BHV, sinds de komst van de auto

Jan Van de Casteele 05-12-2008

De Morgen blijft zich profileren als een krant die de kramp krijgt van enige Vlaamse consequentie en vastberadenheid in het BHV-dossier. Het leverde de krant onder meer reacties op van Marino Keulen en Peter De Roover.

Op 29 november liet de titel van Filip Rogiers boven een stuk communautair nieuws al het ergste vermoeden: ‘En de trommels roffelen verder’. Daar zijn ze weer, die bekrompen Vlaeminghen. Korte broekjes, koppelriem en rune-kaalkop kun je er zo bijdenken. Zelfs bij en op het lijf van Keulen.

Vlaams minister Marino Keulen krijgt op zijn donder, omdat hij méér deed dan de wet toepassen, toen hij de niet-benoeming van de burgemeesters ‘met toeters en bellen’ nogmaals bekrachtigde. Rogiers citeert met enige opwinding Guy Vanhengel (Open Vld, Brussel) die Keulen ‘een beenveeg’ gaf door erop te wijzen dat francofone opstandige burgemeesters van drie faciliteitengemeenten wél, en Vlaamse boycot-burgemeesters (Michel Doomst, Willy De Waele) niét worden geviseerd.

Tenzij we ons vergissen pleit Rogiers ervoor de taalkwestie in Vlaams-Brabant te laten rusten om via de communautaire dialoog te werken aan de échte problemen: de bevoegdheidsherverdeling en de verdeelsleutels inzake financiering. Hij betreurt de 'onwil om tot een vergelijk' te komen, het ‘marcheren binnen vastgeroeste communautaire sjablonen’, het ‘provincialisme’ van de Vlamingen (dat laatste vuur haalt hij bij Brusselaar Alain Deneef van Aula Magna en B Plus).

Rogiers’ collega Douglas De Coninck ging enkele dagen later (4 dec.) nog een stuk verder: ‘Marino Keulen heeft ongelijk... Al meer dan een jaar lang vertelt Keulen ons een leugen’...

Het antwoord op die beschuldiging laten we voor de minister (zie verder)

De Coninck meent te weten dat in de drie faciliteitengemeenten Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem ‘een zeer ruime meerderheid der mensen Franstalig is. Niet sinds gisteren, dat is zo sinds de komst van de auto’. Mist de man enige historisch kennis? Op 6 april 1937 werd te Beernem begonnen met de aanleg van de eerste autosnelweg. Niet voor velorijders, nemen we aan? Tien jaar later, bij de laatst gehouden talentelling, was in Rode nog 43,2 procent van de inwoners enkel Nederlandstalig, 15,7 procent enkel Franstalig (37,4 procent tweetalig). Ook in Kraainem en Linkebeek waren er meer inwoners exclusief Nederlandstalig dan Franstalig.

De verfransing van Vlaams-Brabant – die hem blijkbaar ‘geen ene moer interesseert’ - noemt De Coninck gewoon ‘demografie’, waartegen ‘pesterige decreetjes’ niets vermogen. ‘Steden groeien, (gelukkig maar)’. Niets kan Brussel beletten te groeien.

Ook hij maakt zich boos dat de Vlaamse boycot-burgemeesters helemaal geen oproepingsbrieven verstuurden. De fuck you-burgemeesters werden zonder de geringste aarzeling benoemd door Keulen. Voor een repliek hierop, opnieuw over naar Keulen (zie verder).

Tot slot eindigt de auteur in complete paniek: de Raad van Europa, erger nog heel het buitenland, zal Vlaanderen altijd in het ongelijk stellen...

Die bijna lege Europese zaal zal op weinig Vlamingen grote indruk hebben gemaakt. Peter De Roover spreekt in zijn reactie in De Morgen terecht over een ‘non-gebeurtenis’. Typische EU-bureaucratie en geldverspilling, ja, dat wel.

Commentaar:

Dat Vlaanderen sinds het ontstaan van de Belgische staat werd geconfronteerd met een verfransingsmachine, behoort hopelijk nog even tot de vaderlandse geschiedenis. De Vlaamse Beweging en Vlaamse politici hebben straks tweehonderd jaar lang, met net iets meer weerbaarheid dan De Coninck en Rogiers, strijd geleverd voor het behoud van hun taal, hun identiteit, hun cultuur. De taalgrens werd een duidelijk signaal: tot hier en niet verder. Franstaligen in Vlaanderen zijn welkom, maar mogen zich best aanpassen. Zoals dat voor Vlamingen in Wallonië een evidentie was en is. Maingain en Di Rupo lieten deze week nog noteren dat ze daarmee niét kunnen leven. De Morgen staat hen nabij. Goed om weten.

Op een punt hebben de journalisten van De Morgen gelijk: de ronzendbrief-Peeters stopt de verfransing niét. Maar hij stopt (voorlopig) wél de politieke arrogantie van veel Franstaligen.

Rogiers laat 'een prominente Vlaamse deelnemer aan de gemeenschapsdialoog’ (anoniem, dus 'duidend' bedoeld?) stellen dat de Vlaamse reflex van de Keulen een vertoning is met ‘een hoog cinemagehalte’, of een spelletje ‘om Peeters te doen mislukken, en in één moeite ook Leterme’. ‘Met flamingantisme heeft dit niets te maken’.

Vooralsnog verdient Marino Keulen (onder voorbehoud - we hebben al wat meegemaakt met Open Vld) respect voor zijn standvastigheid. Maar Vlaanderen heeft meer nodig dan Keulen om het respect voor zijn grenzen en zijn samenleving af te dwingen.

Niet de toestand van een paar gemeenten overigens, maar die van heel Vlaams-Brabant staat op het spel. Die verder laten ondermijnen kan geen pasmunt zijn voor de noodzakelijke staats(her)vorming. Helaas voor de lauwen... Alleen een splitsing van dit onbestuurbaar land lijkt nog duidelijkheid te kunnen creëren: in Vlaanderen is de standaardtaal voor bestuur, openbaar leven, onderwijs en cultuur het Nederlands. Anderstalige gasten zijn welkom, maar horen dit te weten.

JVdC

Hieronder het antwoord van Peter De Roover en Marino Keulen in De Morgen van 5 december. Voor de artikels van Rogiers en De Coninck verwijzen we naar de bijlage bij dit Actueel-stuk.

LEVE HET IMPERIALSME

Peter De Roover (politiek secretaris VVB) in De Morgen, 5 december

Douglas De Coninck houdt er als redacteur van een zichzelf progressief noemende krant behoorlijk reactionaire opvattingen op na. Als Franstaligen zich weigeren aan te passen, dan moet die imperialistische houding beloond worden. De Sovjets voerden via de russificatie ook zo’n politiek via georganiseerde volksverhuizingen. Idem de fascisten in Zuid-Tirol. In Vlaams-Brabant gebeurt dat weliswaar niet georganiseerd, maar de opvatting dat er rechten ontstaan wanneer men halsstarrig weigert de taaleigenheid van een nieuw woongebied te respecteren, komt wel heel dicht in de buurt van de ideologie van de meest totalitaire staten.

Wie wil weten wat de Raad van Europa daarover denkt, poetst best de kennis van zijn/haar Engels of Frans wat op, want die instelling hanteert alleen die talen. Op internet stelt de Raad van Europa zich summier voor in het Nederlands, maar verdere informatie is slechts beschikbaar in de supertalen van Europa, zijnde naast Engels en Frans het Russisch, Duits en Italiaans.

De beruchte uitspraak over de drie kandidaat-burgemeesters is dus niet eens in het Nederlands raadpleegbaar. Van discriminatie gesproken. Een zaak van demografie, zal Douglas De Coninck ter verdediging aanvoeren. Ik voel me als Nederlandstalige in elk geval een tweederangseuropeaan. Misschien kan zich daar eens een commissie van die Raad van Europa over buigen.

Kern van de uitspraak van het Congrès des Pouvoirs Locaux et Régionaux is dat burgemeesters rechtstreeks dienen verkozen te worden. Een politiek standpunt als een ander. Eerbaar zelfs. Maar wie daar een andere opvatting over heeft is andersdenkend, niet ondemocratisch.

Dat Vlaanderen nu internationaal te kakken wordt gezet, klinkt heel erg overtrokken. Deze uitspraak is een non-gebeurtenis zonder enige serieuze betekenis, die zelfs geen rimpel veroorzaakte buiten het biotoop van de Vlaamse en Waalse pers. Ze leert alleen dat deze instelling van de Raad van Europa zich koloniale pretenties aanmeet en dat we blij mogen zijn dat ze over geen echte bevoegdheid beschikt.

De drie kandidaat-burgemeesters hebben natuurlijk slechts een symbolische betekenis. Benoemd of niet, zij delen de lakens uit in hun gemeente. Hoofdzaak is het mechanisme dat achter deze zaak schuil gaat.

Vorige zomer werd wat komkommerruimte in sommige kranten (ook in deze) opgevuld met verhalen over Vlamingen die in Wallonië wonen. Volgens tellingen zouden liefst één miljoen ‘Walen’ van Vlaamse oorsprong zijn. Wat bleek uit die reportages? Alle Vlaamse inwijkelingen doen wat van fatsoenlijke nieuwkomers mag verwacht worden: zij spreken in de publieke ruimte Frans. Gevolg: in niet één Waalse gemeente bestaan er communautaire problemen. Kinderen van Vlaamse inwijkelingen zijn vandaag actief als volbloed Franstalige politici. Waren de Vlaamse migranten naar Wallonië met dezelfde gebiedsuitbreidingsijver behept als de francofonen in Vlaams-Brabant, dan kenden we in België echt Joegoeslavische toestanden. (En stond Laurette Onkelinx nu aan het hoofd van een actiegroep die Vlaamse faciliteiten opeist in Luik.) Met dank aan het Vlaamse aanpassingsvermogen, dat een echt Europees model moet genoemd worden. Hoog tijd dat de Raad van Europa daar eens wat aandacht aan besteedt. Tot dan mag de Vlaamse overheid wat meer energie steken in het internationaal promoten van de ‘Vlaamse’ vorm van emigratie.

DRIE BURGEMEESTERS (IK LIEG NIET) Marino Keulen (Open Vld, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur) in De Morgen, 5 december 2008

Dit dossier is al meer dan twee jaar oud. Ik ben daar eindeloos over ondervraagd geweest in het parlement, daar zijn honderden artikelen over verschenen in de pers. Alles wat erover te zeggen valt, is gezegd. Ik heb niets verzwegen en niet gelogen. Douglas De Coninck ziet een ongelijke behandeling van de drie Franstalige burgemeesters en de Vlaamse burgemeesters uit Halle-Vilvoorde die in 2007 fouten zouden gemaakt hebben bij de organisatie van de federale verkiezingen.

De situaties zijn niet vergelijkbaar: de Vlaamse burgemeesters waren al benoemd tijdens de verkiezingen van 2007. De Franstalige burgemeesters zijn niet benoemd omdat ze de verkiezingen van 2006 niet correct georganiseerd hebben.

De benoemingskwestie stelde zich niet voor de Vlaamse burgemeesters, want ze waren al benoemd, na gunstige adviezen van de provinciegouverneur en de procureur-generaal. Ik heb geen tuchtmaatregelen genomen tegen de Vlaamse burgemeesters, en ook niet tegen de drie Franstalige niet-benoemden.

De Franstalige burgemeesters gaan bewust in tegen arresten van de Raad van State die hen ongelijk geven. De Vlaamse burgemeesters baseren hun actie op een arrest van het grondwettelijk hof dat hen gelijk geeft. Bij de organisatie van de verkiezingen door de Franstalige burgemeesters is van alles fout gelopen voor de kiezer. Zo kregen sommige kiezers tweemaal en andere driemaal een oproepingsbrief. Enkel dankzij kordaat optreden van de gouverneur en de minister werd chaos vermeden. De Vlaamse burgemeesters wilden met hun symbolische actie de uitspraak van het Grondwettelijk Hof benadrukken. Hun actie werd vooraf overlegd met de gouverneur zodat dit geen praktische gevolgen had.

Marino Keulen (Open Vld), Vlaams minister van Binnenlands Bestuur

Bijlage



(49 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.