De plicht van mening te verschillen
De plicht van mening te verschillen
Jan Van de Casteele 13-12-2005
|
| Pierre Lefebvre, le censuré |
In De Tijd, 13 december 2005 verschenen twee opmerkelijke reacties in verband met het ontslag van Herman De Bode, de directeur van het adviesbureau McKinsey-Benelux. Rolf Falter vroeg om een reactie bij de professoren Urbain Vermeulen en Matthias Storme, beiden ook slachtoffer van intimiderende stappen naar aanleiding van bepaalde uitspraken. In het artikel, waarin ook prof. Etienne Vermeersch zijn mening geeft, geeft Falter nog enkele markante voorbeelden van aanvallen op mensen die blijkbaar een foute opinie hadden (Soetkin Collier, die uit het songfestival werd gehouden; Herwig Jorissen, vakbonder met VMO-verleden; Erik Brewaeys, Raad van State, ook blijkbaar onzalig verklaard omwille van een VMO-verleden.
In dezelfde krant verscheen een stevig opiniestuk van twee ex-consultants van McKinsey & Co.'Het strekt Herman De Bode tot eer dat hij zijn mening heeft uitgesproken', aldus de auteurs.
Het ontslag van Herman De Bode als directeur van het adviesbureau McKinsey-Benelux is de jongste jaren niet het eerste incident waarbij men Vlamingen beroepsmatig tracht te treffen om een mening die zij hebben geuit. Maar volstaat dat om van een heksenjacht te spreken?
'This is a firm of leaders who want the freedom to do what they think is right', zo staat op de website van de consultant McKinseyCompany te lezen, onder het credo 'What we believe'. Die vrijheid gold blijkbaar niet voor de lokale Benelux-leider Herman de Bode. Hij nam vorige week ontslag als managing partner (directeur eigenlijk), en ging weer gewoon als partner werken bij het bureau. Het nieuws lekte woensdagavond uit in Le Soir, waarop de woordvoerster van McKinsey het ontslag bevestigde. Belga verspreidde donderdag een bericht namens McKinsey waarbij ook de aanleiding werd gepreciseerd: De Bode had het Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen van de Denkgroep 'In de warande' ondertekend.
Dat manifest werd op 30 november uitgebracht. Zoals alle andere ondertekenaars staat De Bode erin met naam en woonplaats, zonder functie.Tegenover Le Soir benadrukte hij vorige week dat zijn standpunt volledig ten persoonlijken titel was. Deze krant identificeerde op zaterdag de ondertekenaars van het manifest op basis van hun functie. Toen sommige ondertekenaars van het zoekproces hoorden, werd voor minstens twee van hen gevraagd zeker de functie niet te vermelden. Een van die twee vragen kwam na sluitingstijd van de krant. Dat veroorzaakte een stevige rel in het betrokken bedrijf. Maar de plooien werden daar, in tegenstelling tot bij McKinsey, gladgestreken.
Omdat McKinsey noch De Bode iets wil lossen over de discussie die aan het ontslag voorafging, moet men daarover terugvallen op het zinnetje dat woensdag in Le Soir stond: 'Verscheidene Belgische werkgevers hebben, in de wandelgangen, al hun twijfels geuit over een toekomstig beroep op de diensten van McKinsey.'
Terechtwijzing
Ook Urbain Vermeulen maakte iets dergelijks mee. Hij is hoogleraar en al dertig jaar een islamkenner met heel hevige aanhangers en dito tegenstrevers. Vermeulen poneert de stelling dat de islam als godsdienst worstelt met onze notie van verdraagzaamheid, en zet die analyse vaak met verbaal vuurwerk in de verf.
'Het begon op 19 april 2000. Toen pakte De Morgen uit met het verhaal van een uiteenzetting die ik enkele weken voordien in Leopoldsburg gegeven had', vertelt Vermeulen. 'Het stuk in kwestie was gebaseerd op een verslag van de Integratieraad van die gemeente. In feite was het een tweede, zwaar aangedikte versie van een verhaal dat ze eerder naar mijn decaan hadden gestuurd. De decaan had er aanvankelijk geen belang aan gehecht.'
'Vanaf de eerste minuut van mijn uiteenzetting in Leopoldsburg werd ik onderbroken door een Turkse man die 'charlatan' riep. Pas achteraf, uit alles wat ik vernomen heb, heb ik begrepen dat men wel degelijk uit was op mijn vel. Johan Leman, toen de directeur van het Centrum voor Gelijke Kansen, wou mij als lesgever over de islam bij de staatsveiligheid en bij magistraten laten vervangen door iemand anders en heeft mee de campagne gevoed. Net als de Turkse ambassadeur. Die pikte het niet dat ik de moord op 1,7 miljoen Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog als genocide omschreef.'
'André Oosterlinck, intussen oud-rector van de KULeuven, heeft zich laten vangen. Hij heeft me dat gezegd, nu de plooien zijn gladgestreken. Hij werd 's morgens om halfzeven door de radio opgebeld met het bericht van De Morgen en kondigde in dat interview een onderzoek aan. Ik ben dan inderdaad tweemaal door de rector ondervraagd, in het bijzijn van mijn advocaat. Die procedure is geëindigd op een terechtwijzing.'
'Ik ben dan in beroep gegaan voor de 14-koppige en verkozen Raad van het Zelfstandig Academisch Personeel. Ook daar ben ik tweemaal ondervraagd. Op 8 december 2000 hebben zij de terechtwijzing vernietigd, en mij van alle rechtsvervolging vrijgesproken.'
'Het heeft uiteraard allemaal gevolgen gehad', zegt Vermeulen. 'Senator Chokri Mahassine heeft mij op een bepaald moment in dat jaar via de minister van Justitie willen laten wraken als expert die opgeroepen was door het hof van assisen van Gent in een moordzaak met Turken. Maar de magistraten zijn gelukkig, en tot op de dag van vandaag, een beroep op mij blijven doen.'
'Ik ben een tijd uit de media verdwenen. Op televisie was ik persona non gratissima. Voor 2000 kwam ik geregeld in 'De zevende dag', vandaag nog altijd niet, al ben ik al wel terug in andere programma's geweest. Gelukkig heb ik in die periode ontzettend veel steun gekregen van mijn vakgenoten, ook over de grenzen, van bijna heel de faculteit, en van mijn studenten. Een naaste medewerker heeft wel getracht van de situatie te profiteren, maar die heeft bot gevangen.'
Songfestival
Verhalen als dat van Vermeulen waren de voorbije jaren nog te horen in Vlaanderen. 'Ik heb ook een onderzoek van de universiteit gehad', zegt Matthias Storme, advocaat en buitengewoon hoogleraar in Leuven. 'Ik had in een boutade over de veroordeling van het Vlaams Blok de stilzwijgendheid van de andere partijen gehekeld en geconcludeerd dat je als democraat bijna moreel verplicht werd voor het Blok te kiezen. De Morgen heeft me toen juist geciteerd, De Standaard een dag later verkeerd, en het spel zat op de wagen. Maar het was ook heel snel weer voorbij.'
De controverses gaan bijna altijd over een vermeende band met extreem rechts, vaak omdat het over standpunten gaat in verband met het Vlaams Belang, de islam of de Vlaamse onafhankelijkheid. Een analoog verhaal is dat van mensen met een extreem rechts verleden, die om die reden onder druk worden gezet. Herwig Jorissen, de Vlaamse voorzitter van ABVV-Metaal, werd enkele weken geleden het lijdend voorwerp van een machtsstrijd tussen Franstaligen en Vlamingen in zijn vakbond, nadat was uitgelekt dat hij in zijn tienerjaren lid was geweest van de extreem rechtse Vlaamse Militanten Orde (VMO). Verleden week raakte bekend dat staatsraad Eric Brewaeys, om dezelfde reden, besloten heeft geen zitting te nemen in het college van de Raad van State dat binnenkort moet oordelen over een klacht tegen het Vlaams Belang. Nog vers in het geheugen ligt de zaak van Soetkin Collier, de zangeres van de Belgische folkgroep Urban Trad. Zij mocht in 2003 niet aan het Eurosongfestival deelnemen nadat een (ten dele foutief) rapport van de Staatsveiligheid was uitgelekt over haar banden als tiener met enkele extreem rechtse Vlaamse organisaties.
Welsprekendheid
Is dat allemaal echter voldoende om van een heksenjacht in Vlaanderen te spreken? 'Het geval De Bode vind ik een kwalijke zaak', meent Etienne Vermeersch, emeritus professor en moraalfilosoof. 'Het gaat hier om het uiten van een mening - waar ik het overigens niet mee eens ben - die op intellectuele gronden geformuleerd wordt, en waarvan men kan verwachten dat de betrokkene er op basis van zijn positie een bijzonder inzicht in kan hebben. Die aantasting van de vrijheid van meningsuiting kan tot gevolg hebben dat mensen op verantwoordelijke plaatsen zich niet meer durven te uiten, wat het opborrelen van interessante ideeën zeker niet bevordert.'
Vermeersch vindt het ook onaanvaardbaar dat mensen veroordeeld worden op basis van daden uit hun jeugd. 'Hooguit mag je op continuïteit wijzen sinds de jeugd, als die er is', zegt hij. 'En voor de rest geldt het principe dat er meer vreugde is voor één zondaar die zich bekeert dan voor 99 rechtvaardigen.'
'Je moet dat zien in de context van een wetgeving die opiniedelicten vervolgt', zegt Matthias Storme. 'En daar zijn zelfs officiële instanties mee belast. Ik ben daar altijd tegen geweest. Vandaar dat ik in het geval van De Bode geen intellectuele poot heb om de privé-rechtspersoon die McKinsey is te bekritiseren. Maar al diegenen die altijd op de eerste rij staan om discriminaties aan te klagen zouden nu dit beroepsverbod moeten veroordelen.'
Ook Urbain Vermeulen neemt de term beroepsverbod in de mond als hij het over zijn eigen ervaring heeft, maar ziet het ook breder: 'Zodra je in Vlaanderen iemand bent die het goed kan zeggen, word je door die lui die geen drie woorden kunnen uitspreken zonder een euh ertussen afgedaan als een demagogische populist. Vlaanderen is te klein en te pietluttig voor een open debatcultuur. Men durft er niet op motieven te discussiëren, enkel op persoonlijke argumenten. Vandaar dat ook de meeste praatprogramma's zo zielig zijn.'
Op 28 november hield de kring van de rechtsstudenten in Leuven zijn jaarlijks Welsprekendheidstornooi. Een van de deelnemers, Michael Schellekens, begon wat een pleidooi tegen de marginalisering van allochtonen had moeten worden met een klassieke retorische truc: een overtuigend gebrachte opsomming van alle vooroordelen tegen migranten. Nog voor hij zijn omslag naar het eigenlijke pleidooi had kunnen beginnen, was er boegeroep in de zaal, stapten de juryleden Kristien Hemmerechts en Ivan De Vadder protesterend op en snoerde de voorzitter van de wedstrijd hem de mond. Schellekens kreeg nadien geen kans meer om zijn betoog af te maken.
Terug naar de artikelenlijst.

