Euforie over Waalse economie dient een doel

Jan Van de Casteele 27-12-2007

Euforie over economische groei in Wallonië middel om reuzendossier van geldstromen te neutraliseren?

Er was enige vreugde om één lichtpuntje in de Waalse duisternis. Volgens een studie van economist Bart Van Craeynest van KBC Asset Management groeit de (achteropliggende) economie van Wallonië sinds 2000 ongeveer even snel als in Vlaanderen (DS, 12 dec. 07). Maar hiermee is de kloof in geen geval gedicht.

Op zich niet echt wereldschokkend, en al zeker niet in vergelijking met wat de vorige vijftig jaar was gebeurd. In de tweede helft van de twintigste eeuw nam de economische activiteit in Vlaanderen toe met 360 procent, in Wallonië met... 170 procent.

Sinds 2000 verloopt de conjunctuur in de twee regio's veel meer parallel. In de periode 2000 tot en met 2005 kende Vlaanderen een economische groei van gemiddeld 1,7 procent per jaar. Wallonië deed het zelfs een fractie beter met 1,8 procent per jaar.

Eureka. Alle klokken in Wallonië gingen luiden. We gunnen het de Walen, maar enige bescheidenheid kan geen kwaad. Enig scepticisme evenmin.

Volgens de regionale conjunctuurindicatoren van de Nationale Bank ziet het ernaar uit dat de groei voor de periode 2006-2007 zowel in Vlaanderen als in Wallonië uitkomt op 2,8 procent per jaar. Van een inhaalbeweging is geen sprake.

Van Craeynest relativeert de groei, maar dat kon de vreugde niet temperen. Aan een heropleving van de staalnijverheid (2004) en het Marshallplan (2006) kan de (lichte) verbetering niet liggen.

Het IMF noemde in 2003 vier factoren voor de Waalse achterstand voor de tragere groei in Wallonië in de periode 1995-2000: de uiteenlopende uitgangsposities, een andere sectorale samenstelling van de economie, geografische verschillen en economische beleidskeuzes.

Een echte verklaring voor het wegvallen van de groeikloof heeft Van Craeynest niet. 'Het verbazende is eigenlijk dat Wallonië het vijftig jaar systematisch minder goed heeft gedaan dan Vlaanderen. Want zo verschillend zijn de twee regio's uiteindelijk niet in hun economische structuur of ligging.' Misschien heeft Wallonië gewoon veel tijd nodig gehad voor zijn reconversie na het sluiten van de mijnen en de teloorgang van de staalindustrie, denkt hij, en is er nu aan die lange lijdensweg een einde gekomen.

Commentaar (JVdC)

Dat Wallonië nu even snel groeit, wil niet zeggen dat het de kloof ten opzichte van Vlaanderen ook gedicht heeft. ‘De structurele achterstand blijft, zoals de hoge werkloosheidsgraad -11,7 procent, tegenover 5 procent in Vlaanderen - en de lage activiteitsgraad - 55,9 procent van de Waalse 15- tot 64-jarigen werkt, tegenover 64,4 procent van de Vlamingen. De evenwichtiger regionale groeidynamiek zal slechts heel geleidelijk die divergentie op de arbeidsmarkt wegwerken’, aldus nog Van Craeynest.

Berichten als dit worden door francofone politici (André Antoine in DS, 15 dec.) en in nogal wat Vlaamse media handig gebruikt om de Vlaamse communautaire verzuchtingen te bedekken met een tapijt van onverstandig optimisme. Maar het doel – de Vlaamsgezinde publieke opinie en politici bespelen – heiligt de middelen. De Vlaamse politici houden er best rekening mee dat dit manoeuvres zijn om de geldstroom vanuit Vlaanderen in stand te houden. Merkwaardig om zien hoe ook de traditionele partijen dit dossier gesloten houden.

Misschien kunnen IMF en KBC eens een onderzoek doen naar de correlatie tussen de economische ontwikkeling van de gewesten/deelstaten enerzijds en de politieke macht van die deelgebieden binnen de federale staat?

Over werkloosheidskloof: zie de rubriek KORT. Over arbeidsmobiliteit: IDEM.

(*) recentere cijfers werkzaamheidsgraad: 65,8 procent in Vlaanderen (beter dan gemiddeld in de EU-25 van 65,2 procent), 56,6 procent in Wallonië en 53,9 procent in Brussel. (DM, 30 nov.)


Terug naar de artikelenlijst.