel zowel in Vlaanderen als in Wallonië bruikbaar wordt.

Ik geef in genoemd boek een cijfervoorbeeld. Als een voorstel in gebied A 80 voorstanders en 20 tegenstanders telt en in gebied B 25 aanhangers en 75 bestrijders, geeft dat een samengevoegde pro-meerderheid van 105 tot 95. Het unitaire land AB voert een beleid dat tegemoet komt aan de wens van een kleine meerderheid van 52,5 % van de bevolking, maar 47,5 % bekaaid achterlaat. Als A en B een eigen beleid mogen voeren, wordt 80 % in A en 75 % in B op de wenken bediend.

We kunnen natuurlijk ook doorgaan met België. (Dat een meerderheid van de Vlamingen dat vandaag nog wil, lijkt voor Huyse vreemd genoeg een argument om het debat te sluiten, alsof een democratie statisch zou zijn.) De voordelen mag men eens komen uitleggen, tenminste één nadeel is overduidelijk: leven in een land waar de normale democratische meerderheidsregel niet van toepassing is en waarvan politieke onbestuurbaarheid een structureel kenmerk vormt. Zeg dat Huyse het zelf gezegd heeft.’

Bijlage



(27 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.