Hertogen eeuwig optimist
Over 15 jaar driekwart Brusselaars van vreemde afkomst
Jan Van de Casteele 04-04-2007
|
Over vijftien jaar is driekwart van de Brusselaars van vreemde afkomst. Voor socioloog Jan Hertogen geen probleem. Vreemdelingen kunnen ‘een troef’ zijn voor het overleven van de Vlaamse Brusselaar. Hertogen geeft boeiende cijfers. De conclusie die hij trekt is veel minder interessant, en al zeker niet als hij ze ook nog eens wil aanprijzen voor Vlaams-Brabant.
Op 20 maart 2007 hield de Vlaamse GemeenschapsCommisie (VGC) in Brussel haar jaarlijkse studiedag. Socioloog Jan Hertogen pakte er uit met zijn interessante cijferreeksen over Brussel..
Demografisch
Brussel is de jongste 45 jaar niet alleen verfranst. Er is een veel indringender transformatie geweest: in 1961 was 7,3% van de Brusselaars van vreemde afkomst. In 2005 was dat al 56,5 procent. In 2020, over vijftien jaar dus, zal 75% of driekwart van de Brusselaars van vreemde afkomst zijn. In 1991 woonden er in Brussel 28,5% vreemdelingen en 4,5% nieuwe Belgen. In 2005 is het aantal vreemdelingen gestabiliseerd op 26,3% maar het aantal nieuwe Belgen, hun geboortesaldo inbegrepen, met 25,5% gegroeid tot 30,2%, ‘een indrukwekkende en unieke evolutie in Europees of zelfs wereldperspectief’, aldus Hertogen. Dit wordt nog geïllustreerd en begrijpbaar door het feit dat de laatste 15 jaar in Brussel 166.316 nieuwe immigranten zijn bijgekomen, kinderen geboren uit deze nieuwe vreemdelingen inbegrepen.
Politiek
De politieke vertegenwoordiging van Nederlandstaligen lag in Brussel de laatste 35 jaar constant rond 12%. De laatste decennia is het aantal allochtone verkozenen in Brussel gegroeid tot 170 op 661 gemeenteraadsleden. Bij de Franstalige verkozenen zijn er dat 168 op 589 of 29%, bij de Nederlandstalige verkozenen 2 op 74 of 3%. Volgens Hertogen wordt het cijfers van 12% Vlaamse gemandateerden de jongste 30 jaar ‘mede geschraagd en constant gehouden’ door de allochtone stemmen. Een sluitend bewijs geeft hij hiervoor evenwel niet. Wel kan in 2012 het aantal allochtone verkozenen van 170 naar 255 groeien.Onderwijs
Gemiddeld volgt 20% van de Brusselse schoolbevolking les in het Nederlands, tegenover 8,5% gemiddelde aanwezigheid in de bevolking. In het kleuteronderwijs volgt 23% van de Brusselse bevolking Nederlandstalig onderwijs dus bijna een kwart. Ook die instroom is voor Hertogen geen probleem, wel een troef en een garantie op het overleven van de Vlaamse Brusselaar.
Commentaar (JVdC)
Hertogen legt mooie cijferreeksen voor (zie volledige cijferreeksen als bijlage), die de demografische en sociologische ontwikkelingen in Brussel goed toelichten. Maar daar houdt de eensgezindheid op. Zijn interpretatie (de allochtonen kunnen de Vlaamse aanwezigheid op peil houden in onderwijs en politiek bvb.) is ronduit voluntaristisch. Meer geld moet er zijn en dan redden we het wel. Vooral het onderwijs kan volgens hem de allochtonen over de Vlaamse streep trekken. De nieuwe Belgen staan volgens hem gereed om de fakkel van ‘Vlaamse’ aanwezigheid in Brussel over te nemen.
Beleidsmensen die het met die visie niet eens zijn, maken zich volgens Hertogen schuldig aan ‘nationalistische blokkering’ (‘De echte Brusselaar is niet Franstalig of Nederlandstalig, niet allochtoon of autochtoon, het is ne Brusselaar. Maar als hij Nederlands spreekt, tant mieux voor de Vlamingen’)
‘Vlaams Belang en ook NV-A hebben Brussel blijkbaar reeds laten vallen, juist omwille van de 'allochtonen', oninteressant en on-vlaams. Deze ideologische en Vlaams-nationalistische benadering trekt reeds 45 jaar lang het kruis over Brussel en het laat zich aanzien dat de Warandegroep Brussel misschien buiten het Vlaamse onafhankelijksstreven zal plaatsen’, aldus nog Hertogen.
Niet te volgen is Hertogen als hij zijn Brusselse analyse transponeert op de recente ontwikkelingen in Vlaams-Brabant. ’In de Brusselse rand herhaalt de geschiedenis zich’. Hij verwijst naar een recent rapport (SVR-Rapport 2007/1 van Gunter Desmet en Josée Lemaitre) waarin ook het verband wordt gelegd tussen inwijkelingen en ontvlaamsing. ‘In een dynamischer en minder nationalistisch gekleurd perspectief kunnen zij evengoed nagaan wat deze “vervreemding” aan kansen (sic – jvdc) inhoudt voor de ‘hervlaamsing’ van de Rand. Ook hier zijn het volgens Hertogen de allochtonen die mee de basis vormen van het behoud van het Vlaamse karakter van de Rand.
Duidelijkheid
Als er uit de cijferreeksen van Hertogen (maar ook van Desmet en co) iets duidelijk wordt, dan is het dat de voorzichtigheid van de Vlamingen en het voluntarisme van sociologen niet hebben kunnen voorkomen dat Brussel een voor Vlaanderen verloren stad is. De Vlaamse Brusselaar is verdronken. Dergelijke stad kan niet de pretentie hebben om nog lang de hoofdstad van Vlaanderen (en het cement voor België) te zijn.
Als de Denkgroep In de Warande straks radicaal die optie uittekent, moet dat zowat het beste zijn dat Vlaanderen kan overkomen. Kwaad en chagrijnig om het verlies van Brussel zullen veel Vlamingen niet zijn. Een klem op de Vlaamse staatsvorming wordt losgeschroefd.
Dat ligt nog even anders in de rest van Vlaams-Brabant (en in de andere Vlaamse steden). Niet de illusie van Hertogen (‘allochtonen vormen de basis van het behoud van het Vlaamse karakter...), maar de politieke en sociale opbouw van Vlaanderen vanuit een radicaal, krachtig Vlaams beleid (aanpassingsdruk verhogen, migratie binnen de perken houden) kan Vlaams-Brabant Vlaams houden. Een strakke inburgeringspolitiek zonder pamper, dat lijkt ons de enige realistische optie.
Bijlage

(107 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.
