Brusseldebat gaat door
Tout va très bien Madame la Marquise
Jan Van de Casteele 17-09-2006
|
| Louis Tobback |
Vanhengel pakt in De Morgen vooral uit met het discours dat ook de Franstaligen voeren: 'Vlaams-Brabant dankt zijn welvaart aan Brussel... De Vlamingen moeten ophouden ‘ons van buitenuit op te splitsen’... De Brusselse regering werkt vrij behoorlijk, net zoals de Belgische regering dat al 175 jaar vrij behoorlijk doet... Vlamingen en Walen samen hebben Brussel financieel gestroopt en ze houden dat graag zo om er hun zeg over te kunnen hebben'.
Tobback: 'U zegt dat Vlaanderen zich niet moet bekommeren om het bestuur van de negentien Brusselse gemeenten, want het gaat daar niet zo slecht. Prima. Maar waarom horen we af en toe de Brusselse Vlamingen dan toch om hulp roepen? ... Al twintig jaar verstaan de Brusselaars elkaar goed: tout va très bien Madame la Marquise. Dus als we over een staatshervorming onderhandelen, heeft Brussel niets nodig. Behalve geld, wellicht... Alleen meen ik te weten dat Brussel een begroting heeft ingediend met een tekort van 190 miljoen euro. Het gaat om een structureel tekort. Als jullie de financieringswet dus willen wijzigen - versta: als jullie de andere overheden weer zullen vragen om geld bij te passen - dan gaan we praten. Want wie betaalt, die bepaalt. Dat is mijn gouden stelregel... Ik stel alleen vast dat Brussel een structureel tekort heeft, zelfs ondanks jullie goed beheer. En dus zullen jullie daarmee aan de onderhandelingstafel moeten komen. Brussel is dus vragende partij... Over die financiering van Brussel valt wel te praten, maar dan moet het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde wel gesplitst worden, en daar was de heer Vanhengel tot nu toe tegen. Zou hij die deal nu zien zitten: de splitsing in ruil voor zijn centen.'
Vanhengel: 'Als ik u een plezier kan doen: splits... stop met die Franstalige of Vlaamse fronten waar wij Brusselaars geen stap verder mee geraken. In het Brussels Gewest zijn die communautaire scheidingslijnen totaal achterhaald'.
Tobback: 'Brusselaars zijn kosmopoliet als het goed gaat en niet-kosmopoliet als ze geld nodig hebben. Als men hulp nodig heeft, is men Brusselse Vlaming. Zodra men zijn geld op zak heeft, is men weer Vlaamse Brusselaar... Als ik jou hoor, ziet de Vlaamse toekomst in Brussel er geweldig uit... Alleen leer ik uit de wat perverse parlementaire vragen die sommige FDF'ers stellen aan Laurette Onkelinx en aan Bruno (Tobback, WP/FR) dat bijvoorbeeld het aantal Nederlandstalige pensioenaanvragen dáált in Brussel, tegen de vergrijzing in. Nu is dat nog 'maar' goed 9 procent."
Op de vraag van DM hoeveel Vlamingen er nu eigenlijk zijn in Brussel komt Vanhengel niet verder dan: ‘Wat is dat, een Nederlandstalige?’ of... 'Dat loopt allemaal door elkaar'...
Een vernietigende Tobback: 'De vraag die telt is: wat zijn de politieke machtsverhoudingen? Ik verneem hier dat jij al geen oorlog meer wilt voeren voor de Nederlandstalige aanwezigheid. Wel, aan de Franstalige kant zijn er veel te veel die oorlog willen voeren. En ze zijn je liever kwijt dan rijk, hoe graag jij ook Brusselaar bent. Binnen een kleine dertig dagen zullen we zien hoeveel Vlamingen er verkozen zijn in de Brusselse gemeenteraden... overal elders in de provincie neemt de verfransing toe: in Halle, Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, noem maar op. En die komt niet uit Wallonië. Die komt uit Brussel.'
Vanhengel, nog van tussen de touwen: ‘En wat zouden wij daartegen kunnen doen?’
Tobback met een laatste tik: 'Door in gemeenten als Halle fors te investeren. Door de mensen verdomme níét naar Brussel te jagen. Want je denkt toch niet dat wie winkelt in de rue Neuve veel Nederlands leert?'
Voor de interessante bijdrage van Rolf Falter aan het debat, verwijzen we naar de rubriek "Kort".
Bijlage

Dubbelinterview De Morgen, 16 september
(43 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.
