Vrijheid versus gelijkheid: het communautaire komt terug

Jan Van de Casteele 10-10-2008

In De Standaard (‘Staat van ontbinding’, 6 oktober 2008) stelt Peter De Graeve, een van de voortrekkers van de Gravensteengroep (en docent wijsbegeert UA), dat de bankcrisis de aandacht even kon afleiden van de institutionele problemen, maar sneller dan gehoopt zullen de communautaire problemen weer de kop opsteken. ‘België verdampt niet, maar verkrampt’. De op 8 oktober opgestarte ‘dialoog van gemeenschap tot gemeenschap’ wordt niet tussen de gemeenschappen gevoerd, de ‘vriendelijke sfeer’ is façade...

De communautaire problemen zijn fundamenteel, omdat ze zowel de werking als het ideaal zelf van de democratie bedreigen. Vlamingen en Franstaligen hebben een verschillende kijk op de werkelijkheid, niet omdat ze een andere taal spreken en (dus) tot verschillende gemeenschappen behoren (zou etnische en bijgevolg racistische verklaring van de politieke crisis inhouden), maar omdat ze een andere invulling hebben van de idee 'democratie'.

De Franstaligen stellen de vrijheid voorop als basisbeginsel van de staat, de Vlamingen de gelijkheid. Vlamingen vragen dat Franstaligen zich als gelijken onder hun gelijken gedragen, en het Nederlands (leren) spreken in Vlaanderen, taalgelijkheid hanteren in Brussel, terwijl ze zich zelf aanpassen in Wallonië...

Het communautaire is geen schijnprobleem, het raakt het hart van onze democratie. Het vormt hét fundamentele probleem van deze staat.

De Graeve maakt een onderscheid. Niet zoals Bart De Wever tussen een Vlaamse en een Waalse democratie, maar tussen een Belgische democratie en een Vlaamse democratie.

De Belgische democratie heeft een Franstalige sokkel, wordt sedert 1830 door de vrijheidsidee gedragen en heeft de stad Brussel als politieke basis. Een forse uitbreiding van Brussel vinden ze perfect logisch en legitiem (Belgische, politiek gedereguleerde democratie). Een land, waar ieder (die Franstalig is) zijn zin kan doen.

Vlamingen willen net het tegenovergestelde: een gereguleerde democratie, met splitsing BHV en geen uitbreiding van Brussel. Een land met een beperking van de Franstalige individuele vrijheid.

België moet kiezen tussen de Vlaamse taalregulering of de Franstalige graailinguïstiek. ‘Als sociaaldemocraat’ kiest De Graeve voor de bescherming van de gelijkwaardigheid, tegen de ongebreidelde vrijheid, voor de Vlaamse egalitaire democratie en tegen de Belgische libertaire.

Tussen Europa en de Vlaamse democratie zit de doodzieke Belgische democratie. Van de drie niveaus is het Belgische het minst democratische. ‘Van top tot teen een ontspoorde democratie’. Niet de geschiedenis zal België oplossen, maar andersom: wij moeten de problemen oplossen die de Belgische geschiedenis ons naliet.

De communautaire dialoog dreigt te mislukken. Niet twee gemeenschappen zitten er tegenover elkaar, ‘maar een wil en een onwil tot democratisering’. België verdampt niet. Het verkrampt.

De ideeën van De Graeve zijn uitvoeriger omschreven in zijn recent gepubliceerde boek “Staat van ontbinding, essay over de ontsporing van de democratie in België”. Hierin heeft hij het onder meer ook over identiteit (inderdaad een ‘constructie’, maar dan wel een die net zo artificieel (of net zo echt) als de creatie van het Lam Gods of De Sixtijnse Kapel. Ze is net zo reëel (of net zo irreëel) als de constructie of de vernietiging van de Twin Towers . Identiteit is niet de bevestiging van de werkelijkheid. Ze 'materialiseert' veeleer het verlangen naar een andere werkelijkheid

De Graeve heeft het in zijn boek ook over de Vlaamse artistieke elite, die de Vlaamse identiteit afwijst als eng, bekrompen, racistisch, egoïstisch of wereldvreemd. Kritiek op de historische ontsporing van de Vlaamse democratiseringsbeweging is terecht, maar Daarom hoeft men zich nog niet achter de oorzaak van die ontsporing - de Belgische ondemocratische realiteit - te scharen

Integrale tekst opiniestuk uit De Standaard als bijlage

Bijlage



(30 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.