Getekend Guy Verhofstadt en Karel De Gucht
Pour sa Majesté le Roi des Belges
Wilfried Dewachter 22-06-2007
|
‘Pour Sa Majesté le Roi des Belges’ Getekend: eerste minister Guy Verhofstadt, minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht.
Onder die clausule werd de Europese Grondwet door België ondertekend op 29 oktober 2004, door twee Vlamingen dan nog. Mocht de Grondwet in die context door de Europese Unie worden aanvaard, dan staat Vlaanderen urbi et orbi en voor eeuwig gebrandmerkt als tweederangs component van de Belgische staat.
De clausule is een kernformulering uit de Europese Grondwet. Hiermee stelde de top van de Belgische politiek België aan Europa voor als een overwegend Franstalig land, met op de tweede rij wat Vlamingen en Duitstaligen. Dit toont op een flagrante wijze aan dat Franstalig België en de elite bruxo-belge zich niets aantrekken van de federale loyauteit. Meer zelfs: het toont aan dat ze hun macht consolideren en versterken als zij daar de kans toe krijgen.
Instellingen moeten correct opgebouwd worden en symbolen zijn ook in de politiek zeer belangrijk. Voor zo’n fundamenteel document had men ten minste voor één keer in de Belgische buitenlandse politiek de federale loyauteit moeten toepassen, zoals alle andere Europese staten dat keurig hebben gedaan (Ierland, Griekenland, Finland ...)
Besluitvorming
De elite bruxo-belge heeft het echter bij die ene grove misstap niet gelaten. Vlaanderen krijgt – op één uitzondering na – geen voet aan de Europese besluitvormingstafel. Dit is nochtans absoluut noodzakelijk, want volgens de meest gangbare schatting wordt 70 procent van de besluitvorming van een Europese lidstaat bepaald door de Europese Unie. Dat beleidsaandeel van de Europese Unie zal in de toekomst zeker niet verminderen, wel integendeel!
De kans op een volwaardige deelname aan de Europese besluitvorming zag er in 1999, bij de start van de regering Dewael I, voor Vlaanderen nochtans echt goed uit. In het Vlaamse regeerakkoord stond als doelstelling ingeschreven: ‘Vlaanderen streeft ernaar de deelstaten, voor wat hun bevoegdheden betreft, een rechtstreekse vertegenwoordiging in de instellingen van de Europese Unie te geven middels het invoeren van het gedeeld stemmen in de ministerraad voor exclusieve gemeenschaps- of gewestmateries’. Bovendien stelde dit regeerakkoord heel vooruitstrevend: ‘In afwachting van de invoering van het bindend referendum en het volksdecreet wordt het consultatief referendum ingevoerd om de burgers nauwer bij het beleid te kunnen betrekken. De Vlaamse regering verbindt er zich alvast toe de uitslag van deze referenda te respecteren.’ Dit regeerakkoord van 8 juli 1999 is ondertekend door Patrick Dewael, formateur en Bert Anciaux namens VU/ID, Karel De Gucht voor de VLD, Jos Geysels voor Agalev en Steve Stevaert voor de SP. Goedgekeurd door de partijvoorzitters én door de vier partijcongressen. Zo’n goedkeuring van een regeerakkoord betekent in de Belgische politiek al een hele stap naar de totstandkoming. In zijn “Vlaams manifest” van 2002 zal minister-president Patrick Dewael de splitsing van de EU-stemmen nog eens als een na te streven objectief naar voren schuiven.
Het gesplitst stemmen is er tot vandaag niét gekomen. In geen enkel federaal land zou de grootste deelstaat zoiets over zich heen laten gaan.
De “Europese Grondwet” wordt op 29 oktober 2004 plechtig ondertekend zonder dat er een rechtsgeldige Nederlandse versie van dit basisdocument bestaat. Die zal er pas zijn in het Publicatieblad op 16 december 2004, dik anderhalve maand later. Een verwerpelijke gang van zaken, die getuigt van een gebrek aan respect voor het Nederlands, maar ook voor andere staten met “kleine” talen. En dan maar kneuteren en kniezen dat de burgers geen interesse hebben voor Europa en dat ze de “Grondwet” bij hun referendum niet gelezen hebben. (Wil men ook eens eerlijk zeggen hoeveel van de vele Belgische parlementsleden de Europese Grondwet hebben gelezen?)
Het blijkbaar uitgaan van het principe “la Belgique sera francophone en Europe” is geen incidentje, het is het onvoorstelbaar onderuit halen van de federale loyauteit.
Referenda
Ook het verhaal van het referendum (of beter gezegd van de twee referenda) is verhelderend voor het democratisch deficit.
Wie de Europese politiek de jongste decennia een beetje volgt, weet dat het referendum hét middel van democratische inspraak in de Unie is geworden. Het referendum is op dat vlak alvast stukken sterker en effectiever dan het Europees parlement. Dat kan men al aflezen aan de percentages van deelname van de kiezers: zowat 45 procent voor de verkiezing van het Europees Parlement tegenover 65 procent of meer voor de referenda.
België, de eerste minister op kop, wenste de volksraadpleging. Hiervoor was er trouwens een duidelijke meerderheid in het parlement (VLD, MR, sp.a en Spirit, cdH, N-V A, Vlaams Belang, Ecolo). Alleen CD&V was “lauw”. De PS, aanvankelijk ook “lauw”, was tegen zodra partijvoorzitter Elio Di Rupo zich radicaal anti opstelde, wegens ‘te gevaarlijk voor de eenheid van het land’. Vlaanderen en Wallonië zouden wel eens een ‘andere sensibiliteit’ kunnen laten blijken, en dat mocht van hem niet. En dus kwam het referendum er niet. Onze buurlanden Nederland, Luxemburg en Frankrijk organiseerden wél het referendum.
De Europese Conventie, die de Grondwet had uitgeschreven, had als motto gegeven: ‘Onze grondwet wordt democratisch genoemd omdat de macht niet in handen is van een minderheid, maar van de grootst mogelijke meerderheid’ (Thucydides II 37). De macht van het Europees parlement is onmiskenbaar toegenomen door het dubbele neen van Frankrijk en Nederland. De “Bolkestein-richtlijn “ zou nooit tot “Dienstenrichtlijn” omgebouwd geweest zijn, mede door het Europees Parlement, indien dit niet sterk geworden was door de NON en de NEEN van de volksmacht.
In het Vlaams Parlement werden in 2006 15.000 petitie-handtekeningen voor een Vlaams referendum over de Europese grondwet voorgelegd. De handtekeningen waren verzameld door Attack-Vlaanderen. Een “rechtse” poging kon je dat bezwaarlijk noemen. Het gaf het Vlaams Parlement de mogelijkheid om én zichzelf én vooral Vlaanderen op de Europese kaart te zetten, tegen de “Sa Majesté le Roi des Belges-ondertekening” in. Het was een mogelijkheid om voor Vlaanderen een betekenisvolle, democratische plaats in de Europese besluitvorming af te dwingen. Maar neen. Liever klaagt men dat de burgers niet geïnteresseerd zijn. Liever jammert men dat op de Europa-spreekbeurten alleen eurofielen afkomen. Wat een gebrek aan democratische durf. En wat een gebrek aan vooruitziendheid met betrekking tot de plaats van Vlaanderen in de EU in de jonge 21ste eeuw.
Inspraak parlementen
Het zal voor Vlaanderen in 2009 dus nog een stuk moeilijker worden. De Europese “Grondwet” voorziet voor de nationale parlementen een raadgevende functie in de Europese besluitvorming. Zo hoopt de EU de “subsidiariteit” voor een deel te kunnen realiseren. Je denkt dan dat de meest optimale organisatie daarvan in België zou kunnen gebeuren via één stem voor de Kamer, één voor het Vlaams Parlement en één voor het Waals parlement (op een technische of overlegwijze te reduceren tot het maximum van twee stemmen ). Maar dat is zonder de Franstaligen gerekend. De hele reeks van “raden” – waarvan een aantal zich wat al te graag parlement noemen – mag meespelen in een bijzonder ingewikkeld bureaucratisch stelsel, zodat het Vlaams Parlement hoe dan ook maar één stem heeft en de Franstaligen, met bijvoorbeeld het sturende genie van Di Rupo, zonder moeite tot twee stemmen kunnen komen. Begrijpe wie kan.
Hoe kan het zover komen? In juli 2004 werd Karel De Gucht (VLD) minister van Buitenlandse Zaken. Hij schaarde zich toen achter het programmapunt dat de Vlaamse regering in 1999 aannam: er zouden “gesplitste stemmen” komen voor de exclusieve materies. Dat duurde precies tot aan zijn eerste persconferentie in zijn nieuwe functie, waar hij door een gebrieft journalist werd “geblokkeerd”. Bij de eedaflegging van Karel De Gucht had de koning zijn kersverse minister al publiek de les gelezen over Congo – in alle Vlaamse huiskamers goed hoorbaar via de tv-uitzending. A fortiori zal hij naderhand, binnenskamers, over die splitsing wel een ‘no pasaran’ te horen hebben gekregen, en dat uit meerdere hoeken.Gedaan dus het minimale project van 1999, dat eigenlijk maar de vertolking is van de bevoegdheidsverdeling zoals die in de Belgische Grondwet staat neergeschreven.
Was het niet De Gucht die in 2003 verkondigde ‘Als de Vlamingen iets willen, kan niemand dat tegenhouden!’? (Financieel-Economische Tijd 7 januari 2003)
Minister De Gucht zal nadien de “buitenlandse betrekkingen” van Vlaanderen of van zijn minister onder de domper trachten te zetten en pleiten voor een herfederalisering van de buitenlandse handel. ‘La fonction fait l’homme’, gaf hij toe (Canvas 27 november 2006). In het jargon van politologen en sociologen heet zoiets “elite-recuperatie”.
Lichtpunt
Het enige lichtpunt van Vlaanderen in “Europa” is de (quasi) exclusiviteit die Vlaams minister-president Yves Leterme de facto heeft opgebouwd in “zijn” materies van Landbouw en Visserij.
Daartegenover moet dan weer het gebruik door België van zijn veto worden geplaatst. Is het onvolledig te stellen dat minister De Gucht het één keer heeft gebruikt om de Europese subsidies voor Henegouwen naar boven te stuwen toen zij door het Luxemburgse voorzitterschap werden terug gesnoeid ?
Verkiezingen
Vlaanderen in Europa scoort dus zwak. De kiezer kan erover oordelen in 2009. Maar de Belgische kiezer wordt braaf gehouden, zijn keuzemogelijkheden worden beperkt en zijn politiek inzicht wordt misleid en afgestompt.
Nogmaals: de Europese Unie beslist over een zeer aanzienlijk deel van het beleid. Wil Vlaanderen daar toch een beetje kunnen mee(be)sturen (eigen voorstellen formuleren, mee controleren), dan is én een grondige democratisering nodig én een onverkort volwaardig lidmaatschap van Vlaanderen in Europa.
De enige kans om dat te bereiken is erkend te worden als staat. De elite bruxo-belge is hoogst onbetrouwbaar en heeft haar geloofwaardigheid terzake volledig verspeeld. De materies tewerkstelling, mobiliteit, milieu, economische groei, zijn veel te belangrijk om nog lang te aarzelen. Ook tegen de mogelijke uitschakeling van het Nederlands als “effectieve Europese taal” moet geageerd worden. Zoiets zou bijzonder nefaste economische en vooral sociale gevolgen hebben. 2009, het jaar waarin bondskanselier Merkel met een nieuw en afgezwakt verdrag wil klaar zijn en wil scoren, is heel dichtbij.
Terug naar de artikelenlijst.

