Plunderen de pendelaars Brussel?
Transfers nog maar eens verdoezeld
Jan Van de Casteel 26-04-2007
|
| Transfers |
In verschillende artikelen (La Libre Belgique, Trends, De Standaard) schetst ULB-econoom Henri Capron (ULB) een verdoezelend beeld over de geldtransfers naar Wallonië. Hij hanteert hiervoor een niet relevante invalshoek: het onderzoek naar de positieve (uitgaande) en negatieve (inkomende) geldstromen ‘per arrondissement’.
Zo opent hij een mistfabriek: - De transfers naar Wallonië komen "vooral" uit De Brusselse rand - Ook "Waals"-Brabant draagt mee af! - Ook "binnen Vlaanderen" zijn er transfers. - de welvaart van Vlaams- en Waals-Brabant is te danken aan Brussel ('wordt door pendelaars meegenomen.’
Zijn suggestie: ‘Indien we de transfers niet langer zouden verrekenen op basis van de woonplaats (waar de inkomens worden toegekend) maar wel op basis van werkplaats (daar waar de rijkdom gecreëerd wordt) de cijfers in verband met de transfers er al helemaal anders uit zien.’ Als het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op grond van het territorialiteitsbeginsel een onafhankelijke staat was, dan zou de sociale zekerheid van de Vlaamse en Waalse werknemers die in het gewest tewerkgesteld zijn, aan de bron, dus in Brussel, geheven worden’, aldus de ULB-econoom.
‘De intermenselijke transfers van Vlaanderen ten voordele van de Waalse gezinnen zijn niet abnormaal in vergelijking met het Europees niveau, als we tenminste niet geheel of gedeeltelijk terugkomen op het solidariteitsprincipe’, besluit Capron.
Commentaar (JVdC):
Wat Capron vertelt is niet nieuw. Natuurlijk zijn er tussen Waalse arrondissementen opvallende verschillen (Luik, Charleroi... versus Waals-Brabant). Wie weet dat niet? Ook binnen Vlaanderen zijn er gemeenten en zelfs arrondissementen die per saldo ontvanger zijn.
Essentiëler blijft dat alle transferstudies (ook de jongste van de Vlaamse transfertencommissie) aangeven dat Vlaanderen in zijn geheel genomen (als gewest) "netto-betaler" is en Wallonië in zijn geheel genomen "netto-ontvanger".
Deze analyse wordt ook door Capron niet weerlegd, wel verdoezeld.
De tranfers gaan richting Wallonië. Dat is de logica zelve, zolang Wallonië de structurele werkloosheid niet kan laten dalen. Wie dat wil, kan maandelijks die belangrijkste ontwikkeling volgen via cijfers over werkloosheid en de werkzaamheidsgraad. Van 2001 tot 2005 steeg de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen van 63,4 naar 64,9 (+1,5%), in Wallonië van... 55,4 naar 56,1 (+0,7%), in Brussel van 54 naar 54,8 (+0,8%). Drie simpele conclusies: het verschil is immens, de kloof wordt nog groter en veel Walen (vooral PS)blijven die waarheid ontkennen.
Het Vlaamse aandeel in de RVA-uitgaven daalde de jongste jaren in Vlaanderen van 50,6% in 2003 naar 48,7% in 2006 (percentage werknemersbevolking in België: 59,7% Vlamingen), en steeg in Wallonië in dezelfde periode van 38,3% naar 39,6% (percentage werknemersbevolking: 30,8%), in Brussel van 11,1% naar 11,7% (percentage werknemersbevolkging 9,5%). Zie grafiek in bijlage (bron: RVA)
Op welk niveau transfers onderzoeken?
Wat is het relevantste bestuursniveau voor transfer-studies? Zijn dat de arrondissementen die geen enkele bevoegdheid hebben met effect op economische ontwikkeling en sociale uitgaven, en die absoluut niét de schaal hebben om die ook te krijgen, noch de politieke legitimatie? Natuurlijk niet. Arrondissementen worden immers binnen één gewest bestuurd door eenzelfde gewestelijke overheid en door partijen die voor alle arrondissementen dezelfde zijn. Studies (en remedies) zijn relevanter als ze gericht zijn op de gewesten, die deze bevoegdheid, die schaal en die politieke legitimatie wél hebben.
De onderschatting
Volgens de ULB-studie ontvangen “slechts” drie Waalse arrondissementen het gros van de transfers: Charleroi, Luik en Bergen. Slechts? Ze vertegenwoordigen wel bijna 40% van de Waalse bevolking. De enkele ontvangende, Vlaamse arrondissementen zijn allemaal excentrisch gelegen, kleine arrondissementen. Straks beweren sommige Franstaligen nog dat de Walen zichzelf steunen. Ook dat is een stoflaag boven de waarheid.
De rijkdom van Brussel?Dat Brussel een economische groeipool was, ontkent niemand. Dat is zo, omdat Vlaanderen en Europa voor die hoofd-stad kiezen. Hoe lang nog? De ‘uittocht’ van veel bedrijven naar (vooral) Vlaams-Brabant is al bezig, omwille van veel onopgeloste problemen binnen Brussel (o.a. mobiliteit, een arbeidsmarkt waar ondanks hoge werkloosheid nauwelijks arbeid te rekruteren valt)
De sociale zekerheid niet op de woonplaats, maar op de werkplaats heffen (in scenario van onafhankelijk Brussel)is een academisch hersenspinsel dat politiek-economisch totale fictie is. Waarom zou Vlaanderen dat scenario aanvaarden? Bovendien, zodra dat gebeurt, heeft de Vlaamse overheid geen reden meer om in Brussel te blijven. Veel bedrijven zouden volgen. De Waalse evenmin. En van een federale zal geen sprake meer zijn. Van de ca. 650.000 jobs zouden volgens sommige bronnen er een kwart gelieerd zijn met een of andere overheid. In zo’n scenario – pendelaars betalen in Brussel – zou al snel een derde van de Brusselse jobs kunnen verdwijnen of verhuizen. Zelfmoord voor Brussel dus.
Conclusie:
Capron probeert het transferdebat te neutraliseren door een marginale interpretatie van het “lichtpuntje” Waals-Brabant. Helaas, dat gaat voorbij aan de essentie. En dan zwijgen we nog over: - de vervalsing van het economisch beeld door de veel te hoge overheidstewerkstelling in Wallonië - de recent zelfs door de Waalse liberalen aangeklaagde toverdoos van Di Rupo (manipulatie van de Waalse werkloosheidsstatistieken).
De (evidente) verschillen binnen Vlaanderen zijn absoluut niet te vergelijken met “de kloof” tussen Vlaanderen en het door PS gedomineerde Wallonië.
Ten slotte is de beperking van het debat tot de transfers via de sociale zekerheid een even verdoezelde invalshoek. Die laat transfers via federale begroting (b), via financiering van de regio’s (c)en via rentelasten (d) gemakshalve buiten beschouwing.
Caprons conclusie in voormeld artikel is dan ook fout: ‘De intermenselijke transfers van Vlaanderen ten voordele van de Waalse gezinnen zijn niet abnormaal in vergelijking met het Europees niveau, als we tenminste niet geheel of gedeeltelijk terugkomen op het solidariteitsprincipe’, is het besluit van de professor.
Niemand ontkent dat er ook in het buitenland transfers zijn tussen regio's. Maar vaak gaat het over transfers tussen administratieve regio's zonder politieke autonomie, wat minder problematisch is. Waar er transfers zijn tussen autonome regio's staan ze evenzeer ter discussie (dat is onder meer het geval in Italië, Duitsland, Spanje).
De essentie van het Vlaams-Waalse transfer-verhaal blijft dan ook overeind:
1. De omvang van de transfers naar Wallonië is te groot. In grote landen kunnen regio's uit de grote pot steun krijgen, in de Belgische context gaat het - permanent en in overvloed - van één gebied naar één ander gebied.
2. Transfers blijken na tientallen jaren geen remedie tegen maar een bestendiging van de Waalse ziekte. Het economische rendement ervan is minimaal. Wallonië heeft “de kloof” niet dichtgereden, integendeel. Vlaamse centen kunnen beter worden besteed (eigen uitdagingingen, echte ontwikkelingssamenwerking).
3. Het gebrek aan doorzichtigheid is ergerlijk (absoluut duidelijke en volledige cijfergegevens “zouden” van de overheid moeten komen; die zijn nauwelijks beschikbaar)
Bijlage

(81 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.

