Integratie Vlaamse Rand: de kip of het ei?

Brecht Arnaert 26-06-2008

Na Merchtem (taal op marktplaats) en Liedekerke (taal op speelplein), Zaventem (verkoop gronden) en Overijse (meldpunt taalklachten) verstrengt nu ook Vilvoorde haar taalbeleid rond wonen. In de Perkstraat heeft de stad 15 sociale woningen te koop, die zij enkel wil verkopen aan mensen die slagen voor een taaltest Nederlands. Dit naar eigen zeggen om de integratie te bevorderen. Niet enkel de Franstaligen reageren furieus, ook sommige Vlaamse kranten noemen de beslissing van Vilvoorde ‘onmiskenbaar discrimatoir’ (DM) , ‘niet van deze eeuw’ (DS) en ‘een symbool van uitsluiting’ (DT). Of hoe ‘weg met ons’ de nieuwe slogan wordt. In maart al keurde het schepencollege van Vilvoorde het nieuwe toewijzingsreglement van de Inter-Vilvoordse Maatschappij voor Huisvesting goed, waarbij de eis een minimum aan Nederlands te spreken in opgenomen was. Een maand later keurde ook de gemeenteraad deze beslissing goed. Dit beleid ligt in de lijn van de filosofie van de Vlaamse wooncode, hoewel die in haar eisen soepeler is. Die stelt namelijk dat anderstaligen slechts ‘de bereidheid’ moeten vertonen Nederlands te willen leren, maar niet dat ze daarom verplicht worden tot het volgen van lessen of het afleggen van examens. Een zeer voorzichtige inspanningsverbintenis dus . Met de jongste gemeentelijke reglementen is het eventjes anders. Een test zal moeten uitmaken of kandidaat-kopers ‘een minimum aan Nederlands’ kunnen spreken. Hoe deze test eruit zal zien, en hoe zwaar die is, staat volgens Marjolein Vandooren, coördinatrice van het Huis van het Nederlands van Vlaams-Brabant nog niet vast. Zeker is wel dat het dit keer niet zou gaan om een inspanningsverbintenis, maar werkelijk een resultaatsverbintenis die zal gecontroleerd worden door het afnemen van examens, wat dus de mogelijkheid schept dat mensen niet voldoen en dus uitgesloten worden. De reacties bleven niet uit. De PS vindt dat 'bepaalde Vlaamse politieke verantwoordelijken sinds de goedkeuring van de Vlaamse wooncode in een spiraal van uitsluiting van anderen en isolering van zichzelf zijn getreden. Een discriminerende spiraal, door telkens een stap verder te gaan in de taalvereisten voor het verwerven van een woning’. Alle Franstalige partijen vragen een tussenkomst van de Vlaamse Regering om de Vilvoordse gekozenen ‘de rechtsstaat te doen respecteren’. Aan Vlaamse kant zijn de reacties gematigd steunend voor de gemeentes. Hans Bonte, SP.A-schepen in Vilvoorde en Kamerlid, vindt dat de PS beter al haar politieke macht zou aanwenden om de leefbaarheid van de Brusselse wijken te verbeteren. 'Ze zouden zich beter in eigen nest moeien.' Keulen van zijn kant is niet te spreken over de Franstalige houding en argumenteert dat de Vlamingen ‘zich ook niet gaan moeien in pakweg Charleroi.’ Het enige controversiële standpunt wordt ingenomen door Groen, die bij monde van Mieke Vogels zelfs oproept tot een fundamenteel debat over de Vlaamse wooncode en haar gevolgen, volgende week woensdag in het Vlaams Parlement. Zij eisen ronduit een schrapping van de taalvoorwaarden in dat decreet.

Commentaar: integratie: kip of ei? Uit de discussies rond de Vlaamse Wooncode is gebleken dat men zich kan vinden in een minimum aan bereidheid van anderstalige nieuwkomers om zich aan te passen aan de (taal)omgeving waar zij terechtkomen. Wat oorspronkelijk een resultaatsverbintenis zou worden (u moet Nederlands kennen) is afgezwakt naar een inspanningsverbintenis (u moet zich bereid tonen Nederlands te leren). Dat enkele gemeentes toch resultaten eisen, is volgens velen een brug te ver. Yves Desmet (DM 26/06): ‘Dat is in flagrante tegenstrijd met alle Europese regelgeving inzake vrij verkeer van goederen en diensten, het is ook in flagrante tegenspraak met het internationaal recht dat eenieder die legaal verblijft het recht geeft zich te vestigen waar hij of zij wil. Kortom, één klacht bij een rechtbank volstaat om deze maatregel onwettelijk te doen verklaren, daar is zelfs geen begin van discussie over mogelijk.’ We weten al lang dat Desmet vanuit zijn eminente rechtsgeleerdheid de finesses van het internationaal recht op het bot kent. Daarop zullen wij hem niet tegenspreken. Maar waar hij wel aan voorbij gaat is de fundamentele vraag van het veel bredere debat of een overheid überhaupt eigenlijk nog voorwaarden mag stellen voor integratie? Is het dan zo ‘taalfascistisch’ dat men van nieuwkomers een minimum aan kennis van de taalomgeving vraagt? Is het dan zo sociaal om anderstaligen Nederlandsonkundig te laten, als uit VDAB-statistieken blijkt dat anderstaligen die Nederlands leren, dubbel zoveel kans maken om werk te vinden? In Vilvoorde, waar 53 procent van de werklozen anderstalig is, is dat zowat de meest sociale daad die men kan stellen. Terecht wordt erop gewezen dat ‘geval-Vilvoorde’ uniek is: in geen enkele andere lidstaat van de EU zijn er dergelijke taalregelingen bekend. Maar is dat de kip of het ei? Het is net omdat het in andere landen als een evidentie beschouwd wordt dat men de taal van het gebied leert waar men in gaat wonen. Of denkt u werkelijk dat anderstalige nieuwkomers bijvoorbeeld twee jaar in Frankrijk zouden kunnen wonen, zonder een gebenedijd woord Frans te spreken? Het volstaat het wederkerigheidsbeginsel toe te passen. Zou de behandeling van een aanvraagdossier tot sociale woning in Wallonië zonder problemen in het Nederlands verlopen? We betwijfelen het. Wat evident is hoeft niet gereglementeerd worden. Enkel in Vlaanderen wordt dat principe aangevochten.


Terug naar de artikelenlijst.