Over bange, betuttelende Belgen
Jan Van de Casteele 19-06-2008
|
Peter De Roover schreef in zijn column in De Standaard over bange, betuttelende Belgen. Genoeg inspiratie voor een edito in het julinummer van Doorbraak.
In de reeks België Nieuwe/Nouvelle Formule (reeks rond half juni 2008 gepubliceerd in De Standaard – red. ) kwamen nogal wat nostagici aan het woord, die België hopen te reden met nog exotischer ideeën dan de constiperende dromerij over unitaire kieskringen en/of over samenvallende verkiezingen. Artiesten en denkers, geboren na 1970, zweefden er tussen politieke science fiction en soms ronduit beangstigend totalitaristische ideeën.
'Wie de mythe van de kunstmatig opgedrongen scheiding aanhangt, gelooft natuurlijk graag dat ook de eenheid kan opgelegd worden per decreet', schreef Peter De Roover in een schitterend opiniestuk (Bang voor Vlaanderen, DS, 16 juni, zie bijlage bij dit Actueel). In tegenstelling tot wat ze wellicht bedoelden illustreren veel auteurs in die reeks precies de hopeloosheid van de opdracht om een realistisch project voor België te ontwerpen.
Samengevat: Veel auteurs evoceren een soort heimwee naar een België dat nooit heeft bestaan. De tegenstellingen in dit land zouden het gevolg zijn van de staatshervormingen. Nogal absurd, want het is net omgekeerd. De unitaire partijen uit oma’s tijd werden gesplitst omdat dat unitaire niet meer werkte. Materies als taal en media wortelen in eigen potgrond. De splitsing van onderwijs en cultuur maakte alles eenvoudiger en – alvast in Vlaanderen – voor de betrokkenen vooral ook beter. Eigen politieke structuren en parlementen brachten het beleid dichter bij de mensen. Mooi toch? En waar nodig verschoven materies naar Europa. Vandaag is ook de sociaal-economische kloof de voorloper van een onvermijdelijke (verdere) splitsing van het beleid terzake, met voorop ‘eigen beheer’ van onze arbeidsmarkt, gezondheidszorg en gezinsbeleid. In de reeks bleef één taboe overeind, als waren de auteurs versteend door het taboe van de onaantastbaarheid van het Belgische feit. 'België in vraag stellen is geen optie’, dicteerde Geert Buelens expliciet. Bang voor Vlaanderen, is die man. Het project ‘Vlaamse staat’ wordt meelijwekkend voorgesteld ‘als een techniek om een afgesloten en bekrompen gevangenis op te richten’, aldus nog De Roover. Geen Ardennen meer voor Vlaamse kindjes, gesloten grenzen met Wallonië, voorbij de culturele contacten met de zuiderburen, fini de solidariteit...Kom er maar op. Zo’n clichés zijn een schofterige belediging van en minachting voor de zes miljoen Vlamingen. Absoluut ongeloof in de Vlaamse democratie. Het intrieste project van de Bange Betuttelende Belgen. De huidige VVB-top probeert met almaar meer succes een alternatief te openen voor het politiek correcte denken van die “bange betuttelende Belgen”. En gaat met plezier in debat met aarzelende politici, journalisten, politologen en de gedwee in hun pas lopende culturele sector.Er was een tijd dat de VVB te marginaal aanwezig was in het politieke debat. Vandaag gaat de VVB op zoek naar openingen naar het Vlaamse middenveld, waar de brandstoftanks staan voor een laatste politiek rit naar Vlaamse autonomie. Dat lijkt de enige weg naar een volwassen Vlaamse politieke meerderheid.
De VVB wil alle Vlaamsgezinden blijven verenigen, van links tot rechts, en omgekeerd. En waar nodig mag het links én rechts al eens botsen. De Vlaamse onafhankelijkheid is geen onzinnige prioriteit, wel de brug naar een onmiddellijk daarop volgende fase van (vrijwillige) samenwerking en solidariteit. Vanaf dat moment kunnen de Vlaamsgezinden in een ongetwijfeld ongemeen boeiend democratisch spel – en eindelijk bevrijd van de Belgische institutionele chaos – het maatschappelijk debat ten volle voeren. Dan heeft de VVB haar rol gespeeld, met ups en downs, van de late jaren 1950 tot... hopelijk heel binnenkort.
Jan Van de Casteele
Bijlage

(29 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.

