Brussels taalakkoord nietig verklaard…en wat nu?
Rita De Bont 21-07-2006
|
| Min. Guy Vanhengel |
De Vlaamse beweging kan samen met brussel NL wel juichen dat het Brussels taalakkoord voor een derde keer is nietig verklaard. Wij werden weer in het gelijk gesteld. De Raad van State oordeelde voor een derde keer dat gemeentepersoneel te Brussel, zowel statutairen als contractuelen, tweetalig moeten zijn. Volgens minister Guy Vanhengel zal de vernietiging in praktijk niets veranderen. Hij is ook geen voorstander van een volgende rondzendbrief. Vroeger deze week liet zijn partijgenoot Fons Borginon zich ook al dubieus uit over de gebreken van het Brussels model. Hij zei: “. De Franstaligen hebben het recht bestuurd te worden door mensen die ze zelf gekozen hebben. De Vlamingen hebben recht op een volwaardige stem in het beleid, meer dan op basis van louter hun getal. De Vlamingen hebben er belang bij een band met Brussel te behouden. Leg die drie elementen samen, en dan zijn er niet zoveel modellen die werkbaar zijn, hoor.” Een model dat men bij de VLD wel in gedachten heeft is het model van tweetalige diensten in plaats van tweetalig personeel. Je kent dat wel. Ergens op de werkvloer vindt men na lang genoeg aandringen dan wel een “Flamand de service”, die inhoudelijk wellicht niet van het onderwerp op de hoogte is, maar je wel in een soort Nederlands kan te woord staan. Indien Brussel zijn hoofdstedelijke functie wil behouden, zal de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wel de overeengekomen taalwetgeving moeten nakomen. We mogen hierbij niet vergeten zij maar een deel is van een overeenkomst tussen de taalgemeenschappen. Zoals STEFAAN HUYSENTRUYT stelt: “We hebben een paritaire federale regering en een grendelgrondwet met een communautaire alarmbel die ervoor zorgen dat de Franstalige minderheid in dit land nooit geminoriseerd kan worden. Het spiegelbeeld van het federale institutionele model is de hoofdstad van dit land, waar de Vlaamse minderheid meer macht krijgt dan waar ze in verhouding tot haar bevolkingsaandeel recht op heeft. Brussel is de sluitsteen van het Belgische institutionele systeem. Wie aan de communautaire machtsdeling in het hoofdstedelijk gewest raakt, doet het hele bouwwerk instorten.” Het is wel het eenvoudigste de wet gewoon naast zich neer te leggen. Onze Vlaamse politici schijnen daar toch niet te zwaar aan te tillen. Wij vinden wellicht genoeg stof voor een volgende klacht. Wij worden wellicht weer in het gelijk gesteld.
Bijlage

(246 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.
