Het sprookje van Rudy Aernoudt (B-Plus)
Jan Van de Casteele 17-01-2009
|
Rudy Aernoudt (De Morgen, 5 januari) meent op zijn eentje slimmer te zijn dan de hele Gravensteengroep. Het is niet de eerste keer dat de nieuwe Waal zich als een soort speerpunt van B Plus op een wel heel slordige manier in het communautaire debat gooit.
Aernoudts pleidooi tegen meer Vlaamse bevoegdheden inzake gezondheidszorg werd onlangs nog door mensen met iets meer kennis van dit terrein met veel gemak gepareerd (lees: Een kalmeerpil voor Rudy Aernoudt (Actueel 01-12-2008). Zijn economische artikelen wekken medelijden op bij nogal wat Vlaamse economen.
Zijn jongste opiniestuk in De Morgen ('Waarom regionalisten niet van Jacques Derrida houden')is vooral gericht tegen de Gravensteengroep en haar Manifest. Als een hogepriester-filosoof plukt hij wat inzichten weg bij zijn nieuwe Idool, de Franse filosoof Jacques Derrida.
We proberen kort samen te vatten:Stelling: ‘Het Gravensteenmanifest vraagt de onschendbaarheid van taalgrenzen’, maar ‘grenzen zijn relatief’... ‘De natiestaat is verouderd en het rechtsmodel dat steunt op de verouderde natiestaat moet vervangen worden door een ‘internationale rechtsorde’. In tegenstelling tot wat de Gravensteengroep beweert heeft de taalgrens in geen geval ‘de kracht van een staatsgrens’. Weg met het principe van de territorialiteit, leve het principe van onvoorwaardelijke gastvrijheid. Aernoudt pleit voor een Europa zonder grenzen.
De voorbeelden die zijn denkwerk moeten ondersteunen situeren zich ongeveer op lagere schoolniveau, zoals ook sommige krantenlezers niet is ontgaan. Zijn conclusie is intellectueel indrukwekkend: weg met eentaligheid, leve meertaligheid. ‘Laat ons overgaan tot overal minstens tweetalig onderwijs in Brussel’ en ‘wat mij betreft in heel Vlaanderen (die praktijk mag gerust ‘als een olievlek uitdijen over de grenzen heen’).
Repliek:
- Wacht even... taalgrens terecht of niet terecht, wat is het nu? Aernoudt struikelt over zijn eigen redenering. Dat in 1962-63 de grenzen van Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig België definitief werden vastgelegd, vindt hij ‘terecht’, maar bijna een halve eeuw later moet dat toch maar eens veranderd worden. - ‘Een Pool in Vlaams-Brabant verplichten om zijn water- en elektriciteit in het Nederlands te ontvangen’ is volgens Aernoudt ronduit ongastvrij. Eén zin verderop meent Aernoudt dan weer dat wie ergens gaat wonen zich best toch maar aanpast en probeert ‘de taal van de meerderheid van het land’ onder de knie te krijgen. Nog mee? In welk (buiten)land ter wereld krijgen de Polen hun rekeningen van water en elektriciteit in het Pools toegestuurd? Eén voorbeeld volstaat. - De natiestaat verouderd? Sinds de tweede wereldoorlog is het aantal staten alleen maar toegenomen. Aernoudt droomt van een internationale rechtsorde die wereldwijd de grenzen wegwist. Alsof internationale instellingen zich waar ook ter wereld zouden moeten bezighouden met alle lokale en glocale disputen en politieke meningsverschillen. Het verbaast dat iemand die fulmineert tegen te veel overheid en te veel ambtenarij verwacht dat een of andere Godfather met zijn Internationale Staf de hele aardbol in de pas zou kunnen houden. Dat subsidiariteit een uitermate democratisch princiep is, ontgaat de LiDé-kopman (of MR-kanidaat?) helemaal. - Aernoudt zal ver moeten zoeken om één Vlaamsgezinde te vinden die ontkent dat taal dynamisch is, en meertaligheid een troef is. Maar wie ongenuanceerd van meertaligheid de norm wil maken, zal een en ander toch wat beter moeten uitleggen. Hoeveel talen? Welke talen? Mogen of moeten? Willen of kunnen? Een voorbeeldje maar: welke tweetaligheid wil Aernoudt eigenlijk in Brussel? Frans-Engels? Arabisch-Nederlands? En welke tweetaligheid in Wallonië, waar het Nederlands niet meteen prominent aanwezig is in het taallandschap? - Aernoudt heeft het ook over gastvrijheid. Frustratie om een taaltoestand is er alleen in hoofde van minderheden die zich in de hemel, op de aarde en op alle plaatsen superieur achten. Vlamingen in Wallonië passen zich aan. Waarom gebeurt het omgekeerde veel minder? - In welke democratie kan een minderheid een meerderheid beletten om respect af te dwingen voor een taalwet, de staat te hervormen, de solidariteit aan voorwaarden te koppelen? Wanneer horen we Aernoudt eens aan de 30 procent Walen uitleggen dat een democratie zo niet werkt?Het zijn maar enkele vragen. Voor een meer filosofische kritiek op zijn opiniestuk in De Morgen, verwijzen we naar een repliek vanuit De Gravensteengroep (zie bijlage). Lees ook het artikel van Peter De Roover in het februarinummer van Doorbraak. ‘De Vlaamse Beweging is inderdaad niet verzoenbaar met Aernoudts supergeïndividualiseerd happy few-wereldje, waar het recht van de (taal)sterkste heerst en iedereen losgekoppeld leeft van elk groepsgevoelen. Of Aernoudt de Walen er van kan overtuigen hun idee van de francofonie los te laten, lijkt onzeker’, zo besluit De Roover daar.
Bijlage

(26 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.
