Socialisten zetten stap vooruit, maar via omweg

Inderdaad, sp.a, 'il faut que ça bouge!'

Jan Van de Casteele 04-04-2007

sp.a

Vlaams viceminister-president Frank Vandenbroucke (sp.a) tekent in een opiniestuk in De Morgen de contouren uit van de "sociale staatshervorming" die zijn partij bepleit. Tegenover "we want our money back" plaatst hij liever een ander motief: "il faut que ça bouge!".

Wat moeten we ons voorstellen bij de ‘sociale staatshervorming’ waar de socialisten nu blijkbaar voor gaan? Dat arbeidsbemiddeling volledig in Vlaamse handen moet komen (‘alles wat te maken heeft met investeren in en activeren van menselijk kapitaal’, inbegrepen onderwijs en opleiding horen daarbij, maar ook de overstap naar de arbeidsmarkt.’). Concreet gaat de voor sp.a’er over ‘instrumenten om tewerkstellingsbeleid voor doelgroepen te vormen, inbegrepen een stuk fiscale autonomie en de mogelijkheid om selectieve lastenverlagingen door te voeren'. Ook de activering van uitkeringen moet een gewestbevoegdheid worden

‘Waarom de staat hervormen? Omdat wij "ons Vlaams geld terug willen"? Of omdat we het beleid "dichter bij de mensen" wensen? Of omdat Vlaanderen, Brussel en Wallonië “té verschillend” zijn? Regionale verschillen zijn een argument, maar toch is mijn motief anders: de staat moet hervormd worden om de staat sterker te maken. Om sterke overheden aan het werk te zetten voor meer jobs en betere sociale bescherming. De lakmoestest voor een sociale staatshervorming is drievoudig. Winnen de overheden aan sociale slagkracht? Loopt het sociaal overleg beter? Ontstaat er een sociale hervormingsdynamiek? Een ander dogma dan die lakmoestest heb ik niet’, aldus Vandenbroucke.

Zijn uiteenzetting heeft het voordeel van de duidelijkheid.

Federale kerntaken blijven:

1. Financieren pensioenen

2. Gezondheidszorg

Hiervoor is in de toekomst meer geld nodig.

Kerntaken gewesten en gemeenschappen: activeren menselijk kapitaal 1. onderwijs

2. opleiding

3. arbeidsmarkt

Enkele citaten uit de tekst van Vandenbroucke

‘Een kerntaak van gewesten en gemeenschappen is al wat te maken heeft met investeren in en activeren van menselijk kapitaal. Onderwijs en opleiding horen daarbij, maar ook de overstap naar de arbeidsmarkt. Om dat laatste goed aan te pakken is niet meer geld nodig maar wel meer samenhang in het beleid’, aldus Vandenbroucke.

‘Neem arbeidsbemiddeling. Dat moet je toevertrouwen aan de gewestelijke diensten. Vanzelfsprekend moet dat binnen een breed normatief kader waarmee het federale niveau grenzen vastlegt, en moet je de gewesten vervolgens financieel aanspreken op de meer- of minwaarden die ze met hun beleid creëren voor de federale sociale zekerheid.’

‘Om activering op maat van de mensen in elke regio te krijgen, moet ook het tewerkstellingsbeleid voor doelgroepen (selectieve lastenverlaging, activering van uitkeringen) uitsluitend gewestbevoegdheid worden. Nu zit dat versnipperd tussen federale en gewestelijke overheid. Opnieuw kan de gewestelijke invulling gebeuren binnen een federaal kader, waarbij kosten en baten van de gewestelijke acties voor de federale kas verrekend worden. Dat is doelmatiger dan ingewikkelde en dure federale compromissen tussen uiteenlopende doelstellingen’

‘En natuurlijk hoort wat de facto arbeidsbemiddeling is, zoals Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen en outplacement, ondubbelzinnig onder de gewestbevoegdheid thuis. Zoals misschien ook het bepalen in welke gevallen uitzendarbeid toegelaten is.’

‘Ook de exclusieve bevoegdheid van de gemeenschappen voor opleiding kan consequenter toegepast worden: de federale overheid moet zelf geen opleidingsprojecten financieren of bezig zijn met opleidingsaspecten van Betaald Educatief Verlof en Industrieel Leerwezen. Breng levenslang leren in één hand.’

‘Sociaal beleid vereist sterke overheden maar ook sterk sociaal overleg. Zeker voor gevoelige kwesties op het kruispunt tussen onderwijs, opleiding en arbeidsmarkt. De staat hervormen kan geen middel zijn om het overleg te begraven, integendeel. De staat hervormen is maar één hervorming naast andere die nodig zijn om ons sociaal model te vernieuwen. Tegenover "we want our money back" plaats ik liever een ander motief: "il faut que ça bouge!"

Een langere versie van de tekst is te vinden op www.vandenbroucke.com en in bijlage.

Commentaar (JVdC)

Vandenbroucke heeft niet plots een tot op heden onbekende Vlaams-nationalistische kant in zichzelf ontdekt. Hij is wel de tijd van de oude clichés stilaan voorbij, noteert Yves Desmet in een eerste commentaar.

Bij de socialisten komt er inderdaad een en ander in beweging. Vandenbroucke zet onmiskenbaar een stap vooruit, maar dan wel via een omweg. De verwijzingen naar ‘het federale kader’ blijven talrijk.

Op de snelweg naar een rationelere en meer verregaande staats(her)vorming staat voor veel socialisten nog altijd ‘de heilige koe van de solidariteit’ in de weg.

‘Er bestaat immers niet zoiets als 'de werkloze', er bestaan alleen individuen’, volgt Yves Desmet. Een merkwaardig uitgangspunt. Natuurlijk is een mens een individu, maar hij is ook deel van een gemeenschap. Een overheid zoals die van Wallonië – gekozen én overeind gehouden door die individuen – houdt een richting aan die het instandhouden van een soort eeuwigdurende solidariteit problematisch en betwistbaar maakt. Er zijn gemeenschappen die de solidariteit vanuit Vlaanderen meer nodig hebben. Vlamingen hebben het volste recht de solidariteit met de buren af te bouwen als die al jaren lang tot weinig resultaat en veel immobilisme heeft geleid en als die buren bovendien onder het federale dak regelmatig bijten in de hand die hen al zo lang steunt?

Dat Vandenbroucke (en met hem de sp.a) gelooft dat voortaan rekening moet worden gehouden de specifieke kenmerken van iedere regio en haar arbeidsmarkt, is een stap in de goede richting.

Maar het is een stap die tegelijk ook een lange omweg wordt. Waarom de financiering van pensioenen en de gezondheidszorg voor de socialisten nog altijd ‘federale kerntaken’ moeten blijven, is niet zo duidelijk. Voor de socialisten blijven dogma’s overeind. De Vlaamse gemeenschap heeft het volste recht om ook in die materies ten volle een eigen weg uit te stippelen.

‘Niet overal zijn dezelfde behoeften aanwezig, niet overal zijn de knelpuntberoepen dezelfde, of is er nood aan dezelfde opleidingstrajecten’, schrijft Desmet. Geldt hetzelfde niet in de laatste federale materies? Dat zijn pas ‘de oude clichés’. Inderdaad, Frank en Yves, il faut que ça bouge!

Bijlage



(57 Kb)






Terug naar de artikelenlijst.