Vlaanderen laten uitsterven? De natte vinger van de demografen

Jan Van de Casteele 08-05-2008

Als je een recente studie van een paar federale overheidsdiensten (“Bevolkingsvooruitzichten 2007-2060”: zie bijlage)zou mogen geloven zit Vlaanderen demografisch in slechte papieren. Het aandeel van Vlaanderen in de Belgische bevolking zou dalen van 57,8 naar 55,4 procent. Er is een probleem, ook een vergrijzingsprobleem, maar de “voorspelling” impliceert niet dat Vlaanderen daar weinig of niks kan aan doen.

De studie kwam er na een nauwe samenwerking tussen de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (AD SEI) en het Federaal Planbureau (FPB). Zij werden bijgestaan door een Wetenschappelijk Begeleidingscomité bestaande uit experts uit de universitaire wereld en uit federale, gewest- en gemeenschapsinstellingen.

De totale bevolking

De Vlaamse bevolking zou toenemen van 6 117 440 in 2007 naar 7 010 539 in 2060 De Waalse van 3 435 879 naar 4 324 570 en de Brusselse van 1 031 215 in 2007 tot 1 327 652 in 2060.

Het aandeel van de bevolking van het Vlaams Gewest in de bevolking van België dalen van 57,8% in 2007 tot 55,4%. Het aandeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou10% overschrijden, nl. van 9,7 naar 10,5%. Het aandeel van het Waals Gewest zou oplopen van 32,5% naar 34,2%.

De afhankelijkheidscoëfficiënt

De afhankelijkheidscoëfficiënt van de ouderen zou er in 2060 in Brussel 38,51 bedragen, een waarde die men naast de 44,71 in Wallonië en 48,72 in Vlaanderen moet leggen. Vlaanderen zou dus ‘hard geconfronteerd worden met de vergrijzing en vervolgens met de verdwijning van de bijzonder grote generaties geboren na de Tweede Wereldoorlog’.

De vergrijzing zou in Wallonië ook groot zijn maar minder uitgesproken. Hoewel de internationale migratie relatief minder naar Wallonië dan naar Vlaanderen is gericht, is het intern migratiesaldo iets hoger in Wallonië dan in Vlaanderen. Maar bovenal heeft Wallonië sinds lang een hoger vruchtbaarheidscijfer dan Vlaanderen, ook al wordt het verschil tussen beide gewesten de laatste jaren kleiner.

Commentaar

Elf jaar geleden (1997) publiceerde het Federaal Planbureau een gelijkaardig onderzoek waarin het woord Vlaanderen niet één keer wordt vermeld, dus zonder regionale invalshoek. (“De vergrijzing van de bevolking”).

In 2001 publiceerde men het onderzoek “Bevolkingsvooruitzichten 2000-2050 per arrondissement” (verschenen op 19 december 2001). Dit stuk wetenschap moest noodgedwongen beginnen met volgende vaststelling: ‘Tot enkele jaren geleden ging men er nog van uit dat de Belgische bevolking tot 2020 zou toenemen tot 10,33 miljoen, om daarna terug te zakken naar 10 miljoen in 2050’. De prognose moest ‘een beetje worden bijgesteld’. Hahaha... Men voorspelde in 2001 voor 2007 10,46 miljoen inwoners. Goed geprobeerd, maar het zijn er volgens de telling van het inmiddels voorbije 2007 10,58 miljoen. Op de lange termijn dacht men in 2001 dat er in 2020 10,72 miljoen Belgen zouden zijn. In het huidig onderzoek (2008) voorspelt men dat er in 2020 11 538 332 Belgen zullen zijn...

Op nog veel gladder ijs voorspelde men in 2001 dat er in 2050 10,95 miljoen Belgen zouden zijn. De slimmere jongens van vandaag doen er een flinke hap bij en denken dat er in 2050 zo maar eventjes 12 439 135 Belgen zullen zijn. Heren wetenschappers, zal ’t een beetje gaan ja...

Voorspellingen voor

2020 2050

Onderzoek 1997 10,33 10,0

Onderzoek 2001 10,72 10,95

Onderzoek 2008 11,54 12,44

Bovenstaande slalom-demografie is een trieste zaak voor de demografische wetenschap. Als men op enkele jaren tijd een verschil moet bijsturen, soms tot 20 procent, pleit dat niet voor hun methodiek.

Demografie kan een schitterende wetenschap zijn, maar dergelijke cijferreeksen voor de toekomst zijn erg betwistbaar. We beperken ons tot de opvallendste onbekende: de nataliteit. Die nataliteit is de jongste jaren heel fors gedaald, de jongste jaren is die spectaculaire daling stopgezet. Wie garandeert dat er geen heropleving komt?

En nu terzake: de Vlaamse Gemeenschap moet de prognoses niet van tafel gooien. Als – we herhalen - “als” er (te) weinig gebeurt, kunnen die cijfers uitkomen. Maar als de Vlaamse Overheid ze ter harte neemt en het nodige doet (kinderbijslagen, betere voorzieningen kinderopvang, geboortepremie, etc...) kan Vlaanderen het tij keren en de bevolkingsdaling op lange termijn én de vergrijzing op middellange termijn ongetwijfeld fel reduceren. Vlaanderen heeft dus politici (en partijen) nodig die aan de toekomst denken. Gebeurt dat snel, dan wijzigt het hele plaatje, zowel inzake nataliteit als inzake vergrijzing. De twintigers van 2030 worden geboren in 2010, die van 2050 pas over een dikke twintig jaar...

Migratie is een andere onvoorspelbare factor. Vanzelfsprekend kan ook migratie de bevolkingscijfers sterk beïnvloeden. Maar wie niet blind is voor de vele problemen die een onbezonnen en buitenmaatse opendeurpolitiek toch met zich meebrengt, weet dat het alternatief bestaat in een assertievere gezinspolitiek.

Bijlage



(141 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.