De Olympische Spelen: een Belgische tragedie
Brecht Arnaert 21-08-2008
|
| Kim en Tia omwikkeld in een Vlaamse vlag, zou dat zo misstaan? |
44.88 Dat is de te kloppen tijd die dinsdag 19 augustus gevestigd werd in de eerste halve finales door de jonge atleet Kevin Borlé in de 400 m sprint. Een nieuw Belgisch record, maar niet genoeg om in de finale te komen. Jammer, want de Waalse jongen – amper 22 jaar – heeft talent en miste met zijn derde plaats net de selectie voor de finale. Over sport en politiek.
Hoewel ik de individuele sporters van de Belgische selectie in Peking een warm hart toedraag, betrap ik mezelf steeds op iets dat eigenlijk niet heel sportief is: ik hoop er namelijk stiekem steeds op dat België geen enkele (gouden) medaille in de wacht zou kunnen slepen.
Het zou eigenlijk niet mogen. Sport zou moeten gaan om de pure atletische prestatie, los van elke politieke appreciatie. Ik geloof dan ook de atleten die zeggen dat er op de piste geen onderscheid is tussen Vlamingen en Walen. Op de piste is men voor alles de sportieve tegenstander van elkaar. En ook veel Vlamingen thuis zullen mee supporteren met Waalse atleten die hun best doen.
Dat is ook het probleem niet. Het probleem is dat de tegenstanders van Vlaamse en Waalse onafhankelijkheid elke sportieve overwinning van een Vlaming of een Waal die met een medaille naar huis komt, zouden recupereren als een bewijs van ’s lands glorie: la Belgique sauvée, België gered.
Sta me toe de recuperatie van een media-evenement als de overwinning van Kim Gevaert & Tia Hellebaut gewikkeld in een Belgische vlag bij het Wereldkampioenschap in Osaka in 2007 net iets erger te vinden dan mijn onschuldige anti-medaille-reflex.
Kan sport dan ooit volledig losstaan van politiek, een neutraal terrein worden? Natuurlijk niet. “Voetbal is oorlog”, sprak “Generaal” Rinus Mechels in 1974. Wie herinnert zich niet de legendarische wedstrijd op het WK van 1986 in Mexico tussen het Argentinië van Diego Maradonna en het Engeland van Thatcher? Drie jaar eerder was de oorlog om de Falklandeilanden (of zijn het de Malvinas?) uitgebroken, een oorlog die Argentinië verloren had en in haar nationale trots gekrenkt. Maradonna scoorde twee prachtgoals en was de held van de natie: de militaire nederlaag werd bedekt met een sportieve overwinning.
Of wat te denken van FC Barcelona? De lijfspreuk van de club is “Més que un club”, Catalaans voor “Meer dan een club”, en dat is het ook. FC Barcelona is de nationale trots van Catalonië. Je kunt er donder op zeggen dat een overwinning tegen Real Madrid ook politieke gevolgen heeft, al was het maar omdat het aanzien van Catalonië als deelstaat van Spanje internationaal een rijzende ster is.
Die lijfspreuk is er trouwens niet zomaar gekomen. Toen FC Barcelona enkele jaren geleden in financiële problemen kwam, schaarde zich een consortium van Catalaanse zakenmensen zich achter de club. De club was immers niet enkel een voetbalclub, het was ook een symbool van de kracht en potentie van Catalonië als toekomstige natie. Voetbal en politiek zijn nooit ver weg van elkaar. In de optocht ter gelegenheid van de nationale feestdag (11 sept) die doorging onder de titel “Somos un naçion” (we zijn een natie) liepen dan ook vele burgers en spelers mee in hun Barça-shirt, het enige T-shirt in de Champions League dat trouwens geen sponsoring draagt. De boodschap is duidelijk: Catalonië is sterk genoeg om voor zichzelf te zorgen. En dat terwijl Real Madrid zwaar moet gesponsord worden door Siemens om het hoofd boven water te houden. Dat steekt, daar in de hoofdstad.
Sporthelden met een natuurlijk nationaal besef hebben wij in Vlaanderen niet. Eddy Merckx spant zich in om bij de eerste de beste crisis de Belgische vlag boven te halen en gaat maar wat graag bij de koning op audiëntie. En terwijl Boonen zich het high-society leven in domicilie Monaco laat welgevallen, beginnen boksliefhebbers de ingeweken Sugar Jackson als “een van de onzen” te beschouwen. Zo zie je maar hoe relatief de definitie van een Vlaming is: je kunt er etno-cultureel volledig toe behoren, maar er sociaal-politiek helemaal buiten vallen. Politieke standpunten innemen omtrent Vlaamse onafhankelijkheid zou van Sugar een beetje te veel gevraagd zijn, zijn prestatie qua integratie in onze samenleving is al een mijlpaal op zich en verdient luid applaus.
En van een zakenelite die zich als één man achter het nationaal project schaart is al helemaal geen sprake. Heeft u zich al eens afgevraagd waarom een eerste klasse voetbalclub als pakweg FC Dender in ons land gesponsord worden door de spreekwoordelijke Slager Rudy of Kapsalon Maria, terwijl in Nederland een club uit tweede klasse als FC Volendam gesponsord wordt door Amstel, het bedrijf van het bekende bier? Sport zegt dus ook veel over de sterkte van de economie van een land. Vlaanderen heeft geen economische bovenlaag met de potentie om het harde werk van opstartende bedrijven te begeleiden. Zo overleven talrijke succesvolle familiebedrijven overleven hun derde generatie niet. Ze vinden in Vlaanderen niet het nodige kapitaal om hun activiteiten verder te zetten en worden voor een prikje opgekocht door buitenlands kapitaal.
Ook dat heeft zijn invloed op de sport: omdat bedrijven met groeipotentieel zich in Vlaanderen nooit verankerd weten, is de financiële ondersteuning van sportieve activiteiten altijd een wankel punt geweest. Atleten moeten kunnen trainen in de beste omstandigheden. En dat kan in België niet. Een treffend citaat van Belgisch zwemcoach Ronald Gaastra uit DS van 20 augustus: 'Als er één woord is dat niet bij topsport past, is het wel het woord compromis. In België moet je daarentegen doorlopend compromissen sluiten. Je ziet het in de regering, je ziet het al op school. Kijk naar het zwemmen: we hebben een Franstalige en een Nederlandstalige federatie. De Nederlandstalige heeft dankzij Bloso meer financiële mogelijkheden. Als wij dan willen investeren in onze jeugdzwemmers en als we hen zes maanden op stage willen sturen naar Australië, dan kunnen de Franstaligen dat niet betalen en wordt er een gedrocht van een compromis uitgewerkt. De splitsing van België zou een goede zaak zijn voor de topsport, want nu gaat er veel geld verloren. Er moet, zoals in Nederland, één topsporthuis komen dat los van ministeriële goedkeuringen en sportfederaties beslist. Maar dan moeten er heilige huisjes worden gesloopt.'
Stel je eens voor dat bij een volgende Olympische Spelen al die naties elkaar ontmoeten. Schotten strijden met Catalanen in het zwemmen. Walen en Vlamingen in de atletiek. Bretoenen nemen het op tegen Basken in het zeilen. En Kosovaren geraken slaags met de Letten in de bokskamp. Beschouwen we 44.88 voortaan als het Waals record op de 400 meter? Met de gebroeders Borlé – naast Kevin is er ook Jonathan – heeft Wallonië als nieuwe republiek in Europa alvast een paar topsporters.
BAD
Terug naar de artikelenlijst.
