Het cijfer van Aernoudt: splitsing best te betalen
Jan Van de Casteele 09-09-2008
|
Gelukkig is er Rudy Aernoudt. Nu weten we wat de maxiumumfactuur van de splitsing van België zou zijn. Althans volgens de belgicisten: 1,2 miljard, geplukt met de natte vinger. Peanuts, aldus een Vlaams topeconoom.
De Vlaamsgezinden moeten Rudy Aernoudt dankbaar zijn. Zelfs die maximale raming, maar het kan vooral ook veel minder zijn, kan Vlaanderen dankzij een goed beleid best aan.
Aernoudt, prominent lid van vaderlandslievende organisaties als B-Plus en de economische denktank België Anders, probeert zich in de kijker te werken als een van de topfiguren van het hedendaagse belgicisme. Zijn polemische drift is omgekeerd evenredig aan de wetenschappelijkheid waarmee hij te werk gaat. Dat is niet anders in de elf bladzijden van zijn pamflet “De kost van niet-België”. Aan bronvermeldingen heeft de auteur niet echt veel behoefte. De structuur van de tekst is schabouwelijk. Een kluwen van economische speculaties doorspekt met politieke beschouwingen, taal- en tikfouten zijn andere kwaliteiten van zijn opstel.
Het uitgangspunt is voor Aernout al ‘meteen prijs’. Op basis van een potje hypotheses – alle scenario’s in het nadeel van Vlaanderen en (vooral) in het voordeel van Brussel - landt hij op ‘slechts 1,6 miljard’ euro transfers. Minder dan eenderde van wat de Vlaamse administratie berekende (5,4 miljard) en nog iets verder af van wat Remi Vermeiren en co berekenden in het Warandemanifest.
Hiermee is Aernoudt natuurlijk nog niet thuis. Hij moet immers op een nadeel voor Vlaanderen uitkomen. Even goochelen dan maar, met wat andere mogelijks negatieve gevolgen van een splitsing (‘50% kans dat EU uit Brussel vertrekt’, 15% efficiëntieverlies omwille van de groei van de Vlaamse ambtenarij) en met wat speculaties (o.m. dat tewerkstelling en bedrijfsvestigingen in Brussel niet zouden wijzigen). Dat volstaat om te landen op een splitsingskost van 1,2 miljard euro voor Vlaanderen.
Commentaar (JVdC)
De belgicisten hebben hun telraam gebruikt, de ‘maximumfactuur’ van de splitsing berekend. ‘Is het dat maar?’... ‘Peanuts’, aldus een topeconoom die Tussendoor hierover contacteerde. ‘Vlaanderen kan die kost best dragen, want goed beleid betaalt zich terug... Bekeken in een ruimer budgettair kader stelt die eigenlijk niet zoveel voor...’
Bovendien zijn de cijfers van Aernoudt heel speculatief en omstreden. Hij is in geen geval een specialist in het berekenen van wat de budgettaire “winst” zou zijn van een splitsing. Van het wegvallen van de politieke kosten rond het sterfhuis van België bij voorbeeld (communautair tijdverlies, monarchie, federaal ambtenarenapparaat, wildgroei Franstalige regeringen, inefficiëntie Brussel, etc...)
De kritiek van Aernoudt op de groei van uitgaven voor een ruimer Vlaams ambtenarenapparaat is geen communautaire, maar een politiek-liberale kritiek. Dat Vlaanderen voor pakweg milieu, welzijn, wetenschappelijk onderzoek per capita meer uitgeeft dan Wallonië is blijkbaar een niet meer dan een politieke keuze waarmee Vlaanderen budgettair toch mooie cijfers kan voorleggen. Dat de ene regio inzake federaal gebleven bevoegdheden de putten blijft vullen van de andere, is minder evident.
Aernoudt stopt zijn natte vinger ook in de pot van de duistere toekomst. Als futuroloog is hij geen hoogvlieger. ‘De tranfsers dienen vandaag voor tweederde voor de financiering van de werkloosheid in Wallonië en Brussel’... ‘Een intense samenwerking tussen de regio’s moet er voor zorgen dat de naar schatting 150.000 vacatures in Vlaanderen ingevuld raken door landgenoten van een andere regio’... Aan het tempo dat dit vandaag loopt (enkele tientallen) en binnen het Belgische kader zijn we met die job nog eeuwen bezig...
Lees de volledige paper op: www.standaard.be/aernoudt
Terug naar de artikelenlijst.
