Ontwikkelinssamenwerking en Belgisch buitenlandbeleid

Vlaams profiel versterken

Theo Lansloot 20-07-2006

Het Lambertmontakkoord is een van de vele bewijzen dat Vlaanderen nog altijd niet met macht kan omgaan en zich daarom bij onderhandelingen met Franstalig België vaak in de luren laat leggen. Het akkoord is de grondslag van de Bijzondere Wet tot Hervorming van de Instelling van 13 juli 2001 waarvan artikel 6ter bepaalt :

"Onderdelen van de ontwikkelingssamenwerking worden van 1 januari 2004 overgeheveld in zoverre ze betrekking hebben op de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden." Een bijzondere werkgroep zou de lijst van bevoegdheden opstellen. Het Vlaams regeerakkoord van 1999 bestempelt een eigen ontwikkelingsbeleid al als prioritair.

In de huidige Vlaamse regering is de minister van Buitenlands Beleid ook bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking. De Bijzondere Wet is echter nog altijd niet uitgevoerd. Vlaanderen kan daardoor geen echt ontwikkelingsbeleid voeren en mist een belangrijke bron van inkomsten om die te financieren.

Naar goede gewoonte zal Franstalig België voor de uiteindelijke uitvoering van het Lambermontakkoord, zo die er al komt, Vlaanderen nog eens doen betalen. Inmiddels gaat Armand De Decker, federaal Minister van Ontwikkelingssamenwerking (MR), gewoon zijn eigen gang. Hij aarzelt niet daarbij ook leden van het vorstenhuis in te schakelen. Zijn typisch Belgische benadering is er een van vooral gebonden ontwikkelingssamenwerking i.p.v. de Vlaamse visie waarin de werkelijke noden van de ontwikkelingslanden het uitgangspunt zijn.

België benadert helemaal niet het tegen 2010 vooropgezette streefcijfer van O,70 % van het bruto binnenlands product. Voor Vlaanderen zou dit helemaal geen probleem zijn, vooral niet als het de 11 miljard € transfers naar de bodemloze put van Franstalig België zou kunnen gebruiken om echt arme landen in het Zuiden te helpen.

In november 2005 nam Minister De Decker het voortouw om namens de Benelux-landen de ontwikkelingsdimensie van migraties op de agenda van de Europese Unie te plaatsen. In maart 2006 organiseerde hij in Brussel een conferentie over dit thema, samen met de Internationale Organisatie voor Migratie, de Europese Commissie en de Wereldbank. Hij vertegenwoordigde België op de op 10-11 juli 2006 te Rabat (Marokko) gehouden Europees-Afrikaanse Conferentie over Migratie en Ontwikkeling. Op 13 juli volgde in het Egmontpaleis in Brussel een vergadering met de vertegenwoordigers van de diaspora van allochtonen in België en de NGO's. Ook op de op 14 en 15 september 2006 door de Verenigde Naties te New York geplande vergadering over migratie en ontwikkeling, zal Minister De Decker België vertegenwoordigen. Ontwikkelingssamenwerking is krachtens het Lambermontakkoord grotendeels al een Vlaamse bevoegdheid en migratie is vooralsnog wel een Belgische bevoegdheid maar ligt voor Vlaanderen uiterst gevoelig.

Het kan dus niet zijn dat Minister De Decker internationaal een zgn. Belgisch standpunt vertolkt dat geen rekening houdt met de Vlaamse visie die zowel qua ontwikkelingssamenwerking als migratie grondig van die van Franstalig België verschilt. De vraag rijst of daaromtrent vooraf voldoende met Vlaanderen is overlegd. De mechanismen daartoe bestaan al zijn zij log en stroef. Het volstaat dat Vlaanderen op zijn strepen staat. Minister De Decker gedraagt zich bovendien meer en meer als de feitelijke minister van Buitenlandse Zaken voor heel wat belangrijke dossiers waaronder het Afrikabeleid. Bovendien is Didier Donfut (PS) staatssecretaris voor Europese Zaken. In België zitten dus de echt belangrijke buitenlandse dossiers in Franstalige handen en Vlaanderen staat erbij en kijkt ernaar...


Terug naar de artikelenlijst.