Heeft Vlaamse Buitenlandse handel Belgische zetpil nodig?
Jan Van de Casteele 08-05-2008
|
In het kielzog van prins Filip toonde Karel De Gucht (Open VLD) nog maar eens dat hij op buitenlandse handel een groter Belgisch etiket wil kleven. Niet nieuw, die Belgische recuperatiepoging, waarover hij het al aan de stok kreeg met Fientje Moerman. Het Vlaams parlement reageerde alert.
In tegenstelling met de vorige legislatuur heeft De Gucht nu de bevoegdheid buitenlandse handel aan zijn portefeuille laten toevoegen. Maar dat speelveld is in grote mate toegewezen aan de gewesten (wat Vlaanderen betreft: aan minister Patricia Ceyssens).
In het jargon uitgedrukt wil De Gucht dat de ‘economische diplomatie’ een kerntaak wordt van zijn federale overheidsdienst. Zijn argument: ‘De inspanningen van de federale en gewestelijke regeringen om onze buitenlandse handel en investeringen te verbeteren, verlopen te chaotisch.’ Zijn remedie: we (lees: het federale niveau) moeten onze inspanningen beter “coördineren”.
Ambassadeurs
De Gucht wil vooreerst zijn ambassadeurs inschakelen(waarvan hij nota bene in De Tijd zelf zegt dat ‘ sommigen onder hen de voeling met economische diplomatie zijn kwijtgeraakt’, maar dit terzijde)... Het lelijke diplomatieke lichaam van België staat met beide voeten stevig vast in de francofonie. Een (bekend) voorbeeldje maar: Pierre-Dominique Schmidt, ambassadeur in Parijs en protégé van Di Rupo, inviteerde zijn honderden Belgische gasten exclusief in het Frans...
Uit een recente parlementaire tussenkomst blijkt dat De Gucht er zich bij neerlegt dat Belgen in hun ambassades niet eens in het Nederlands kunnen onthaald worden (vraag Herman De Croo en Francis Van den Eynde). ‘In de mate van het mogelijke’ (sic) wordt ernaar gestreefd dat de telefonistes of receptionistes tenminste één van onze landstalen spreken’, zei De Gucht toen. ‘Die taal zal uiteraard overwegend het Frans zijn, dat meer verspreid is in het buitenland, zeker in grote delen van Afrika’, merkte Luc Van der Kelen de dag nadien schamper op (HLN, 6 maart 2008).
Essentiëler nog is de vaststelling dat de Belgische diplomatie toch al vaker aantoonde niet aangepast te (willen) zijn aan de regionalisering in dit land. De heisa rond de taalperikelen in de Rand tonen dit aan.
Investeringsdesk... De poenpakker
De Gucht verwacht ook heil van een investeringsdesk (lees: een federale pak-de-poen-machine) en een high level-adviesraad voor business diplomacy. ‘De verwijzing naar de investeringsdesk maakt meteen ook duidelijk dat De Gucht zich op communautair glad ijs begeeft’, schreef Liesbeth Van Impe in De Morgen (6 mei 2008)
Niet nieuw
Het recuperatiediscours van De Gucht – die ooit de regionalisering van buitenlandse handel mee goedkeurde - is niet nieuw. In 2006 zei hij al dat buitenlandse handel federaal gecoördineerd moet worden.
Hij kreeg toen felle tegenwind, onder meer van Unizo, de Unie van Zelfstandige Ondernemers, die onmiddellijk repliceerde dat de regionalisering van de buitenlandse handel en het exportbeleid moeten blijven wat ze zijn.
Ook partijgenoot Fientje Moerman was ‘not amused’. ‘In 2002 exporteerde België voor 178,7 miljard euro en dat is blijven stijgen tot 213,7 miljard in 2005. Het Vlaamse aandeel in de Belgische export is constant gestegen, van 68,38 procent in 2003 tot 80,29 procent nu. Met andere woorden: Vlaanderen heeft zijn bevoegdheden goed benut. We exporteren inmiddels voor 171 miljard en dat is meer dan de 40 miljard van Catalonië en de 127 miljard van Beieren. We moeten maar eens af van dat calimerocomplex dat Vlaanderen te klein zou zijn’. (DM, 28 nov. 2006)
Ook Geert Bourgeois reageerde toen fel: ‘Een meerderheid van de ondernemers wil meer bevoegdheden voor Vlaanderen en zowel het IMF als de OESO zeggen dat België twee verschillende economieën heeft, met hun eigen noden. Me dunkt dat De Gucht het pad wil effenen voor een nieuwe staatshervorming. Dat verontrust me. VLD wil meer Vlaanderen en De Gucht was het daar ook mee eens. Maar nu hij een federaal petje op heeft, laat hij zijn standpunten vallen. Dat zijn zeer verdachte signalen’.
Marie-Rose Morel had het in De Tijd (2 april 2006) al gehad over het wonderbaarlijke voordeel dat een België-label voor de verkoop van onze producten in het buitenland zou hebben. ‘Weinig van onze producten - op diamant, bier en chocolade na - worden geassocieerd met ons land. En als de vlag dan toch de lading moet dekken: ruim 80 procent van de Belgische export is Vlaams’. De “Belgische” missies en het Agentschap voor de Buitenlandse Handel noemde ze een dekmantel voor een privaat reisbureau van de kroonprins.
Hommeles
Dat er na het “visje” van De Gucht hommeles zou komen, was te verwachten. De Belgische institutionele wirwar, met name de onvolledige en onvoltooide regionalisering van buitenlandse handel is een probleem.
De Morgen raadpleegde enkele “thermometers” en die wezen op koorts: ‘Eigenlijk steekt het De Gucht de ogen uit dat hij over buitenlandse handel zo goed als niets te zeggen heeft en probeert hij zich daar toch binnen te wringen’... ‘We hebben hem al eens moeten tegenhouden in Hertoginnedal, we zullen het desnoods nog eens doen’, aldus een Kamerlid. De Gucht loopt met zijn hoofd tegen de Vlaamse muur, en dat is normaal. Sedert de staatshervormingen bestaat er immers geen “hiërarchie der normen” meer. Vlaanderen staat náást, niet ónder België.
Vlaams minister Kris Peeters (CD&V) maakte dat nog eens goed duidelijk: ‘Sinds de overdracht van buitenlandse handel van het federale naar het regionale beleidsniveau in 1993, is het aandeel van Vlaanderen in de Belgische export gestegen van 68% naar 81% in 2007. Dit cijfer alleen al toont aan dat een herfederalisering geen goede zaak zou zijn.’
De Gucht laat nu weten dat er niets aan de hand zou zijn. Recupereren? Ikke? Niets van. Zijn vierhonderd diplomaten moeten alleen maar een beetje economische informatie en contacten aanleveren’...
Het flegmatieke antwoord van Vlaams minister-president Kris Peeters is leuk: ‘Als dát de bedoeling is, als de minister van Buitenlandse Zaken de Copernicaanse omwenteling erkent, als hij zijn diplomaten diensten wil laten verlenen aan de gewesten en hun handelspolitiek, dan zitten we op het goede pad... 'Als dat de geest is, denk ik dat de drie gewesten samen naar de federale regering moeten stappen met de vraag een samenwerkingsakkoord te sluiten in die zin. Dat is de Copernicaanse revolutie: de federale staat die de deelstaten helpt!'.
Kritische bemerkingen waren er ook van de Vlaamse parlementsleden Jan Roegiers (Vl.Pro), Luk Van Nieuwenhuysen (Vlaams Belang), Jan Peumans (N-VA), Jaak Gabriëls (Open VLD) en Ludo Sannen (SP.A) en van Moermans opvolger, Vlaams minister van Buitenlandse Handel Patricia Ceysens (Open VLD): ‘Er kan geen sprake zijn van een herfederalisering van de buitenlandse handel. Vlaanderen heeft daar geen belang bij... Als ik met één pennentrek 400 slimme mensen kan toevoegen aan de 70 mensen die ik heb, doe ik een reuzenzaak!’.
‘De Gucht als dienaar van gewesten’, de titel boven een artikel in De Standaard (8 mei 2008) is al even cynisch.
Commentaar (JVdC)
Doorzichtig als helder water, die De Gucht. Belgische (federale) recuperatie, o néééén, dat is niet zo bedoeld... De reacties van vandaag zijn die van een paar jaar geleden: het Vlaams parlement en de Vlaamse werkgevers zijn goed bezig. Wat zouden ze hun beleid nu vertragen in het Belgisch vierkant. Al twee keer krijgt De Gucht ook tegenwind van zijn Vlaamse minister. Als dat gemeend is, is dat een uitstekende zaak. De hooghartigheid van De Gucht maakt almaar minder indruk.
‘De Vlaamse leeuw zet nogal makkelijk zijn stekels op als hij kritisch tegen het licht gehouden wordt’, schampert De Gucht in De Tijd (8 mei). Hij foetert ook over ‘Vlaamse zelfgenoegzaamheid’ en pleit voor ‘een geconcerteerd optreden – sic/red. - van federale en gewestelijke diensten in de landen buiten de EU, met respect voor de bevoegdheden van elkeen’... Maar hij slaagt er niet in ook maar één ernstig argument aan te reiken waaruit zou blijken dat dit Belgische kader veel voordelen zou hebben. Hij wil aan zijn federaal volk ‘de opdracht en de middelen geven’ om het nodige te doen. Maar over opdracht en middelen (federaal, dus vooral Vlaams geld) blijft hij uitermate vaag.
De communautaire ronde die er – misschien – nog aankomt, zal ook een segment “buitenlandse zaken” hebben. De ingewikkelde en onwerkbare Belgische situatie (met regionaal verscheiden economieën, politieke belangen en ambities) zal voor ambras zorgen. De liberale top-drie heeft blijkbaar geen enkele ambitie meer om in overeenstemming met vroegere uitspraken te kiezen voor meer Vlaanderen. Hun Vlaamse ministers weten wat daarvan de gevolgen kunnen zijn bij de volgende verkiezingen...
Als uitsmijter verwijzen we naar De Guchts boek 'De toekomst is vrij'. In een pleidooi voor subsidiariteit stelt hij dat 'grote delen van het buitenlands beleid en van de handelspolitiek beter door Europa worden ingevuld. Het Vlaamse niveau houdt zich dan bij voorkeur bezig met zaken die dichter aansluiten bij de leefwereld van de mensen' (blz. 153) Van meer België was toen géén sprake...
Terug naar de artikelenlijst.
