Samenvallende verkiezingen: verlies voor democratie

Jan Van de Casteele 11-04-2008

Waarom we beter niet terugkeren naar samenvallende verkiezingen? Na prof. Bart Maddens en Peter De Roover in De Standaard, zette ook Bart De Wever enkele argumenten op een rij (De Morgen, 7 april 2008)

De analyses van Bart De Wever zijn vaak glashelder. In De Morgen (‘Waarom we beter niet terugkeren naar samenvallende verkiezingen, 7 april) is dit niet anders. De niet samenvallende verkiezingen van 2004 waren winst voor de democratie en verlies voor de particratie. Vlaanderen botste op een tekort aan bevoegdheden, België werd een rem op de dynamiek van Vlaanderen.

Hij start zijn opiniestuk met de vaststelling dat Yves Leterme, in weerwil van zijn eigen partij, voorstander is van samenvallende verkiezingen. Hoorde De Wever, die wel eens meer met Leterme zal hebben gesproken in het voorbije jaar, Leterme ooit met sterke argumenten uitpakken om die stap achteruit te zetten? Hij brengt ze alvast niet ter sprake in zijn bijdrage. Er zijn er vast enkele waarover te praten valt (het heen en weer wippen van politici tussen Vlaams en federaal niveau, de desinteresse van de man in de straat, de bestuurlijke onduidelijkheid), maar die terecht gesignaleerde “neveneffecten” kunnen anders opgelost worden dan met het achteruitrijden in de geschiedenis.

De voorzitter van N-VA bekijkt dit thema vanuit historische invalshoek

- Na installatie van rooms-rood op federaal vlak werd rooms-blauwe Vlaamse regering (Executieve) in 1987 opgezegd (Tot 2004 koppelden partijen een federale regeringsdeelname aan parallelle situatie in deestaat)

- In 1999 waren er samenvallende verkiezingen: paars, dat door dioxineverkiezingen paarsgroen werd, was een Waals concept (Michel/Busquin) en werd een Waals exportproduct. Vlaanderen moest volgen, ook al had die coalitie in Vlaanderen geen meerderheid (VU moest erbij gehaald). Winst voor particratie, verlies voor democratie

De niet samenvallende regionale verkiezingen van 2004 brachten CD&V (federaal in de oppositie) in de Vlaamse regering. Dat gaf ‘een enorme impuls aan de bestuurlijke uitstraling van Vlaanderen’, aldus De Wever. Meteen ook winst voor de democratie (de kiezer had beslist), en verlies voor de particratie.

Maar Vlaanderen botst op de grens van zijn bevoegdheden. België werd een rem op de Vlaamse dynamiek.

De Vlaamse kiezer liet in 2007 (nogmaals) zien meer Vlaanderen te willen, niet het omgekeerde.

De retro-beweging naar samenvallende verkiezingen is een recuperatiemanoeuvre. ‘Het is niet de nabijheid van de volgende regionale verkiezingen die deze wens blokkeert en België bestuurlijk verder verlamt, maar wel de omgekeerde conclusie en verschillende agenda van de andere gemeenschap in dit land’, stelt De Wever.

‘In alle andere federale landen zijn er net zo veel verkiezingen als bij ons, maar nergens laat men aparte niveaus op dezelfde dag verkiezen’, besluit de N-VA-voorzitter.

Integrale tekst van De Wever: zie bijlage

Bijlage



(23 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.